Getest in de klas: 1, 2, 3, 4: Hoofddoek van plezier!

Reza met boek op de kop, Sophie, Gerlad en ikHet is donderdagochtend 9 uur. Buiten is het koud en grijs. De nevelige duisternis van de vroege ochtend sluimert nog om de school. In deze serene sfeer zit ik met mijn kleutervrienden in de kring. Ze kijken me verwachtingsvol aan. Het volmaakte moment voor een goed boek. Ik laat het prentenboek van Jeanine Cronie zien en lees de titel voor: ‘1,2,3, 4: Hoofddoek van plezier!’

Chahid (4 jaar) veert meteen op: “Mijn moeder draagt ook altijd een hoofddoek. Buiten. Maar niet in bed. Ze heeft veel hoofddoeken. Blauw, groen, rood, roze, paars en geel. Als het warm is draagt ze een roze doek en als het koud is, een blauwe. Als ik jarig ben draagt ze een groene hoofddoek want zij houdt van groen”.

“Is het een blinddoek?” vraagt Jurriaan. “Een hoofddoek”, antwoordt Chahid. ” Mijn moeder heeft een eigen kast vol hoofddoeken”.

We bekijken de voorkant van het prentenboek. Ik vertel dat de zus van de schrijver, ze heet Totie Cronie, de tekeningen heeft gemaakt. De kinderen maken waarderende geluiden. Een zus die tekeningen maakt is vertrouwd en magisch tegelijk. Op de voorkant van het boek staat een dame met een gekleurde hoofddoek. Het is de oma van Kate die vandaag jarig is. De hoofddoek die zij draagt is een Surinaamse hoofddoek, een angisa. 

“Ik heb ook een oma in Suriname”, zegt Gerald. Gerald is een paar maanden geleden in Suriname geweest met zijn familie. Ik vraag of zijn oma ook een hoofddoek draagt. ” Ze draagt geen hoofddoek maar in Suriname heeft iedereen dezelfde kleur als ik. En er is heel veel kauwgom in de winkel. Potten vol met kauwgom. En we aten lasagne”.

“Ik ben ook in ‘Sunirame’ geweest”, zegt Taylan. Taylan is vaak creatief met de waarheid. In het weekend heeft hij verschillende connecties met draken en ook heeft hij ooit meegedeeld David Bowie persoonlijk te kennen. ( “Je weet toch…David Bowie. Van het winkelcentrum…Is jouw broer toch, Kay?”) Maar als Sneeuwwitje te eng wordt, klimt hij steeds op mijn schoot. Daarom luisteren we allemaal goedmoedig naar de creatieve waarheid van Taylan betreffende Sunirame.

Ik open het boek en begin te lezen. De oma van Kate is jarig maar waar blijft oma nou? Oma wil haar verjaardag niet vieren; ze is haar hoofddoek kwijt. Kate gaat op zoek naar de hoofddoek van haar oma. Ik laat de eerste tekening zien. Het tonen van de illustraties is een belangrijk ritueel in de klas. Als ik de tekeningen te snel de kring laat rondgaan, wordt dit geheel terecht, niet gewaardeerd. Kinderen willen niets missen van de tekeningen in een prentenboek. Bij dit prentenboek is het goed bekijken van de illustraties van belang want de hoofddoek van oma is op verschillende pagina’s subtiel verstopt. De kinderen hebben het door: Aha daar is de hoofddoek! Samenzweerderig en alwetend luisteren en kijken ze. Vol aandacht. Het is een fijne, spannende sensatie dat zij iets weten wat de hoofdpersonen Kate en haar oma nog niet weten: de hoofddoek van oma is in het heimelijke bezit van broertje Kevin. Een punt van de hoofddoek steekt uit zijn speelgoedauto.

Tijdens de zoektocht vertelt oma over de verschillende manieren van vouwen van de doek. Een gele doek met drie omhoog staande punten wil ze op haar verjaardag niet dragen. Drie omhoog staande punten betekenen dat je boos bent. Een punt naar achteren zegt: volg mij. Een punt opzij: Ik zie je op de hoek. Een punt omhoog: Laat ze maar praten. 

Gelukkig vindt Kate uiteindelijk toch de feestelijke hoofddoek. Het feest kan beginnen. Met één: taart. Twee: bezoek. Drie: Veel cadeautjes en Vier: de hoofddoek van plezier!

