Uitgelicht: Néala & De weg van het licht (Ethiopië)

Het prentenboek Néala & De weg van het licht van Krista Haest (tekst) & Dagje Massoels (illustraties) gaat over een spirituele reis van een Noord-Ethiopisch meisje. Kalkidan Mesfin, Mo Hersi en Mahlet Mesfin geven in deze gastbijdrage hun lezing van dit prentenboek dat over hun land van herkomst gaat.

Uit: Néala & De weg van het licht, illustrator Dagje Massoels, 2019

Stereotype beelden

“Het is een stereotyperend boek met alle stereotypen die er zijn over Ethiopië opgegooid en opgeschreven. Ergens doet dat pijn.”

Podiumkunstenaar en tv presentator Mo Hersi windt er geen doekjes om heen. Hij vindt de illustraties prachtig, maar: “Het is een stereotyperend boek met alle stereotypen die er zijn over Ethiopië opgegooid en opgeschreven. Ergens doet dat pijn.” Van de grote diversiteit, vele bevolkingsgroepen en wel 80 talen die het land rijk is heeft de maker van het boek bij uitstek gekozen voor typische rurale beelden uit Noord-Ethiopië. We zien lege open velden, injera, hoeders, bergen en gevlochten haren. Het omwikkelen van een kindje op de rug van een moeder wordt uitgebreid uitgelegd en de mensen wonen er in hutjes. “Die hutjes zijn er wel”, zegt Mo, “maar óók in Ethiopië wonen mensen anno 2020 in stenen huizen, hebben we satellietschotels, universiteiten, whatsapp, skype, facebook en internet.”

Kinder- en jeugdpsycholoog Mahlet Mesfin merkt diezelfde ‘westerse’ stereotype presentatie van Ethiopië op: “Als lezer voelt het voor mij als een interpretatie van een westers persoon die een tijdje heeft doorgebracht in Ethiopië. Het dekt een paar stereotypen (kapsel, kleding, interieur huis), maar roept ook vragen op […] waardoor het verhaal minder authentiek voelt. Ik merkte dit (bijvoorbeeld, red.) aan de manier waarom bepaalde culturele dingen worden uitgelegd, zoals het dragen van een ‘sjaal’ wat geen recht doet aan wat het eigenlijk is voor mijn gevoel. Het moet een ‘netela’ voorstellen wat onderdeel is van de traditionele kledingdracht en waarvan de manier van dragen verschillende betekenissen kan hebben.”

Mystificatie

Als klap op de vuurpijl noemt Mo een scene waarin Néala en haar vriend Dula naar elkaar roepen en een heel gesprek met elkaar voeren van berg naar berg met een ravijn tussen hen in. De auteur legt achter in het boek uit dat de mensen in Noord-Ethiopië – op haast bovennatuurlijke wijze – elkaars stemmen kunnen herkennen door de bergen heen en draadloos met elkaar communiceren. Daarover zegt Mo: “Ik vond dit zo ver gaan, dat ik het bij mijn ouders heb nagevraagd.” Zijn moeder antwoordde dat dit heel vroeger gebeurde. “Dat mensen elkaar vroeger seinden vanuit de bergen, maar dan schreeuwden ze echt en dan nog hoorden ze elkaar amper. We leven tegenwoordig in een tijd waar iedereen mobieltjes heeft. Ook op het platteland.”


What’s in a name?

Niet alleen over de communicatiemogelijkheden in Noord-Ethiopië maar ook over de naam van Néala hangt een zweem van mystiek. Kalkidan Mesfin, student interieur styling uit Amsterdam, doet er uitgebreid navraag bij de familie naar:

“De naam Néala is niet algemeen bekend (in Ethiopië, red). Ik had de naam nooit eerder gehoord, dus heb dit nagevraagd bij familieleden die de twee Noord-Ethiopische talen spreken (Amhaars en Tigirinya). Daarnaast ook een familielid gevraagd die de Oromo taal machtig is (de Oromo’s zijn de grootste etnische groep van Ethiopië). Ook bij hen was de naam niet bekend. Doordat de naam niet algemeen bekend is, kunnen kinderen zich mogelijk minder snel met Néala identificeren. Daarnaast blijkt de naam in het Amhaars geschreven te zijn als Neila en niet Néala. De namen Tamrat en Dula zijn (wel, red.) Amhaars […]”

Ook Mahlet loopt tegen de naam Néala en de spelling aan:
“Verder heb ik de naam een paar keer hardop gezegd omdat het niet bekend voorkomt. De Amhaarse spelling lijkt niet correct.”

