Over Mootje (en waarom zij geen Marokkaanse Pippi Langkous is)

mootje

 

Mootje is de Marokkaanse Pippi Langkous kopte het Parool een ruime maand geleden toen het kinderboek van Hakima Elouarti (tekst) en Rosa Vitalie (illustraties) uitkwam. Een effectieve associatie: noem Pippi Langkous in een Marokkaanse kinderboekencontext en je haalt twee werelden binnen via een wijdverbreid jeugdsentiment. De introductie en de media-berichten stemden nieuwsgierig want wie is er nu niet opgegroeid met Astrid Lindgren’s Pippi en hoe ziet de Marokkaanse Pippi er dan uit?

Ik ga het verklappen: Mootje is geen andere versie van Pippi. Ja, Mootje bouwt. Ze bouwt een iglo van hout omdat ze een plekje zoekt dat moet lijken op de rust en de privacy van toen ze nog in haar moeder’s buik woonde. Bij Mootje thuis is het namelijk druk bevolkt. Het typische tweede generatie Marokkaanse gezin wordt hier geschetst: een groot gezin, veel zussen (12), iedereen die zich met iedereen bemoeit, geen eigen slaapkamer en altijd familie op bezoek. Dus Mootje piept er stiekem tussen uit. Op zoek naar haar alleen-zijn en moment van rust.

Wie aan Pippi denkt verwacht waarschijnlijk spannende, grootse, meeslepende eigenzinnige avonturen en heldendaden, mallegekke taferelen. Wat genderclichés betreft representeert het personage van Mootje echter vrij veel sekse-rolbevestigende kenmerken. Ze verlangt naar rust en stilte, fantaseert en droomt, knutselt en tekent en houdt van thee en bloemen.

Ze bouwt dan wel een iglo maar doet dit stiekem en krijgt kramp in haar handjes van het bouwen (ze zet gelukkig wel door). Als blijkt dat ze opgesloten in haar iglo zit dan ligt ze in eerste instantie passief op de grond en huilt ze een rivier(tje). Pas als zij haar moeders stem hoort roepen komt ze in actie. Het avontuur gebeurt vooral in Mootje’s hoofd (introvert) en heeft hier de betekenis van je ongestoord kunnen terug trekken in je eigen fantasierijke en creatieve wereld.

Mootje is veel meer een persoonlijk verhaal geschreven door iemand die in een groot Marokkaans gezin is opgeroeid. Heel invoelbaar wordt het verlangen van Mootje om eens een keer alleen te kunnen zijn – haar behoefte aan stilte en privacy. Maar ook: de strijd tussen dat verlangen en de loyaliteit en affectie naar het grote gezin waar ze uit komt want aan het einde is ze blij om weer samen met iedereen thuis te zijn en de oude situatie dankbaar hersteld.

Duidelijk zien we ook de krachtige, affectieve en innig verbonden vrouwencultuur binnen het gezin en de familie. Opmerkelijk gescheiden van de mannenwereld daarbinnen in.

Niet de vergelijking met Pippi maar het luik naar de (innerlijke) wereld van Mootje maakt deze uitgave bijzonder: het is een kinderboek geschreven vanuit de eigen cultureel familiaire Marokkaanse achtergrond met herkenbare taferelen waarmee Marokkaanse gezinnen met veel kinderen zich kunnen identificeren.

Tip: kijk ook eens naar Het boek over een doek.

Mootje is een kinderboekenproject van Rose Stories en geschikt voor ongeveer 4-9 jaar. Gefinancierd door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en crowdfunding Voor de Kunst.

