Nieuw: Het verhaal van Sinterklaas – Sjoerd Kuyper (2018)

Medio november komt er een nieuw bijzonder Gouden Boekje uit: Het verhaal van Sinterklaas van Sjoerd Kuyper (verhaal) en Emanuel Wiemans (illustraties). Het is alweer het derde Sinterklaasboek van Kuyper waarin de figuur zwarte piet nergens meer te bekennen is. In De vrienden van Sinterklaas en Het kleinste Pietje geeft Kuyper nadrukkelijk een andere invulling aan de helpers van Sinterklaas. Op basis van de eerste sneak preview van uitgeverij Rubinstein lijken in Het verhaal van Sinterklaas de pieten vooralsnog vanzelfsprekend (zonder zwart) in het verhaal te zijn opgenomen.

Het verhaal van Sinterklaas is toegevoegd aan het overzicht moderne Sinterklaasboeken: Moderne Sinterklaasboeken – het complete overzicht 2000-2018.

Specificaties

Het verhaal van Sinterklaas | Sjoerd Kuyper | Emanuel Wiemands | Uitgeverij Rubinstein | Nederlands 1e druk | ISBN 9789047626657 | november 2018 | Hardcover | 28 pagina’s | adviesleeftijd 3-7 jaar | € 7,50

De vrienden van Sinterklaas | Sjoerd Kuyper | Harmen van Straaten | Uitgeverij Hoogland & van Klaveren | Nederlands | 1e druk | ISBN 9789089671707 | november 2014 | Hardcover | 32 pagina’s | adviesleeftijd 4-8 jaar | € 13,50

Het slimste pietje | Sjoerd Kuyper | Harmen van Straaten | Uitgeverij Hoogdland & van Klaveren | Nederlands | 1e druk | ISBN 9789089672018 | november 2015 | Hardcover | 32 pagina’s | adviesleeftijd 4-8 jaar | € 13,50

Spinzi tip: Slaaf Kindje Slaaf – Dolf Verroen

Dit is Koko, zei papa, een slaafje voor onze Maria.
Van tante Elisabeth kreeg ik een zweepje.
Het paste net niet in mijn tas.
Jammer.

Maria krijgt een slaafje voor haar twaalfde verjaardag. Dat is handig. Slaven moeten doen wat jij zegt. Je kunt ze straffen, verkleden of verkopen. Maria weet niet beter. Haar leven draait om mooie jurken, theevisites en netjes rechtop zitten – net als dat van haar moeder en haar tantes. Waarom zou ze verder kijken dan het luxe leven dat ze gewend is? Alles is toch goed zoals het is?

Uit: Slaaf Kindje Slaaf – Dolf Verroen (2006), nieuwe druk Hoe mooi wit ik ben (2016)

Door de eervolle Thea Beckmanprijs eerder dit jaar voor de Reis van Syntax Bosselman van Arend van Dam moest ik onmiddellijk ook denken aan Slaaf Kindje Slaaf van Dolf Verroen. In stijlvorm en genre zijn de twee kinderboeken onvergelijkbaar met elkaar maar toch kan het nuttig zijn om ook van dit eerder gepubliceerde werk te weten. Waar Arend van Dam met de Reis van Syntax Bosselman het koloniserend verleden van Nederland  historisch onderzoekt en in de hoofden van verschillende personages en perspectieven probeert te kruipen gaat Dolf Verroen met Slaaf Kindje Slaaf de confrontatie aan door vanuit het perspectief van de arrogante verheven houding van zijn (witte) personages te schrijven.

Slaaf Kindje Slaaf schetst heel duidelijk het beeld van hoe racistisch, neerbuigend en objectiverend er naar tot slaaf gemaakten gekeken kon worden door Nederlandse plantagehouders (en hun families) en evenzo behandeld werden.

Je kijkt mee door de ogen van de jonge Maria, die een tot slaaf gemaakt of in slavernij geboren jongetje van haar vader – een rijke plantagehouder – voor haar 12e verjaardag krijgt. In 40 korte filmisch aandoende hoofdstukken zie je hoe de kinderlijke in pubertijd ontluikende Maria enerzijds de mensenhandel van Afrikaanse mensen en hun gedwongen arbeid op de theeplantage van haar vader volstrekt vanzelfsprekend vindt. Anderzijds laat het ook de spanningen en wreedheden van haar witte moeder en tantes zien in relatie tot de aantrekkelijke mooie zwarte jonge meisjes in slavernij.