De auteur verklaart achter in het boek dat de naam Néala volgens haar in het Amhaars saffierblauw betekent. Saffierblauw is als naam waarschijnlijk dus door de schrijfster zelf bedacht, maar feitelijk ongebruikelijk als naam in Ethiopië en levert daardoor bij de Ethiopische Nederlandse lezers en hun families vervreemding op.

Magie bestaat niet

Magie en alles – dat bestaat niet. God bestaat.

Het magisch spirituele en de fantasie waarmee de schrijfster het innerlijke leven van Néala probeert te omvatten zou volgens Mo Hersi juist voor veel Ethiopische ouders verkeerd kunnen vallen. Religie speelt een fundamentele rol in Ethiopië. “Magie en alles – dat bestaat niet. Geloof bestaat. Je bent uitgesproken gelovig: je bent Koptisch Orthodox Christelijk, of Joods, of Jehova’s Getuige of Moslim. Alles is aan God te danken.”


Het goede doel

Het prentenboek is gekoppeld aan een goed doel. Voor elk boek dat gekocht wordt kan de stichting van de maker van dit boek een gratis boek weggeven in Ethiopië. Mo Hersi noemt het een klassiek voorbeeld van white saviours mentality. Mahlet: “Ik denk niet dat een Ethiopisch kind in Ethiopië gebaat is bij een boek dat geschreven is door iemand met niet-Ethiopische roots of niet aantoonbare affiniteit heeft met het land behalve persoonlijke ervaringen (uitgaande van de achtergrondinformatie). Ik ben meer voorstander van het ondersteunen van lokale stichtingen/initiatieven in plaats van giften doen.” Kalkidan: Ik denk niet dat kinderen in Ethiopië prentenboeken nodig hebben om de Amhaarse taal machtig te worden. Wel denk ik dat zij behoefte hebben aan prentenboeken waarmee zij zich kunnen identificeren.”

Tippen, wel of niet?

Zouden Kalkidan, Mo Hersi en Mahlet dit prentenboek zelf kopen, tippen, voorlezen of kado geven aan anderen?

Kalkidan: Ik zou het boek tippen aan ouders/verzorgers van Ethiopische kinderen.
Mo Hersi: Als ik alleen de voorkant van dit prentenboek zou zien dan zou het mijn aandacht trekken want ik zie eindelijk eens een keer een zwart meisje op de voorkant. Door de ondertitel verwacht je ook een religieus verhaal. Zodra je de inhoud leest, voel je je dus in de maling genomen. Nee, ik zou dit boek niet tippen.
Mahlet: Persoonlijk vind ik het boek best prijzig. Ik zou het wel tippen aan anderen omdat ik benieuwd ben wat zij er van zouden vinden maar ook omdat het ook een beetje bijzonder is om een boek te lezen over een Ethiopisch meisje.

___________________________________________________________________________________________________________
Néala & De weg van het licht | Krista Haest (tekst) | Dagje Massoels (illustraties) | ISBN 9789463883061 |€ 19.95 | The Kristal Womb 2019 | facebookpagina

Mo hIRSI

Podiumkunstenaar, komediant en tv-presentator. Mo Hersi noemt zichzelf een ex-vluchteling uit Ethiopië en gebruikt het succesvolle levensverhaal van hem en zijn familie, zijn talenten en podium als artiest bewust om stereotype beelden van vluchtelingen te ontkrachten.

MAHLET MESFIN

Kinder- en jeugdpsycholoog. Mahlet Mesfin is geïnteresseerd in de ontwikkeling van kinderboeken die representatief zijn voor de huidige samenleving. “Het belang van representatie wordt hedendaags nog onderschat. Iets als een kinderboek kan het wereldbeeld van een kind vergroten en  invloed hebben op het zelfbeeld.”

kalkidan mesfin

Student Interieurstyling in Amsterdam. Kalkidan Mesfin leest mee uit algemene interesse in dit Ethiopische prentenboek omdat het over haar thuisland gaat.