De kleuters schuiven onrustig heen en weer. Het oer-thema der kleuterwereld is onmiskenbaar gepresenteerd. Jarig zijn. Ik weet nu dat er een groots verlangen is om iets te roepen over een verjaardag, bij voorkeur de verjaardag van henzelf. Dat die verjaardag driekwart jaar geleden is, maakt een kleuter helemaal niets uit. Sophie zit links van me. Ze houdt het niet meer: “Ik was gister jarig!” roept ze. Sophietje was inderdaad gister ontzettend jarig. Op de dag dat zij 5 jaar werd, kwam ze in een nylon prinsessenjurk naar school. Haar aura was ook hemelsblauw, ze straalde van trotse vreugde. Haar vriendinnen fladderden als vlinders om haar heen. 

Als ik het boek heb dichtgedaan zie ik dat Hannah, lieve eigenzinnige Hannah die net op school is en tijd nodig heeft om alles te observeren, haar kaal geknuffelde naar Hannah ruikende knuffel op haar hoofd heeft gelegd. “Dit betekent blij”, zegt ze beslist. Noortje legt een pluche giraffe op haar hoofd. Guus en Jurriaan, altijd in gezelschap van hun knuffelhonden dragen ook hun knuffels als een hoofddoek. “Blij”, roepen ze en ze dansen in de kring. Reza en Noortje trekken hun vestjes uit en knopen deze strak om hun hoofd. “Dit betekent gek”, zegt Reza. Inderdaad gek. Ans Aarsema en Bea Hofman van het Batavierenplantsoen-stijl. Voor hen die in de jaren ‘80 tv keken: De alter ego’s van Arjan Ederveen en Tosca Niterink.

Chahid en Taiif trekken de capuchon van hun trui over hun hoofd. Coole blik. “Dit betekent stoer”, zeggen ze. Bijna alle kleuters staan nu in de kring hun imaginaire hoofddoek te showen. 1,2,3,4 alle kleuters hebben plezier.

Ik hoef de kleuters niet te vragen naar hun mening betreffende verhaallijn, de geloofwaardigheid van de hoofdpersonen of het kleurgebruik van de illustraties. Dat zij 1,2,3,4 Hoofddoek van plezier een goed boek vinden, heb ik kunnen zien. Tijdens het voorlezen waren er geen verlangende blikken naar de knutseltafel of de bouwhoek, geen heimelijk gefluisterde dialogen over de poes of Sesamstraat en geen pogingen om de inhoud der neusgaten te inspecteren.

Chahid en Gerald hadden de kans iets te vertellen over hun eigen wereld. Alle kinderen keken en luisterden in stilte. Na afloop ontstond er de prachtige, lieftallige anarchie die er altijd is als jonge kinderen zich aangesproken voelen. Een goed prentenboek ervaren kleuters als een autobiografie.

Graag raden de lieftallige anarchisten van kleuterklas 2kb van basisschool De Biënkorf te Amsterdam-Noord en ikzelf u aan: prentenboek 1,2,3,4 Hoofddoek van plezier van Jeanine Cronie ( tekst ) en Totie Cronie (illustraties ). Uitgeverij Maopé.

Door: Miriam Bouwens, Amsterdam 27 januari 2015
www.miriambouwens.blogspot.com

Kinderboekendoen-tip: Na het prentenboek Eén, twee, drie, vier: hoofddoek van plezier! hebben de kinderen zichzelf getekend en daarna voorzien van een hoofddoek, hoed of wat ze zelf mooi vonden. Met gekleurde stofjes, net als de echte hoofddoek van plezier.

Hoofddoek van plezier- Reza met boek, Gerald, sophie en ikhoofddoek van plezier- Geralds creatie  Hoofddoek van plezier- Reza's hand maakt hoofddoek van plezier- sophie maakt Hoofdoek van plezier- Tomas' creatie

Angisa: een hoofddoek van plezier! En andere verborgen romantiek.

een_twee_drie_vier_hoofddoek_van_plezier“Eén, twee, drie, vier: hoofddoek van plezier!”  is een prentenboek over Kate en haar oma. Oma is jarig, maar niet vrolijk; ze kan haar hoofddoek niet vinden!

Kate zoekt hem, en leert ondertussen van alles over angisa’s, Surinaamse hoofddoeken. Elke vouwwijze heeft een naam en betekenis. Met de manier waarop haar angisa gevouwen is, laat de draagster zien of ze boos is of juist vrolijk, ze kan ermee flirten en ruzie maken: met haar hoofddoek spreekt ze de angisa tori, de geheimtaal van de angisa.