Waar De Reis van Synax Bosselman vooral historische context, kennis en een onderzoekende houvast biedt, zal Slaaf Kindje Slaaf waarschijnlijk meer innerlijke weerstand oproepen door het effect op de directe emotie(s) van de lezer. Zoals de toelichting van het boek ook stelt: ‘Het is een indringend jeugdboekje over racisme en kolonialisme dat vragen oproept juist doordat ze voor de (witte) hoofdpersonen geen vragen zijn.’

Aan de hand van beide jeugdboeken kunnen ouders, verzorgers, educators, docenten en geïnteresseerden de trans-Atlantische slavernij en mensenhandel bespreekbaar maken. Zowel thuis, in de bibliotheek en/of in de klassen van het Primair Onderwijs (PO), het Voortgezet Onderwijs (VO) en het hoger onderwijs binnen thema’s van Geschiedenis en Burgerschap. Voor het PO zijn beide boeken geschikt voor de bovenbouw, groep 7 en 8.

WanGro-edeKonGiMaria-cover-illustratie

Ben je in het bijzonder geïnteresseerd in het aanbieden van meertalige kinderboeken? Kijk dan ook eens naar de Surinaamse vertaling in het Sranantongo van Slaaf Kindje Slaaf door Flos Rustveld: Wan gro-ede kon gi Maria. Een zelfstandige uitgave op vierkant CD-formaat, tekst zonder illustraties, met bijbehorende CD waarop Flos Rustveld het jeugdboekje in het Sranantongo voorleest.

Vanwege het hedendaagse inzicht dat het taalgebruik van het woord slaaf onmenselijkt en rechtstreeks overgenomen is uit de Slavernij spreekt men tegenwoordiger liever van ‘tot slaaf gemaakte mensen’. Waarschijnlijk is om deze reden de titel in de heruitgave van Slaaf Kindje Slaaf in 2016 gewijzigd naar ‘Hoe mooi wit ik ben’.

Slaaf Kindje Slaaf is bekroond met de Gustav-Heinemann-Friedenspreis en de Deutscher Jugendliteraturpreis. De reis van Syntax Bosselman is eerder dit jaar bekroond met de jeugdhistorische Thea Beckmanprijs.


Specificaties

Slaaf Kindje Slaaf | Auteur Dolf Verroen | Illustrator Veronica Nahmias | Uitgeverij Olga Kinderboeken | Nederlands | 1e druk | ISBN 9789067344517 | juni 2006 | gebonden hardcover | 104 pagina’s | Adviesleeftijd 10-12 jaar

Hoe mooit wit ik ben | heruitgave | Auteur Dolf Verroen | Illustrator Martijn van der Linden | Uitgeverij Leopold | 1e (her)druk | ISBN 9789025869762 | maart 2016 | gebonden hardcover | 80 pagina’s | Adviesleeftijd 10-12 jaar

Wan gro-ede kon gi Maria | Auteur Dolf Verroen | Vertaling Sranantongo + CD | Vertaler Flos Rustveld | Cover Gallery Fermate | ISBN 978909027881 | 27 pagina’s | Adviesleeftijd 10-12 jaar | meer informatie over dit boekje via Spinzi

De reis van Syntax Bosselman – Verhalen over de slavernij | Auteur Arend van Dam | Illustrator Alex de Wolf | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | Nederlands | 1e druk | ISBN 9789000359158 | februari 2018 | Hardcover | 304 pagina’s | Adviesleeftijd 10-12 jaar

The innocence of (Dutch) schoolbooks – Liesbeth Tjon A Meeuw (2014)

A long overdue (my bad, sorry!) guest blog by Liesbeth Tjon A Meeuw on the representation of slavery in Malmberg schoolbooks used in primary and secondary schools in The Netherlands. It was inspired by an art project ‘Gevonden Goud’ by artist Frouwkje J. Smit.

The depiction of slavery in Dutch schoolbooks is a subject still urgent, relevant and in transition as policy makers, intellectuals, activists, politicians and teachers are searching and finding new ways in what and how we teach en learn in the Dutch educational system.

This early essay can be of use for those working with history, culture and citizenship in the educational field of primary and secondary schooling and those who are shaping the educational curriculum in The Netherlands today. In essence, it is a plea for a collective narrative on the history of slavery.

The innocence of (Dutch) schoolbooks

An essay by Liesbeth Tjon A Meeuw, 2014

The runaway negro-slaves in Suriname often attacked the plantations. Why did they do that? Give two reasons: 1, out of hate and 2, to get food. 