Uitgelicht: 10 Superdiverse kinderverhalen in 5 kleurrijke boeken

sesambox
10 superdiverse verhalen in 5 kleurrijke kinderboeken. Dat is de tageline van het kinderboekenproject van onze zuiderburen Studio Sesam uit Vlaanderen. Tien professionele illustratoren en kinderboekenschrijvers, met of zonder migratieachtergrond, maakten voor Studio Sesam 10 cultuursensitieve kinderverhalen met personages die de verschillende interculturele leefwerelden die in onze westerse samenleving verankerd liggen weerspiegelen. En: dat is hen redelijk goed gelukt.

pablo-fanfareElk boek bevat twee kinderboekverhalen geschikt voor kinderen van ongeveer 4 tot 9 jaar. Ongeveer op de helft, waar het ene verhaal eindigt, keer je het boek om alwaar het andere verhaal begint. Het meeste voelt als kloppend: de kleurrijke kaften, de kunstzinnige illustraties, het taaltechnisch niveau en de cultuursensitieve inhoud van de prenten en verhalen.

Feitelijk zijn het ‘gewoon’ erg mooi vormgegeven en tekst-kwalitatieve kinderboeken maar juist doordat de interculturele achtergronden als een vanzelfsprekend gegeven verweven zijn in de verhalen zijn deze superdiverse kinderboeken bijzonder in hun soort.

Effectief zijn ook de samen-spelen-en-leren-opdrachten aan het eindeDroombellen_cover-300x300 van elk verhaal met een link naar het verhaal en de personages. Zo hebben Asma Ould Aissa & Annemarie Vermaak aan Safia en de Droombellen het heerlijke recept voor Briwats maken toegevoegd.

Elk boekdeel ademt zijn eigen sfeer en karakter waardoor de samenstelling van het pakket tevens divers binnen in haar eigen aanbod is. Maar, zodra het over diversiteit in kinderboeken gaat luidt onvermijdelijk ook de kritische hamvraag: lukt dit wel zonder in stereotyperingen te vervallen – gaat het soms niet ook mis?

HMarokko_cover_shop-298x300et antwoord? Nee, dat lukt niet altijd. Ook in sommige Superdiverse kinderboeken van Studio Sesam worden soms stereotype ideeën bevestigd en bekrachtigd. Hoewel de boeken allemaal artistiek geïllustreerd en vakkundig geschreven zijn verschilt het per verhaal hoezeer culturele stereotypen vermeden zijn of zelfs ontkracht worden. In Ik wil niet naar Marokko! (Laïla Koubaa & Tinne Van den Bossche) is het beeld bijvoorbeeld ambigue. Enerzijds moet Omar mee op vakantie naar Marokko terwijl hij liever thuis in Nederland blijft om te voetballen met zijn vrienden op het plein. Een verhaal waar veel Marokkaanse kinderen zich mee kunnen en zullen identificeren want Omar groeit, anders dan de generatie van zijn ouders, in beide werelden en nog veel meer in Nederland op.

Anderzijds portretteert het kinderboek het typische middenstandsklasse Marokkaans-Nederlandse gezin waarin stereotype beelden van de buitenlandse cultuur als chaotisch en waar mensen altijd te laat komen worden bevestigd. In een paar andere boeken worden donkere kinderen met hardlopen en muziek maken geassocieerd – bij uitstek de stereotype rollen waarover veel kritiek is binnen het emancipatoire stereotypen discours.

Toch mag dit alles de pret niet drukken. In een aantal verhalen worden stereotype beelden juist ook weer ontkracht, vermeden of op de kop gezet. Ofwel: de verhalen van Superdiverse kinderboeken verschillen onderling ten aanzien van stereotype culturele beelden. Het belangrijkste effect vind ik wel dat de box als geheel op unieke wijze het belang van diversiteit in kinderboeken in het publieke en uitgeversdomein agendeert. Vanuit esthetisch oogpunt en vanuit de verhaaltechnische kwaliteit bezien zijn zij een rijkelijke toevoeging voor iedereen die op zoek is naar mooie interculturele kinderboeken.

Zowel de box als de kinderboeken afzonderlijk zijn te koop via de webwinkel van Studio Sesam.