Dit is niet alleen een prachtig prentenboek met een leuk verhaal waar álle kinderen van zullen genieten, je krijgt nog iets extra’s, namelijk uitleg over de angisa.

Surinaamse dames in Kotomisi.
Surinaamse dames in Kotomisi.

Het geven van namen aan hoofddoeken is een gebruik dat is meegenomen naar Suriname vanuit West-Afrika. Tijdens maar ook na de slavernij heeft de hoofddoek zich ontwikkeld tot een uniek Surinaams communicatiemiddel. De vouwkunst en betekenissen worden nog altijd mondeling doorgegeven. Angisa’s worden tegenwoordig vooral gedragen bij feestelijke gelegenheden: verjaardagen of, uiteraard, op 1 juli Keti Koti, de dag waarop de afschaffing van de slavernij wordt gevierd.

Over de angisa’s vind je meer informatie op de site van http://www.hetkotomuseum.org/angisa-tori/hoofddoeken.html

Via de site van het Koto Museum is ook een interessant boek (voor volwassenen) over de geschiedenis, betekenis en vouwwijzen van de angisa’s te bestellen. Voor wie daarin is geïnteresseerd.

Hoewel op het doorgeven van boodschappen via de angisa een extra lading drukt van vrijheid zoeken in tijden van slavernij, zijn er door de eeuwen heen diverse codetalen ontwikkeld voor snelle, eenvoudige communicatie ook tussen mensen die niet kunnen lezen en schrijven, of om boodschappen geheim te houden voor buitenstaanders. Tekens die dieven met krijt op voordeuren schrijven (‘hier valt niks te halen’ bijvoorbeeld),  Noordse runen die richting aanwezen of waarschuwden voor slechtgezinde bewoners van een huis, gaten in of beren op de weg, de liefdestaal van postzegels en bloemen. Waar afstand of vooral sociale conventies gesprekken lastig maken, vinden mensen, vooral geliefden, altijd een manier om tóch met elkaar contact te kunnen houden, hoe kort en bondig dat ook is.

postzegeltaalPostzegeltaal was een ware rage in het Europa van de jaren vijftig van de 20e eeuw, maar werd ook eerder al beoefend. Het was niet ongebruikelijk dat moeders de post doornamen om te controleren of alle post aan haar kinderen, vooral dochters uiteraard, wel binnen de grenzen van het betamelijke bleef.

"Hij houdt van me, hij houdt niet van me, hij houdt van me..."
“Hij houdt van me, hij houdt niet van me, hij houdt van me…”

Ook werd er van oudsher ‘gesproken’ via bloemen; nu nog. Rode rozen staan voor liefde, witte rozen voor vriendschap, bijvoorbeeld. Het vergeet-me-nietje… In de toneelstukken van Shakespeare vind je de nodige voorbeelden die minder voor de hand liggen, zoals sleutelbloemen voor wijze raad. Begin 18e eeuw was het in Europa een rage voor communicatie tussen geliefden. Lady Mary Wortley Montagu woonde toen met haar echtgenoot in Turkije, en ontdekte (of leerde?) dat via boeketten discrete boodschappen kunnen worden overgebracht, die ook taalgrenzen slechten. Zelfs in hoe een bloem of boeket wordt overhandigd, kan een boodschap schuilen. Met bloemen valt zelfs te divineren. Dit is bewaard gebleven in het bekende kinderspelletje: pluk een madeliefje, en pluk één voor één de blaadjes terwijl je bij elk blaadje beurtelings ‘hij houdt van me’ en ‘hij houdt niet van me’ zegt. Het laatste blaadje geeft de stand van zaken weer.

Hier moest ik allemaal aan denken toen ik “Hoofddoek van plezier!” las. Dit bijzondere boek is uitgegeven in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij. Een aanrader voor wie kinderen iets wil vertellen over de achtergrond van Suriname, maar ook los daarvan is het een fijn prentenboek over symbolische culturele taalgebruiken; de slavernij wordt niet expliciet aangekaart.

Specificaties:
Titel: Eén, twee, drie, vier: hoofddoek van plezier!
Auteur: Jeanine Cronie
Illustraties: Totie Cronie
ISBN: 9789089340009
Genre: Prentenboeken 3-8 jaar
Uitgeverij: Jeanine Cronie
Verschenen: 09-07-2013
Type: Hardback
Pagina aantal: 32
Prijs €: 13,50

‘Er bestaan toch geen zwarte prinsesjes?’