M I G R A N T E N – Issa Watanabe

“Hoeveel grenzen moet je oversteken om thuis te komen?” – Theo Angelopoulos

Het indringende prentenboek van Issa Watanabe (Peru) over migratie is nu ook onder Nederlandse en Engelse titel uitgegeven. In Nederland heeft uitgeverij Querido hiervoor de rechten gekregen. In MIGRANTEN staat een groep dieren symbool voor een grote groep diverse mensen die hun thuisland moeten uitvluchten en door omzwervingen en ontberingen heen, uiteindelijk, een nieuw thuis vinden.

MIGRANTEN, Issa Watanabe, 2019

De illustrator heeft hier voor een diverse samenstelling van dieren gekozen. Zeer waarschijnlijk welbewust gedaan om recht te doen aan de diversiteit van migranten die in de beeldvorming van andere mensen maar al te gauw tot één homogene stereotype groep ‘vluchtelingen’ kan worden afgedaan.

MIGRANTEN is geschikt voor kinderen vanaf 6 jaar om migratie (en anti-racisme) bespreekbaar te maken.

Over de auteur (POC)
Issa Watanabe, dochter van een dichter en illustrator, is geboren in Peru (1980). Ze studeerde literatuur, kleinkunst en illustraties. Watanabe zet de kunsten in om sociale integratie te promoten via diverse projecten. Dit woordloze prentenboek is daar een voorbeeld van.

Samenvatting van de uitgeverij
Als hun bos sterft moet een groep dieren noodgedwongen op zoek naar een nieuwe plek om te kunnen leven. Wat volgt is een reis vol onzekerheden, verdriet, honger en de gevaren van de zee. Maar bovenal is het een reis waarbij dood en hoop naast elkaar bestaan. Een reis die hoopvol eindigt in een ander bos, vol kleurrijke bladeren.

Issa Watanabe’s Migranten confronteert de kijker onverbloemd met de keiharde werkelijkheid waarin miljoenen vluchtelingen verkeren. Maar ze doet dat met poëtische beelden die ook troost en hoop bieden. Een kunststuk.

Specificaties
Migranten | Issa Watanabe (illustrator) | adviesleeftijd 6+ | Querido | gepubliceerd 9 augustus 2020 | 1e druk |EAN 9789045124919 | oorspronkelijke taal Spaans | copyright Issa Watanabe 2019

Pre-order tip: Eyes That Kiss in the Corners – Joanna Ho & Dung Ho

“Some people have eyes like sapphire lagoons with lashes like lace trim on ballgowns, sweeping their cheeks as they twirl. Big eyes, long lashes.

Not me.

I have eyes that kiss in the corners and glow like warm tea.”

Eyes That Kiss in the Corners – Joanna Ho

Sommige kinderboeken raken je in één blikopslag nog voordat je de achterflap hebt gelezen. Zo ook het Engelstalige prentenboek Eyes That Kiss in the Corners, van debutant Joanna Ho (auteur) en Dung Ho (illustrator). Dit poëtische prentenboek voor kinderen (4-8 jaar) gaat over eigenwaarde en het (leren) vieren van je halvemaanvormige Aziatische ogen. Het is bewust gemaakt voor kinderen van Aziatische komaf om hun ‘anders’ gevormde ogen te waarderen.

Hoe het prentenboek er verder uit ziet, is nog een mysterie. Op dit moment is alleen de omslag (bookcover) vrijgegeven met een begeleidende tekst in het Engels van de uitgeverij. Ik vertaal het hierbij voor het gemak vrij naar het Nederlands:

Een Aziatisch meisje merkt dat haar ogen er anders uit zien dan die van de andere kinderen uit haar omgeving. Zij hebben grote, ronde ogen en lange wimpers. Ze beseft dat haar ogen er anders uitzien. Ze zien eruit zoals de ogen van haar moeder, haar oma en haar kleine zusjes. Zij hebben ogen die kussen in de hoekjes en gloeien als warme thee, plooien in een halvemaan, gevuld met verhalen uit het verleden en hoop in de toekomst.

Door de krachtige vrouwen in haar leven herkent het meisje haar eigen schoonheid. Ze ontdekt een weg naar eigenliefde en kracht.