Update: Gezocht! Nieuwe schrijvers en illustratoren voor kleurrijke kinderboeken 

Aan Tien superdiverse verhalen deden mee:

Lies Vervloet & Laura Janssen – Berelekker
Khadija Timouzar & Inge Lavrijsen – Een goal voor Imane
Hanaa Boubouh / Nilufar Kuhpour – Waar is Parlo?
Alice van de Geest & Sanne Thijs – De Broccolireus
Asma Ould Aissa & Annemarie Vermaak – Safia en de droombellen
Atilla Erdem & Peggie De Sager – De huissnuiver
Benedicte Moussa-De Greef & Frits van Zeventer – De Loopwestrijd
Laila Koubaa & Tinne Van den Bossche – Ik wil niet naar Marokko!
WinnyAng & Fatinha Ramos – Op zoek naar Yori

Aboikoni (8+) – van slaaf naar marron

aboikoniWerkend aan het Spinzi-overzicht van kinderboeken waarin diversiteit en gender aan bod komen, kom ik regelmatig pareltjes tegen, zoals het prentenboek Aboikoni.

Aboikoni is geboren op een plantage waar hij woont met zijn moeder en zusjes. Hun vader is verkocht en woont op een andere plantage. Aboikoni vlucht als hij 16 jaar is. Hij rent zijn voeten stuk in het oerwoud, en wordt achternagezeten door soldaten en jachthonden. Hij moet een rivier vol piranja’s oversteken wil hij ontsnappen. Dat doet hij liever dan terug naar de plantage. Bereikt hij de vrije marrons…?

Het boek Aboikoni is verschenen als apart boek, en maakt deel uit van ‘Ik neem je mee’, waarin Akesi, Aboikoni, Boni en Rogier, en Selina hun verhaal vertellen. Samen belichamen ze de geschiedenis van de transatlantische slavernij, van het oppakken in Afrika, via de boottocht en het leven als slaaf en marron in Suriname, naar de dag van de afschaffing van de slavernij in 1863.

Specificaties
Tekst: Hilli Arduin
Illustraties: Vanessa Paulina
ISBN: 987-99914-56-21-8 (Aboikoni)
en 987-99914-56-17-1 (Ik neem je mee)
Genre: prentenboek, 8+
Uitgeverij: St. Projekten Christelijk Onderwijs Suriname, 2013
Kopen via bol: Aboikoni | Ik neem je mee
Kopen via deze site: contactformulier

Zwart in kinderboeken (1880-1980)

zwart-sambo-tien-kleine-negertjes-pijpjedrop-pompernikkel-en-anderen-jeroen-kapelle-en-dirk-j-tang
Zwart. Sambo, Tien kleine negertjes, PijpjeDrop, Pompernikkel en anderen. Het beeld van de zwarte mens in de Nederlandse illustratiekunst 1880-1980 (Jeroen Kapelle en Dirk J. Tang, 2008)

De lange sierlijke titel van Zwart doet wellicht vermoeden dat dit boek bedoeld is voor een kleine groep academici en geëngageerde sujetten, maar dat is onterecht. Het 96 pagina’s tellende Zwart – Sambo, Tien kleine negertjes, PijpjeDrop, Pompernikkel en anderen. Het beeld van de zwarte mens in de Nederlandse illustratiekunst 1880-1980, geschreven door Jeroen Kapelle en Dirk J. Tang (2008), behelst precies wat de titel suggereert: het beeld van (de)koloniale illustraties uit Nederlandse kinderboeken van de vorige eeuw duiden en wel in heel toegankelijke taal.

Zwart is geen pamflet. Ze roept niet op tot verongelijkt activisme. Koloniale karikaturale stereotypen worden onverbloemd geplaatst in historisch context zonder politieke woede. Niet iedereen zal daarvan gecharmeerd zijn, maar ikzelf kan die gelaagdheid en genuanceerde voorstelling van duistere menselijke gedragingen zeer waarderen.