Foto Mylo Freeman, door: Macy Raven

Mylo Freeman is aan de Rietveld Academie opgeleid tot illustratrice, en bij het grote publiek vooral bekend om haar prentenboeken over Prinses Arabella, al maakte ze ook tal van andere boeken. Haar vader is Amerikaans, haar moeder Nederlandse.

Prinses Arabella is een groot succes, ook internationaal; de Nigeriaanse druk is net verschenen, en wordt verspreid door het hele land. Onlangs werd het prentenboek Prinses Arabella en de Sint gepresenteerd – reden voor een ontmoeting met deze bijzondere vrouw. Waarom maakt ze kinderboeken en creëerde zij Prinses Arabella?

Ooit vertelde iemand Mylo over een klein Surinaams meisje genaamd Jahkini. Zij kreeg de rol van prinses toebedeeld in een schooltoneelstuk, maar zij weigerde pertinent. ‘Er bestaan toch helemaal geen zwarte prinsesjes?’, was haar antwoord. Nadat Mylo dit verhaal hoorde, besloot zij hier meteen iets mee te doen. Er moest een prentenboek komen over een zwart prinsesje! Dat werd prinses Arabella, een donker prinsesje met een sterke wil.

Inmiddels is er een hele serie Arabella-boeken verschenen, met zelfs een theater- en muziekvoorstelling. Arabella zou zich ook perfect lenen voor een animatieserie voor de kleintjes. Wat niet is kan nog komen…!

Ik zag Mylo Freeman voor het eerst ‘in het echt’ bij Sinterklaas Curated, een middag in de Verhalenkamer in Amsterdam Noord. Een aangename, gemoedelijke middag voor de presentatie van progressieve sinterklaasverhalen met nieuwe Pieten. Mylo is een opvallende verschijning. Lang, mooi, maar vooral: ze lijkt in balans, komt over als een sterke vrouw die goed weet wat ze wil en hoe ze dat gaat bereiken. We spraken af in haar atelier in Amsterdam, een prettige, lichte ruimte, met als eye catcher een prachtige verzameling donkere barbies.

Het wonderlijke is, dat Nederland al decennia lang multicultureel is, maar dat er maar weinig kinderboeken verschijnen die je divers kunt noemen. Bijna alle kinderboekenkinderen zijn blank. Als er al kinderen met een donkerder kleurtje in voorkomen dan spelen zij zelden de hoofdrol, of wordt het verhaal thematisch aangepakt.

Gewoon leuke, spannende boeken over kinderen met een multiculturele achtergrond zijn er maar weinig. Deels wordt de doelgroep nauwelijks door uitgevers bereikt, terwijl de interesse er wel degelijk is. Je bereikt hen alleen op andere plekken. Via de scholen, of zoiets als het Prinsen & Prinsessen Project dat plaatsvond tijdens de Kinderboekenweek 2014 in het Bijlmer Theater. Zet een tafel met boeken neer op een plek waar men toch al komt, en er blijkt heel veel belangstelling. Juist voor kinderen die normaal níet met kunst en boeken in aanraking komen is dat heel belangrijk. Zeker nu bibliotheken moeten bezuinigen of zelfs sluiten.

Kinderboeken moeten het land in! Dit vraagt alleen een andere manier van kijken naar ‘de markt’, waar boekhandels en uitgeverijen vaak nog wat traditioneler zijn in werkwijze en verkoopkanalen. Overigens zijn deze boeken beslist niet alleen bedoeld voor kinderen met een donkerder tintje. Het is belangrijk dat álle kinderen zichzelf gespiegeld zien, en kennismaken met een ruimere wereld.

“Kinderen hebben de behoefte aan zowel spiegels als ramen. Veel gekleurde kinderen zien de wereld alleen via ramen en zij hebben spiegels nodig. Andere kinderen zien alleen spiegels en zij moeten de wereld ook door ramen leren zien.” – Sharron McElmeel

Mylo las eens voor in Amsterdam Osdorp uit haar prentenboek Prinses Arabella en Prins prinses-arabella-en-prins-mimoenMimoen. Als daar iets te doen is, komen er veel moeders met Marokkaanse roots met hun kinderen. Eén van de kinderen werd helemaal blij toen hij de illustratie zag van de moeder van Mimoen: “Kijk mama, dat ben jij!”