Kinderen met Aziatische roots die in een niet Aziatische omgeving opgroeien zullen zich herkennen in dit prentenboek maar ook bij volwassenen kan het een gevoelige snaar raken. Als volwassen lezer van Zuid-Koreaanse komaf werd ik bij het lezen van de achterflap terug geroepen naar mijn eigen jeugd. Er komt inderdaad een moment dat je beseft dat je er anders uit ziet dan de rest van de kinderen in jouw omgeving. Niet in de laatste plaats door anderen die jou daarop wezen door te ‘pesten’. ‘Sambal-bij’ werd vaak door wildvreemden op straat naar mij geroepen. En in het overwegend witte dorp waarin ik tot mijn twaalfde opgroeide werd ik ongegeneerd dat ‘zwarte geadopteerde kindje’ uit de buurt met spleetogen genoemd.

Ook ik vond in mijn kindertijd mede daardoor mijn eigen ogen niet mooi. Maar ook omdat ze ook echt anders waren dan die van het schoonheidsideaal van de meisjes om mij heen. Mijn wimpers waren kort en gericht naar beneden. Veel later leerde ik dat ik die ogen van mijn voorouders uit de Gobi-Woestijn in het zuiden van Mongolië heb geërfd en dat die korte wimpers daar een functie hadden: ze beschermden je ogen tegen de stand van de hoge zon en het opwaaiende zand door de woestijnwind. Het heeft een kinderleven lang geduurd om trots te kunnen zijn op wie ik ben en mijn afkomst. Hoe welkom waren dit soort hartverwarmende kinderboeken geweest toen ik zelf opgroeide. Ik gun het ieder kind. Zeker ook geadopteerde kinderen want zij hebben nog minder de rolmodellen en spiegels van hun oorspronkelijke roots en cultuur om hen heen om hen te herinneren aan hun afkomst en daar trots op te zijn.

Eyes That Kiss in the Corners wordt pas in januari 2021 uitgegeven maar tegenwoordig ben ik een groot fan van pre-sales. Met pre-sales help je uitgeverijen en makers bijzondere prentenboeken met een niche doelgroep met meer financiële zekerheid te realiseren door voortijdig de boeken financieel te supporten. Gelijktijdig heb je iets om je op te verheugen. Of je bent het tegen de tijd van de publicatie alweer een beetje vergeten. Dan is het de vergeten superleuke verrassing die een dag door je brievenbus komt.

Specificaties
Pre-sale Eyes That Kiss in the Corners | Joanna Ho (auteur) | Dung Ho (illustrator) | adviesleeftijd 4-8 jaar | HarperCollins Publishers | verwachtte publicatiedatum januari 2021 |EAN 9780062915627

Nieuw: Rosa Parks

Rosa Parks is de nieuwste publicatie in de geëmancipeerde prentenboekenserie Van klein tot Groots waar mijn hart iets sneller van gaat kloppen. In deze serie van uitgeverij De Vier Windstreken staan krachtige belangrijke vrouwelijke rolmodellen centraal uit de (recente) wereldgeschiedenis. Eerder in deze vertaalde serie verschenen Anne Frank, Audrey Hepburn, Coco Chanel, Frida Cahlo en Marie Curie. Rosa Parks is de eerste in de serie die gaat over een zwart vrouwelijk rolmodel en vertelt het levensverhaal over de befaamde gelijknamige burgerrechtenactivist die door haar volharding, moedig en waardig verzet uiteindelijk een hele Afro-Amerikaanse beweging1 op gang bracht die grondwettelijk een einde maakte aan de rassensegregatie in de Verenigde Staten in de jaren ’60.

undefined

Het prentenboekverhaal over Rosa Parks (1913-2005) is een aanwinst voor het aanbod van diverse en inclusieve kinderboeken in Nederland door het verhaal dat het vertelt. Ze is een zwart vrouwelijk rolmodel die zich met succes heeft ingezet in de strijd tegen racisme, rassenscheiding en ongelijkheid, maar toch zijn er veel kinderen in Nederland die deze recente geschiedenis (nog) niet kennen. Dit prentenboek geeft kinderen het gevecht tegen racisme dat op vele fronten nog steeds gevoerd wordt een historische context mee.