Naar mijn weten kent Zwart geen voorganger in Nederland en zijn er geen andere boeken in ons polderland welke uitsluitend de relevantie van de wijze waarop etniciteit gerepresenteerd in kinderboeken wordt, zo elegant en uitgebreid serieus neemt als deze (1). Sambo, Tien kleine negertjes, PijpjeDrop, Golliwog, Pompernikkel komen allemaal aan bod. Misgeslagen goede bedoelingen krijgen woorden en aan het mysterieuze opduiken van Jan Compagnie naast Michiel de Ruyter in verhalen en prenten, wordt vakkundig een volledig hoofdstuk gewijd door historicus en publicist Dirk J. Tang.

jan compagnie
Jack Staller, afbeelding in: Graddy Boven, De Admiraal: Michiel Adriaenszoon de Ruyter, Zaltbommel (Aprilis) 2007, collectie KB uit: Zwart (Jeroen Kapelle en Dirk J. Tang, 2008)

Op de vraag ‘wie Jan Compagnie dan was?’ antwoordt Tang: dat is simpelweg niet meer te achterhalen. Toch wordt door het ruime aanbod van verschillende illustraties van Jan Compagnie met Michiel de Ruyter er een kleurrijk palet aan vergelijkingsbeeldmateriaal geschetst. Positieve ontwikkelingen worden ook belicht, want zo besluit Tang, uit de illustraties in De Admiraal: Michiel Adriaenszoon de Ruyter (2007) zijn negatieve stereotyperingen verdwenen.

Wordt Michiel de Ruyter hiermee niet in een al te positief nationalistisch rooskleurig narratief geplaatst? Felle criticasters zullen hoogstwaarschijnlijk stellen van wel. Anderzijds: het bestaan van deze gedekolonialiseerde illustraties verzwijgen of buiten de beeldvorming laten zou eveneens een vorm van geschiedsvervalsing zijn.

Zwart positioneert zwart in kinderboeken in een koloniaal historisch én actueel perspectief. Dit boek op de verplichte literatuurlijst binnen alle lagen van het Nederlands secundair onderwijscurriculum plaatsen, van het VMBO tot aan het Gymnasium, zou de geloofwaardigheid van een aantal fundamentele kerndoelen uit artikel 11b van de Wet op het Voorgezet Onderwijs (2) niet mistaan.

Anoniem, afbeelding in: P. Louwerse, Zwarte Sam, of een neger is ook een mensch, Zuthphen (Schillemans en Van Belkum) [1895] uit: Zwart - Sambo, Tien kleine negertjes, PijpjeDrop, Pompernikkel en anderen (Jeroen Kappelle en Dirk J. Tang, 2008)
Anoniem, afbeelding in: P. Louwerse, Zwarte Sam, of een neger is ook een mensch, Zuthphen (Schillemans en Van Belkum) [1895] uit: Zwart (Jeroen Kappelle en Dirk J. Tang, 2008)

Specificaties
Titel: Zwart. Sambo, Tien kleine negertjes, PijpjeDrop, Pompernikkel en anderen. Het beeld van de zwarte mens in de Nederlandse illustratiekunst 1880-1980.
Auteurs: Jeroen Kapelle m.m.v. Dirk J. Tang
Redactie: Saskia de Bodt
Fotografie: Koninklijke Bibliotheek
Vormgeving: Brigitte Slangen
Copyright: Uitgeverij d’jonge Hond (2007), Jeroen Kapelle, Dirk J. Tang (2008)
ISBN: 987 90 89100 78 8
Kopen: (liefst bij je) lokale boekhandel of bol.com

(1) Geen boek, maar een hele collectie: Curator Carl Haarnack is met zijn bijzondere privé collectie Buku – Bibliotheca Surinamica gespecialiseerd in zwarte stereotyperingen in historische kinder- en jeugdboeken. Haarnack schrijft hier regelmatig essays over op zijn blog.