Niet alleen met boeken als die over Prinses Arabella werkt Mylo Freeman actief aan het vergroten van de diversiteit in kinderboeken. Zij is momenteel coach van een project in Antwerpen, waarbij 10 schrijvers gekoppeld zijn aan 10 illustratoren, om te komen tot 10 prentenboeken over een keur aan Antwerpse, multiculturele kinderen en hun belevenissen. Deze boeken worden in een box aangeboden aan scholen en bibliotheken.

Nog vóór je woorden leert, word je geconfronteerd met beelden. Om je heen, hoe je gezin en huis eruitzien, maar ook via prentenboeken, televisie en dergelijke. Die beelden zijn vormend, het zijn zaadjes die bepalen hoe jij later de wereld ervaart, wat je normaal vindt en als prettig of juist beangstigend ervaart. Laat die eerste zaadjes in de ziel positief zijn, en veelomvattend. Dat maakt de wereld er alleen maar mooier op!

Wil je meer informatie over Mylo Freeman? http://www.mylofreeman.com

Weet jij hoe het is om anders te zijn?

werkgroepbijeenkomst jeugdboeken: weet jij hoe het is het om

anders zijn te zijn?

Aan de nostalgische Lairessestraat in Amsterdam Zuid ligt het thuishonk van de Vereniging van Letterkundigen (VvL) verscholen. Sinds 1905 genoemd het Van Deysselhuis, gelijk de naam van haar eerste voorzitter. Bij binnenkomst voel ik al gauw: dit is een warm bad. Een onopgesmukte ruimte vol van ongeveinsde gepassioneerde kinder- en jeugdboekenschrijvers.

Vandaag praten we over diversiteit in kinderboeken, georganiseerd door de bevlogen Werkgroep Jeugdboeken van de VvL.

“Niemand weet hoe het is om . . .

zo lang te zijn als ik.” Selma Noort, kinderboekenschrijfster en kunstschilder, hier in de rol als levendige discussieleidster, blikt met priemende ogen de groep in. In het lokaal instemmend geknik van haar collega schrijvers. Selma vangt aan met een anekdote gegrepen uit haar eigen leven. Ze is 54 als haar blik een paar maanden geleden op een prentenboek valt met de titel prijkend op de kaft Grote Henriette (of hoe Henriette geen vrienden had) in een lokale bibliotheek. Zou het echt?

Zgrote-henriëtteou ze eindelijk een kinderboek hebben getroffen over haar, een lange vrouw? Vol verwachting slaat de prachtig sprankelende lange Selma het prentenboek open.  Maar ‘kijk eens’, vertelt ze later, ‘wat grote Henriette moet doen voordat ze erbij hoort?’

10619902_807327495997267_7291958956728215727_o

1912500_807327739330576_2148407190469290289_o‘Ze wordt net zoals de anderen. Jaja, ook boeken kunnen vuistslagen uitdelen.’ Bovendien: Grote Henriette bleek niet over lang zijn te gaan, maar over verwaandheid. Nog nooit heeft Selma een boek gevonden waarin een lange vrouw (of meisje) de hoofdrol speelt. Ze vindt het wrang dat Henriette alsnog haar stelten uittrekt zodat zij tussen de anderen kan staan en de groep dan pas een arm om haar heen slaat. 

Waar ben ik?

Niet bestaan in kinderboeken. Die ervaring had ook Marieke Nijkamp van We Need Diverse diversifyaBooks, één van de gasten van het driekoppige discussiepanel dat voor deze bijeenkomst over diversiteit in kinderboeken uitgenodigd is. Marieke zocht tijdens haar kindertijd en adolescentie naar Nederlandse kinder- of jeugdboeken waarin zij zich met het hoofdpersonage identificeren kon. Tevergeefs. Zowel haar lichamelijke beperking als haar liefde voor vrouwen vond ze er zelden of niet in terug. Zelfs de vertaalde klassieker De geheime tuin van Francis Hodgson Burnett waarin neefje Collin met een handicap aan het einde wonderbaarlijk weer kan lopen, let wel, nádat hij zich ‘goed’ heeft leren te gedragen, geeft volgens Nijkamp de boodschap mee dat je maar beter zonder handicap kunt leven. Er iets mis met anders zijn is.