Een groot pluspunt is dat de illustrator de huidskleur van Rosa Parks en haar medestrijders diepbruin heeft weergegeven. Dit is gewoonlijk een type en tone van huidskleur die vaak ontbreekt en onzichtbaar is in kinderboeken2. Klein detail is daarbij wel dat alle mensen die afgebeeld zijn als Afro-Amerikaanse burgers zo’n beetje in dezelfde kleur zijn weergegeven als Rosa met minimale verschillen, terwijl terwijl ‘zwart’ geduid als huidskleur in werkelijkheid vele tinten door haar diverse en gemixte afkomsten kent. De Surinaamse strips Stimofo van Darryl Veldman doen bijvoorbeeld heel bewust recht aan deze diversiteit in kleur en zijn een toonbeeld van hoe divers je ‘zwart’ kunt representeren in het beeldmateriaal van kinderboeken.

Voor een prentenboek dat juist geëmancipeerde vrouwen neer wilt zetten, is het jammer dat de leidende actieve emancipatoire rol van Rosa een klein beetje ontkracht wordt in het biografische kader achter in het boek door te stellen dat ze ‘pasactief werd in de burgerrechtenbeweging toen ze haar man Raymond Parks leerde kennen. Daar had wat mij betreft beter het woordje ‘en‘ in plaats van ‘pas’ kunnen staan. Een kleine redactionele ingreep had meer recht aan de emancipatoire strekking van haar levensverhaal gedaan.

Tot slot nog de hamvraag: door wie wordt het verhaal verteld? Ondanks mijn groot enthousiasme over de publicatie van dit prentenboek ontbreken bij de vertelling van dit belangrijke verhaal uit de zwarte geschiedenis, makers van kleur. Rosa Parks is niet geschreven, geïllustreerd en vertaald door mensen van kleur die zélf de emancipatoire zwarte geschiedenis en andere verhalen willen en kunnen vertellen (en vertalen) die over henzelf gaat3. Dat is nog een gemiste belangrijke stap die de uitgeverij bij de Nederlandse vertaling had kunnen maken om de kinderboekenwereld ook aan de makerskant diverser en inclusiever te maken.

Specificaties
Rosa Parks | Auteur Lisbeth Kaiser | Illustrator Marta Antelo | Nederlandse vertaling Antje Schoehuys-Blaak| Uitgeverij De Vier Windstreken | Nederlands | 1e druk | EAN 9789051167832 | verkrijgbaar vanaf 8 juli 2020 | gebonden hardcover | 34 pagina’s | adviesleeftijd 6+ | € 14.50 |

1Dat Rosa Martin Luther King inspireerde tot de Montgommery-busboycot wordt helaas niet expliciet genoemd.
2Hoofdpersonages met een hele donkere huidskleur zijn vaak afwezig en onzichtbaar in kinderboeken. Komen ze er wel in voor, dan is het vaak in een bijrol óf ze worden als stereotype en als karikaturen neergezet.

3Steeds meer Nederlandse kinderboekenuitgeverijen zijn zich hiervan bewust en handelen hiernaar. Uitgeverijen die hierbij hulp kunnen gebruiken en hun kennis willen vergroten kunnen een deskundigheidstraining van Spinzi volgen: een leesmethode en training die je blik opent en de deskundigheid op diversiteit en inclusie in kinderboeken en jeugdliteratuur bevordert.

The innocence of (Dutch) schoolbooks – Liesbeth Tjon A Meeuw (2014)

A long overdue (my bad, sorry!) guest blog by Liesbeth Tjon A Meeuw on the representation of slavery in Malmberg schoolbooks used in primary and secondary schools in The Netherlands. It was inspired by an art project ‘Gevonden Goud’ by artist Frouwkje J. Smit.

The depiction of slavery in Dutch schoolbooks is a subject still urgent, relevant and in transition as policy makers, intellectuals, activists, politicians and teachers are searching and finding new ways in what and how we teach en learn in the Dutch educational system.

This early essay can be of use for those working with history, culture and citizenship in the educational field of primary and secondary schooling and those who are shaping the educational curriculum in The Netherlands today. In essence, it is a plea for a collective narrative on the history of slavery.