(2) bedoelende onderdelen en toebehorende subonderdelen A (Nederlands), E (Mens en maatschappij) en F (kunst en cultuur) uit het besluit van 7 juni 2006, houdende vaststelling van de kerndoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs alsmede aanpassing van het Inrichtingsbesluit W.V.O. (Besluit kerndoelen onderbouw VO). PDF besluit 7 juni 2006 download link.

Weet jij hoe het is om anders te zijn?

werkgroepbijeenkomst jeugdboeken: weet jij hoe het is het om

anders zijn te zijn?

Aan de nostalgische Lairessestraat in Amsterdam Zuid ligt het thuishonk van de Vereniging van Letterkundigen (VvL) verscholen. Sinds 1905 genoemd het Van Deysselhuis, gelijk de naam van haar eerste voorzitter. Bij binnenkomst voel ik al gauw: dit is een warm bad. Een onopgesmukte ruimte vol van ongeveinsde gepassioneerde kinder- en jeugdboekenschrijvers.

Vandaag praten we over diversiteit in kinderboeken, georganiseerd door de bevlogen Werkgroep Jeugdboeken van de VvL.

“Niemand weet hoe het is om . . .

zo lang te zijn als ik.” Selma Noort, kinderboekenschrijfster en kunstschilder, hier in de rol als levendige discussieleidster, blikt met priemende ogen de groep in. In het lokaal instemmend geknik van haar collega schrijvers. Selma vangt aan met een anekdote gegrepen uit haar eigen leven. Ze is 54 als haar blik een paar maanden geleden op een prentenboek valt met de titel prijkend op de kaft Grote Henriette (of hoe Henriette geen vrienden had) in een lokale bibliotheek. Zou het echt?

Zgrote-henriëtteou ze eindelijk een kinderboek hebben getroffen over haar, een lange vrouw? Vol verwachting slaat de prachtig sprankelende lange Selma het prentenboek open.  Maar ‘kijk eens’, vertelt ze later, ‘wat grote Henriette moet doen voordat ze erbij hoort?’

10619902_807327495997267_7291958956728215727_o

1912500_807327739330576_2148407190469290289_o‘Ze wordt net zoals de anderen. Jaja, ook boeken kunnen vuistslagen uitdelen.’ Bovendien: Grote Henriette bleek niet over lang zijn te gaan, maar over verwaandheid. Nog nooit heeft Selma een boek gevonden waarin een lange vrouw (of meisje) de hoofdrol speelt. Ze vindt het wrang dat Henriette alsnog haar stelten uittrekt zodat zij tussen de anderen kan staan en de groep dan pas een arm om haar heen slaat. 

Waar ben ik?

Niet bestaan in kinderboeken. Die ervaring had ook Marieke Nijkamp van We Need Diverse diversifyaBooks, één van de gasten van het driekoppige discussiepanel dat voor deze bijeenkomst over diversiteit in kinderboeken uitgenodigd is. Marieke zocht tijdens haar kindertijd en adolescentie naar Nederlandse kinder- of jeugdboeken waarin zij zich met het hoofdpersonage identificeren kon. Tevergeefs. Zowel haar lichamelijke beperking als haar liefde voor vrouwen vond ze er zelden of niet in terug. Zelfs de vertaalde klassieker De geheime tuin van Francis Hodgson Burnett waarin neefje Collin met een handicap aan het einde wonderbaarlijk weer kan lopen, let wel, nádat hij zich ‘goed’ heeft leren te gedragen, geeft volgens Nijkamp de boodschap mee dat je maar beter zonder handicap kunt leven. Er iets mis met anders zijn is.