Je ‘anders zijn of voelen’ tegenkomen in een boek is je gekend voelen. Een kind krijgt daarmee de boodschap: je mag er zijn, je hoort bij de samenleving. Alle kinderen hebben het recht zichzelf in onze kinderboeken terug te vinden. Zolang kinderen en ouders niet in verscheidenheid gerepresenteerd in onze kinderboeken worden, verzwijgen en ontkennen we een deel van onze wereld, houden we de facto diversiteit verborgen in de marges van onze samenleving.

multiculturele hoofdpersonages

?????????????????????????????????????????????Illustrator Mylo Freeman, eveneens uitgenodigde van het discussiepanel, is één van de uitzonderingen op de regel. Of liever gezegd: veroorzaakt één van de uitzonderingen op de regel. Freeman schildert in haar prentenboeken multiculturele hoofdpersonages zoals in de series Prinses Arabella en Zaza. Vaak benoemt zij in haar boeken niet expliciet de multiculturele gedachte: de personages van multiculturele achtergrond worden als vanzelfsprekend in de verhaallijn opgenomen, net als hun centrale hoofdrol.

Naast de prentenboeken van Mylo Freeman zijn er nog enkele andere voo328940_135766546543554_1317641987_orbeelden te noemen waarin multiculturele hoofdpersonages het uitgangspunt vormen. Zoals bijvoorbeeld in de prentenboeken Het boek over een doek (Reineke Schermer), Eén, twee, drie vier: hoofddoek van plezier! (Jeanine Cronie), Kapitein Kat (Inga Moore), Het Madiba-boek (Nelson Mandela), Ivana, het prinsesje dat haar haren niet wilde kammen (Hilli Arduin) en Hier ben ik (Patti Kim). In de kinderboeken van Halil Gür, een Nederlandse kinderboekenschrijver van Turkse komaf, spelen Turkse kinderen vaak ook de hoofdrol en de kinder- en jeugdboeken De Duik (Sjoerd Kyper) en Vuurwerk in mijn hoofd (Roland Colastica) spelen zich af in en vanuit het dekoloniale perspectief van Curaçao.  

Toch ligt de nadruk op enkele, want naar ratio is de aanwezigheid van multiculturele hoofdpersonages in kinder- vuurwerk-in-mijn-hoofden jeugdboeken schrijnend als je bedenkt dat er per jaar ongeveer drieduizend kinderboektitels uitgegeven worden. Naar analogie van de conclusie van Weitzman et al. (1972) die in de jaren ’70 de representatie van gender (sekse) in kinderboeken in de VS onderzochten durf ik zelfs te stellen:

‘het is haast onmogelijk om de representatie van multiculturele hoofdpersonages in kinderboeken te onderzoeken omdat ze simpelweg onzichtbaar zijn.’

Die onzichtbaarheid gaat ook op voor andere gemarginaliseerde groeperingen zoals bijvoorbeeld kinderen die met een lichamelijke beperkingen leven en gezinnen met twee ouders van dezelfde sekse komen we zelden in onze gewone ‘niet gethematiseerde’ kinderboeken tegen.

de onzichtbare vraag

Uitgeverijen beargumenteren doorgaans dat de vraag naar multiculfaiza-is-mijn-heldturele of diversiteit in kinderboeken niet voldoende is. Heel wat schrijvers in de zaal hebben ongepubliceerde manuscripten liggen waarbij de uitgeverij het risico niet durfde te nemen omdat de personages niet zouden aansluiten op ‘wat de markt wil’. Of, ze hebben hun personages op verzoek van de uitgeverij moeten aanpassen. En, inderdaad: uit de boekhandelspraktijk blijkt dat ‘risicovolle inkopen’ vaak op de plank blijven liggen.

Kinderboekenschrijfster Netty van Kaathoven beaamt dat. Haar kinderboek Faiza is mijn held!, een verhaal over een meisje dat met haar ouders gevlucht uit Afrika is, werd in boekhandels amper ingekocht en verkocht. Totdat de uitgeverij (Clavis) haar boek aan een actie koppelde van een kinderwinkel waarbij een kinderboek uitgezocht mocht worden (4 titels). Faiza is mijn held! liep als een speer. Kinderen kozen haast unaniem voor Van Kaathoven’s boek. Dat geeft te denken dat de vraag wel degelijk bestaat, maar net zoals het veelal ontbreken van diversiteitspersonages in kinderboeken, de vraag zelf óók onzichtbaar is.