The innocence of (Dutch) schoolbooks

An essay by Liesbeth Tjon A Meeuw, 2014

The runaway negro-slaves in Suriname often attacked the plantations. Why did they do that? Give two reasons: 1, out of hate and 2, to get food. 

In: Bij de tijd. Geschiedenis in tien tijdvakken. Antwoordenboek, page 17. Frans van Baal & Marlies Hagers (red.) ‘s-Hertogenbosch: Malmberg

This is a phrase, which I find in one of the books that lie on a table at gallery Sanaa in Utrecht. The books are part of the group exhibition: Slavery, Contemporary Arts Incorporated? The table draws a lot of attention. Also my own. It’s filled with old and new schoolbooks about history and geography. They are part of the installation, Gevonden Goud, by artist Frouwkje Smit. Her project is centered around the family Malmberg, whose name is well-known for publishing Dutch schoolbooks. For decades the company has been providing schoolbooks for primary and secondary education in the whole kingdom. Many young generations in Holland, Suriname and the former islands of the Dutch Antilles grew up with these books. As they still are.

The quote above comes from a book that is not even that old. It’s dated from after [1998] and was used in the highest grades in primary school. What immediately catches my eye – besides the use of the word ‘negro’ – is the way the runaway slaves are portraited in this chapter. Not as freedom fighters, who were building up their resistance against the slave system by attacking plantations, killing the owners, freeing the slaves, steeling food, tools and arms. None of that, their attacks were narrowed down to hatred and hunger. We also see in this chapter that the use of the word ‘hate’ is only in relationship to the runaways, not the colonizers.

This is just one example of how the history of slavery is depicted. If, it is depicted at all. As we see from random sample I took from the book table, it is the same one-sided story: it glorifies the Golden Age of Holland, but only briefly mentions the slave trade or the process of colonization in those far away regions. The few interesting exceptions being the most recent books and the very old ones from before the 50s. The recent books handle the subject with cautiously and clumsily, as the quote above shows. The older books come with strong political statements:

The slave-trade is one of the most resentful consequences of the discoveries (…) its an ineradicable shame for the Christian people of Europe, that unscrupulous merchants continued this inhuman act for four centuries. About forty million negroes were taken away from their homeland and brought together by especially Englishmen and Dutchmen (…) to be shipped away to the West Indie and Northern America. The negro-kings at the African West-coast fought and raided continuously, to have time and again new prisoners of war to sell to the white-man.

In: Beknopt leerboek der Algemene Geschiedenis 1st part, Aug. C.J. Commissaris (1934), page 217, ‘s-Hertogenbosch: Malmberg

My goal is not to condemn the Malmberg publisher or the writers of these schoolbooks. Instead, I plea for a collective narrative. These schoolbooks, old and new, help to understand how our narratives were shaped throughout the ages, how our perspectives were formed. But most of all, why we have certain racial notions, up till today. How our origins have become part of the mechanism that include or exclude others. These books help to understand why we think we live in a non-racial society. Why we find slavery a non-issue in the public discourse and why, at the same time, the subject causes heated debates.

It might even have been one of these very Malmbergs books from which I learned my history lessons back in the 80s and the 90s. I vividly remember the first time we discussed the topic of slavery. It was discussed in the context of the American history and their racial system. I remember a photo in my schoolbook from a black couple whose hands had been cut off, both holding up their stubs in front of the lens. I remember their faces of despair. It was a horrible picture and immediately I began to identify with them. How had they managed to survive? That was my main question.

All the other kids were shocked as well, but they had other questions to ask the teacher. Why had their hands been cut off? Why would people do such a thing? While my teacher tried his best to answer them, I turned quite with a bad feeling inside. Although I hardly knew anything about the colonial days of Suriname, I instinctively felt that my family story was part of that horrifying episode in human history.

My questions were different from those of the children in my class, because they did the exact same thing I was doing: They identified with the people who shared their skin-color. So they addressed the subject of slavery from the perspective of the perpetrator, the colonizer. And not just children who do this, but also historians writing schoolbooks:

The WIC [West Indian Company] found soon enough another horrifying form of commercial shipping /mercantile marine: the slave-trade from Africa to the plantations in the Caribbean and South-America. Curacao was the intersection / junction in this trade. One bought slaves on the coast of Africa, or one went out raiding yourself.