Je ‘anders zijn of voelen’ tegenkomen in een boek is je gekend voelen. Een kind krijgt daarmee de boodschap: je mag er zijn, je hoort bij de samenleving. Alle kinderen hebben het recht zichzelf in onze kinderboeken terug te vinden. Zolang kinderen en ouders niet in verscheidenheid gerepresenteerd in onze kinderboeken worden, verzwijgen en ontkennen we een deel van onze wereld, houden we de facto diversiteit verborgen in de marges van onze samenleving.

multiculturele hoofdpersonages

?????????????????????????????????????????????Illustrator Mylo Freeman, eveneens uitgenodigde van het discussiepanel, is één van de uitzonderingen op de regel. Of liever gezegd: veroorzaakt één van de uitzonderingen op de regel. Freeman schildert in haar prentenboeken multiculturele hoofdpersonages zoals in de series Prinses Arabella en Zaza. Vaak benoemt zij in haar boeken niet expliciet de multiculturele gedachte: de personages van multiculturele achtergrond worden als vanzelfsprekend in de verhaallijn opgenomen, net als hun centrale hoofdrol.

Naast de prentenboeken van Mylo Freeman zijn er nog enkele andere voo328940_135766546543554_1317641987_orbeelden te noemen waarin multiculturele hoofdpersonages het uitgangspunt vormen. Zoals bijvoorbeeld in de prentenboeken Het boek over een doek (Reineke Schermer), Eén, twee, drie vier: hoofddoek van plezier! (Jeanine Cronie), Kapitein Kat (Inga Moore), Het Madiba-boek (Nelson Mandela), Ivana, het prinsesje dat haar haren niet wilde kammen (Hilli Arduin) en Hier ben ik (Patti Kim). In de kinderboeken van Halil Gür, een Nederlandse kinderboekenschrijver van Turkse komaf, spelen Turkse kinderen vaak ook de hoofdrol en de kinder- en jeugdboeken De Duik (Sjoerd Kyper) en Vuurwerk in mijn hoofd (Roland Colastica) spelen zich af in en vanuit het dekoloniale perspectief van Curaçao.  

Toch ligt de nadruk op enkele, want naar ratio is de aanwezigheid van multiculturele hoofdpersonages in kinder- vuurwerk-in-mijn-hoofden jeugdboeken schrijnend als je bedenkt dat er per jaar ongeveer drieduizend kinderboektitels uitgegeven worden. Naar analogie van de conclusie van Weitzman et al. (1972) die in de jaren ’70 de representatie van gender (sekse) in kinderboeken in de VS onderzochten durf ik zelfs te stellen:

‘het is haast onmogelijk om de representatie van multiculturele hoofdpersonages in kinderboeken te onderzoeken omdat ze simpelweg onzichtbaar zijn.’

Die onzichtbaarheid gaat ook op voor andere gemarginaliseerde groeperingen zoals bijvoorbeeld kinderen die met een lichamelijke beperkingen leven en gezinnen met twee ouders van dezelfde sekse komen we zelden in onze gewone ‘niet gethematiseerde’ kinderboeken tegen.

de onzichtbare vraag

Uitgeverijen beargumenteren doorgaans dat de vraag naar multiculfaiza-is-mijn-heldturele of diversiteit in kinderboeken niet voldoende is. Heel wat schrijvers in de zaal hebben ongepubliceerde manuscripten liggen waarbij de uitgeverij het risico niet durfde te nemen omdat de personages niet zouden aansluiten op ‘wat de markt wil’. Of, ze hebben hun personages op verzoek van de uitgeverij moeten aanpassen. En, inderdaad: uit de boekhandelspraktijk blijkt dat ‘risicovolle inkopen’ vaak op de plank blijven liggen.

Kinderboekenschrijfster Netty van Kaathoven beaamt dat. Haar kinderboek Faiza is mijn held!, een verhaal over een meisje dat met haar ouders gevlucht uit Afrika is, werd in boekhandels amper ingekocht en verkocht. Totdat de uitgeverij (Clavis) haar boek aan een actie koppelde van een kinderwinkel waarbij een kinderboek uitgezocht mocht worden (4 titels). Faiza is mijn held! liep als een speer. Kinderen kozen haast unaniem voor Van Kaathoven’s boek. Dat geeft te denken dat de vraag wel degelijk bestaat, maar net zoals het veelal ontbreken van diversiteitspersonages in kinderboeken, de vraag zelf óók onzichtbaar is.