Om de vraag naar multiculturele kinderboeken zichtbaar te maken, moet je de doelgroep opzoeken. Dat ondervond ook Mylo Freeman, wiens prentenboeken inmiddels steeds meer opgemerkt worden door ook Surinaamse Nederlanders. ‘Daar moet je wel iets voor doen’, zegt Mylo. Freeman is actief met workshops op basisscholen, multiculturele kinderboekenprojecten en stond onlangs op de Natural Hair beurs in Rotterdam. Haar prentenboeken werden daar enthousiast ontvangen. ‘Wat leuk! Ik wist niet dat zulke kinderboeken bestonden!’ kreeg Mylo vaak te horen. ‘Dat betekent dat de vraag naar zulke kinderboeken er wel degelijk is.’

een nieuwe marketing benadering

‘Lezen is denken met het hoofd van een ander, in plaats dat van jezelf’ – A. Schopenhauer

Laat er geen misverstand over bestaan: de vraag naar diversiteitspersonages in kinderboeken strekt verder dan alleen het empowerende identificatieproces voor kinderen en ouders die zich ‘anders’ voelen. De fundamentele noodzaak van boeken wordt in de volwassen literatuur als vanzelfsprekend opgevat, maar als het gaat om kinder- en jeugdboeken lijken we ineens hetzelfde gegeven minder serieus te nemen. Terwijl uitgerekend kinderen en adolescenten kennis over de wereld veel sterker nog dan volwassenen als sponzen in hen kunnen opnemen. Dat laatste is geen ‘pedant literair’ vermoeden, maar een neurobiologisch feit van de hersenontwikkeling.

Kinderboekuitgeverijen zouden andere marketingtechnieken en personage keuzes kunnen maken om ook multiculturele en diversiteitskinderboeken onder de aandacht te brengen. Zowel de vraag als diversiteit zichtbaar maken. Niet thematisch, of oudbollig, maar zelfverzekerd en ongeveinsd zoals bijvoorbeeld zeer actieve jonge uitgeverij van Jurgen Maas, toegespitst op literatuur uit het Midden-Oosten en de multiculturele samenleving, die overal in het land de mensen ópzoekt. Zoals bijvoorbeeld de actie van Clavis en de ondernemersgeest van Mylo Freeman die haar prentenboeken onder de mensen krijgt.

leescultuur en avi-leesboeken

Toegeven: wat uitgeverijen en schrijvers zelf ook (zullen) doewie-doet-watn, er bestaat een grote groep mensen die zelden of nooit boeken koopt om welke reden dan ook. In het geval dat zij dit wel doen, zullen zij misschien niet snel geneigd zijn een kinderboek over ‘de ander’ te pakken, maar het vertrouwde van de plank te pakken.

Persoonlijk ben ik daarom een groot voorstander ervan om diversiteit in kinderboeken te institutionaliseren via het basisonderwijs: de AVI-leesboeken waarmee kinderen leren lezen. Zo is de kans groter dat je in potentie bijna alle kinderen in Nederland bereikt en de toegang tot diversiteitskinderboeken, laat staan het kopen ervan, niet laat afhangen van de gezinnen waarin zij toevallig opgroeien.

De werkgroep Jeugdboeken van de VvL en het discussiepanel Diversiteit in kinderboeken kwam bijeen op vrijdag 28 november 2014. Georganiseerd door o.a. Mina Witteman, voorzitter van de VvL. Gespreksleider: Selma Noort. Disucssiepanel: Marieke Nijkamp (We need Diverse Books), Mylo Freeman (illustrator) en Kim Blackburn (Spinzi, emancipatie, representatie en diversiteit in kinderboeken). Aanwezig: Netty van Kaathoven, Henk Hardekamp, Marco Kunst, Karlijn Stoffels, Halil Gür, Joke de Jonge, Saskia van der Wiel, Wilma Degeling en … ?

BLOEI (Marita de Sterck) – Rijke schatkist vol volksverhalen van over de hele wereld

***** 5/5 sterren op diversiteit en gender

Wie is er bang voor de boze wolf….?BLOEI Verhalen vormen en verklaren de wereld waarin we leven. Opgehaalde herinneringen, sterke vertellingen, sprookjes, sagen en legendes, mythen. Uit verhalen leer je hoe we met elkaar om horen te gaan, hoe de verhoudingen liggen. Verhalen bereiden je voor op volgende fases in je leven, hoe het gaat als je van kind volwassen wordt. Wat er voortaan van je verwacht wordt, hoe je een goed mens bent en wanneer je de grenzen van het betamelijke overschrijdt.