(page 24)

In: Memo geschiedenis voor het examen havo/vwo. Marianne Baas (2008) ‘s-Hertogenbosch: Malmberg

We tend to think that our understanding of historical events grows and becomes more reliable with the years. We forget that facts and figures can be true today and false tomorrow. To children, all things written in schoolbooks are true and important to know, otherwise they wouldn’t be in those books at all. Even if we don’t factually remember what it was that our schoolbooks had to say on the subject of ‘negro-slaves’, the general idea will stay with us through the years, more often without us realizing. This perception becomes clear once again when we run into something or somebody that we associate with the word ‘negro-slave’. Ironically, that is also the moment to think otherwise.

Nobody is without certain prejudices, references and frameworks. Nobody can narrate without any kind of context. It would be impossible to expect ourselves to be ‘neutral’ or ‘color blind’. Moreover, this would be an insult to our personal history and cultural background. This is what makes it even more important to become aware of our racial understanding and how it affects the way we look at each other nowadays. It could be the only way to raise our children with an open mind and heart. It obliged us to be honest to our pupils and tell them that the world is bigger than we know. We can only talk about things that are relevant to us. Other versions of the truth maybe denied, deformed or even erased:

Also in South America many negroes were brought in as slaves. They are all free. There is no racial hatred, the negro issue doesn’t exist here (…) Fortunately Indians and Negroes are indeed legally equal to the Whites and the churches and schools are for all of them, because there is no racial hatred here.

In: Landen en volkeren. Deel 2 Werelddeelen. C. v.d. Broek & J.A. Nillesen (1928) ‘s-Hertogenbosch: Malmberg

We have to restore our collective narratives, not by blaming, shaming or victimizing. We already know the answer on the question who’s to blame: human nature. Our society is based on today’s narratives and those of yesterday. Because of that, our past is not completely erased. We carry it in our habits, in our fears, in our memories and conventions. By filling in the gaps, clearing the blind spots, linking the loose ends together, connecting the stories of the black families with the white families, we create a collective narrative. We can even create a collective culture based on those new facts, stories and views.

In that sense, there is not much difference between a historian and a novelist. A historian writes a story and says: this is true, this has actually happened. A novelist writes a story and says: this could be true. Both of them can serve the art of storytelling very well and uses narratives to create awareness about heavy topics like colonialism and slavery. So we need non-fiction as well as fiction, both of them are based on facts and figures to give the narrative a basic ground. That’s how we create a collective narrative that deals with the past, explains the present and inspires the future.

This essay was inspired by the art project Gevonden Goud, part of the group exhibition Slavery, Contemporary Arts Incorporated? at gallery Sanaa in Utrecht.

 
Debate at gallery Sanaa, October 2013

The innocence of (Dutch) schoolbooks by Liesbeth Tjon A Meeuw was originally published on her blogspot (2014): Liesbeth-tjonameeuw.blogspot.nl

 


NB: A form that came to my mind whilst re-reading Tjon A Meeuw’s essay, that comes close to trying to create a collective narrative in Dutch schoolbooks is the youth historical roman De reis van Syntax Bosselman (Arend van Dam, 2018). Although not formal printed as an educational book by genre and publisher, Dutch primary schools use this thick volume for history and citizenship lessons in class. Accordingly the Dutch author of this youth history roman quite specifically states that he finds the writings of history not static but always forming, reforming and reshaping itself in it’s very social meanings as he tries to grasp the Dutch colonial history and elaborates on it by writing in three narrative layers which can be separately read: his historical research whilst writing the book, the roman narrative and third but not least, his own critical thoughts and doubts on writing on the matter, well aware of his social position and reference being a white Dutch male above middle age thus reaching out for guidance specifically on (t)his position, asking for feedback and with it quoting and voicing black intellectuals home to the subject. Even more collective in this form (e.g. in this specific historical youth roman), might have been if it had been written in equal collaboration with others home to the subject matter to voice the multiple perspectives the author seeks.

De reis van Syntax Bosselman (Arend van Dam, 2018) received the Dutch Thea Beckman 2018 award for the best youth historical roman published that year. I elaborated on De reis van Syntax Bosselman here.