Om de vraag naar multiculturele kinderboeken zichtbaar te maken, moet je de doelgroep opzoeken. Dat ondervond ook Mylo Freeman, wiens prentenboeken inmiddels steeds meer opgemerkt worden door ook Surinaamse Nederlanders. ‘Daar moet je wel iets voor doen’, zegt Mylo. Freeman is actief met workshops op basisscholen, multiculturele kinderboekenprojecten en stond onlangs op de Natural Hair beurs in Rotterdam. Haar prentenboeken werden daar enthousiast ontvangen. ‘Wat leuk! Ik wist niet dat zulke kinderboeken bestonden!’ kreeg Mylo vaak te horen. ‘Dat betekent dat de vraag naar zulke kinderboeken er wel degelijk is.’

een nieuwe marketing benadering

‘Lezen is denken met het hoofd van een ander, in plaats dat van jezelf’ – A. Schopenhauer

Laat er geen misverstand over bestaan: de vraag naar diversiteitspersonages in kinderboeken strekt verder dan alleen het empowerende identificatieproces voor kinderen en ouders die zich ‘anders’ voelen. De fundamentele noodzaak van boeken wordt in de volwassen literatuur als vanzelfsprekend opgevat, maar als het gaat om kinder- en jeugdboeken lijken we ineens hetzelfde gegeven minder serieus te nemen. Terwijl uitgerekend kinderen en adolescenten kennis over de wereld veel sterker nog dan volwassenen als sponzen in hen kunnen opnemen. Dat laatste is geen ‘pedant literair’ vermoeden, maar een neurobiologisch feit van de hersenontwikkeling.

Kinderboekuitgeverijen zouden andere marketingtechnieken en personage keuzes kunnen maken om ook multiculturele en diversiteitskinderboeken onder de aandacht te brengen. Zowel de vraag als diversiteit zichtbaar maken. Niet thematisch, of oudbollig, maar zelfverzekerd en ongeveinsd zoals bijvoorbeeld zeer actieve jonge uitgeverij van Jurgen Maas, toegespitst op literatuur uit het Midden-Oosten en de multiculturele samenleving, die overal in het land de mensen ópzoekt. Zoals bijvoorbeeld de actie van Clavis en de ondernemersgeest van Mylo Freeman die haar prentenboeken onder de mensen krijgt.

leescultuur en avi-leesboeken

Toegeven: wat uitgeverijen en schrijvers zelf ook (zullen) doewie-doet-watn, er bestaat een grote groep mensen die zelden of nooit boeken koopt om welke reden dan ook. In het geval dat zij dit wel doen, zullen zij misschien niet snel geneigd zijn een kinderboek over ‘de ander’ te pakken, maar het vertrouwde van de plank te pakken.

Persoonlijk ben ik daarom een groot voorstander ervan om diversiteit in kinderboeken te institutionaliseren via het basisonderwijs: de AVI-leesboeken waarmee kinderen leren lezen. Zo is de kans groter dat je in potentie bijna alle kinderen in Nederland bereikt en de toegang tot diversiteitskinderboeken, laat staan het kopen ervan, niet laat afhangen van de gezinnen waarin zij toevallig opgroeien.

De werkgroep Jeugdboeken van de VvL en het discussiepanel Diversiteit in kinderboeken kwam bijeen op vrijdag 28 november 2014. Georganiseerd door o.a. Mina Witteman, voorzitter van de VvL. Gespreksleider: Selma Noort. Disucssiepanel: Marieke Nijkamp (We need Diverse Books), Mylo Freeman (illustrator) en Kim Blackburn (Spinzi, emancipatie, representatie en diversiteit in kinderboeken). Aanwezig: Netty van Kaathoven, Henk Hardekamp, Marco Kunst, Karlijn Stoffels, Halil Gür, Joke de Jonge, Saskia van der Wiel, Wilma Degeling en … ?