In het Nederland van de 21e eeuw doen we bijna niet meer aan overgangsrituelen. De kerk heeft voor velen afgedaan, het religieuze is een privézaak geworden. Ook verhalen vertellen wordt nog maar weinig gedaan, net als zelf luidkeels zingen. Ik durf er wat om te verwedden dat de slechte lichamelijke conditie van veel mensen hier, samenhangt met ons stoppen met zingen. Maar dat is een ander onderwerp. Hier wil ik vertellen over BLOEI: “zestig volksverhalen uit de hele wereld die van meisjes vrouwen maken, verzameld en naverteld door Marita de Sterck”.

We delen nog maar weinig, geen verhalen bij het haardvuur in elk geval, en dit boek probeert die geestelijke armoe aan te vullen. Marita de Sterck is antropoloog en jeugdauteur, en verzamelt al meer dan 25 jaar volksverhalen uit de hele wereld waarin vrouwelijkheid centraal staat. In BLOEI zijn haar zestig favorieten gebundeld. Haar reden? “Volksverhalen doen groeien. Dat is van alle tijden en plaatsen. Maar de verhalen die van meisjes vrouwen maken, zijn bij ons te weinig bekend. In de meeste geschreven versies die we kennen is het zout uit de pap.”

Ik kocht dit boek voor mijn dochter. Zij is nu tien, en ik wil haar meegeven dat de wereld aan haar voeten ligt, en er veel meer mogelijk is dan de beperkte matrix van de Disney-prinsesjes. En vooral geef ik haar graag de sleutel van de verbeelding mee.

In BLOEI komen verhalen samen uit Afrika, Amerika, Azië, Europa en Oceanië. De pekduivel uit Vlaanderen (het verhaal waarmee Marita de Sterck zelf opgroeide) ontmoet de getande vagina uit Siberië, de regenboogslang uit Australië en de pythonbruidegom uit Mali. De verschillen zijn groot: in klimaat en cultuur, en de plaats die meisjes en vrouwen in elke gemeenschap innemen.

Tegelijkertijd zijn er veel overeenkomsten. We zijn allemaal mensen, hetzelfde rode bloed stroomt door ieders aderen, we wonen op dezelfde aarde die beschenen wordt door één zon. Al die verschillende verhalen dragen hun wijsheid op ons over. Wil je weten hoe de maan aan zijn vlekken kwam? De Ticuna-Indianen uit Brazilië kunnen het je vertellen. Of wat er nu écht tussen Roodkapje, haar grootmoeder en de wolf heeft gespeeld? Dat verhaal is een stuk rauwer dan we het meestal kennen. En de Portugese prinses, die van haar stiefmoeder over de verschrikkelijke blauwe stier moest waken; stiefmoeder hoopte dat hij het prinsesje zou vermorzelen, maar hij willigde juist al haar wensen in, en vluchtte met haar weg van de stiefmoeder door het koperen bos met de driekoppige slang, het zilveren bos met de zeskoppige slang en het gouden bos met de negenkoppige slang. De blauwe stier vocht met alle drie op leven en dood, raakte steeds erger gewond, maar won, en beschermde de prinses. Dan draagt hij haar op hem te doden, en zijn hart apart te begraven. Dat doet ze, en dan blijkt hij natuurlijk een prins, en hun harten kloppen allebei even wild…

Dit boek moet gelezen worden! Door alle meisjes en vrouwen, zij kunnen er kracht en voorbeelden aan ontlenen. Maar ook door alle jongens en mannen, omdat de verhalen bij iedereen de verbeelding tarten en wekken. Een boek om vrolijk van te worden en af en toe bij te huiveren, een boek als een rijke, veelkleurige schatkist!

Specificaties
Titel: BLOEI – zestig volksverhalen uit de hele wereld die van meisjes vrouwen maken
Tekst: Marita de Sterck
ISBN: 9789085422013
Gender:  ***** 5/5 diversiteit en gender
Etniciteit:  **** 4/5 diversiteit en etniciteit
Uitgeverij: De Bezige Bij Antwerpen
Verschenen: 16-03-2010
Type: Hardback
Pagina aantal: 248
Prijs €:

Te koop bij:

22,50

Spinzi en Bol