In: Bij de tijd. Geschiedenis in tien tijdvakken. Antwoordenboek, page 17. Frans van Baal & Marlies Hagers (red.) ‘s-Hertogenbosch: Malmberg

This is a phrase, which I find in one of the books that lie on a table at gallery Sanaa in Utrecht. The books are part of the group exhibition: Slavery, Contemporary Arts Incorporated? The table draws a lot of attention. Also my own. It’s filled with old and new schoolbooks about history and geography. They are part of the installation, Gevonden Goud, by artist Frouwkje Smit. Her project is centered around the family Malmberg, whose name is well-known for publishing Dutch schoolbooks. For decades the company has been providing schoolbooks for primary and secondary education in the whole kingdom. Many young generations in Holland, Suriname and the former islands of the Dutch Antilles grew up with these books. As they still are.

The quote above comes from a book that is not even that old. It’s dated from after [1998] and was used in the highest grades in primary school. What immediately catches my eye – besides the use of the word ‘negro’ – is the way the runaway slaves are portraited in this chapter. Not as freedom fighters, who were building up their resistance against the slave system by attacking plantations, killing the owners, freeing the slaves, steeling food, tools and arms. None of that, their attacks were narrowed down to hatred and hunger. We also see in this chapter that the use of the word ‘hate’ is only in relationship to the runaways, not the colonizers.

This is just one example of how the history of slavery is depicted. If, it is depicted at all. As we see from random sample I took from the book table, it is the same one-sided story: it glorifies the Golden Age of Holland, but only briefly mentions the slave trade or the process of colonization in those far away regions. The few interesting exceptions being the most recent books and the very old ones from before the 50s. The recent books handle the subject with cautiously and clumsily, as the quote above shows. The older books come with strong political statements:

The slave-trade is one of the most resentful consequences of the discoveries (…) its an ineradicable shame for the Christian people of Europe, that unscrupulous merchants continued this inhuman act for four centuries. About forty million negroes were taken away from their homeland and brought together by especially Englishmen and Dutchmen (…) to be shipped away to the West Indie and Northern America. The negro-kings at the African West-coast fought and raided continuously, to have time and again new prisoners of war to sell to the white-man.

In: Beknopt leerboek der Algemene Geschiedenis 1st part, Aug. C.J. Commissaris (1934), page 217, ‘s-Hertogenbosch: Malmberg

My goal is not to condemn the Malmberg publisher or the writers of these schoolbooks. Instead, I plea for a collective narrative. These schoolbooks, old and new, help to understand how our narratives were shaped throughout the ages, how our perspectives were formed. But most of all, why we have certain racial notions, up till today. How our origins have become part of the mechanism that include or exclude others. These books help to understand why we think we live in a non-racial society. Why we find slavery a non-issue in the public discourse and why, at the same time, the subject causes heated debates.

It might even have been one of these very Malmbergs books from which I learned my history lessons back in the 80s and the 90s. I vividly remember the first time we discussed the topic of slavery. It was discussed in the context of the American history and their racial system. I remember a photo in my schoolbook from a black couple whose hands had been cut off, both holding up their stubs in front of the lens. I remember their faces of despair. It was a horrible picture and immediately I began to identify with them. How had they managed to survive? That was my main question.

All the other kids were shocked as well, but they had other questions to ask the teacher. Why had their hands been cut off? Why would people do such a thing? While my teacher tried his best to answer them, I turned quite with a bad feeling inside. Although I hardly knew anything about the colonial days of Suriname, I instinctively felt that my family story was part of that horrifying episode in human history.

My questions were different from those of the children in my class, because they did the exact same thing I was doing: They identified with the people who shared their skin-color. So they addressed the subject of slavery from the perspective of the perpetrator, the colonizer. And not just children who do this, but also historians writing schoolbooks:

The WIC [West Indian Company] found soon enough another horrifying form of commercial shipping /mercantile marine: the slave-trade from Africa to the plantations in the Caribbean and South-America. Curacao was the intersection / junction in this trade. One bought slaves on the coast of Africa, or one went out raiding yourself.

(page 24)

In: Memo geschiedenis voor het examen havo/vwo. Marianne Baas (2008) ‘s-Hertogenbosch: Malmberg

We tend to think that our understanding of historical events grows and becomes more reliable with the years. We forget that facts and figures can be true today and false tomorrow. To children, all things written in schoolbooks are true and important to know, otherwise they wouldn’t be in those books at all. Even if we don’t factually remember what it was that our schoolbooks had to say on the subject of ‘negro-slaves’, the general idea will stay with us through the years, more often without us realizing. This perception becomes clear once again when we run into something or somebody that we associate with the word ‘negro-slave’. Ironically, that is also the moment to think otherwise.

Nobody is without certain prejudices, references and frameworks. Nobody can narrate without any kind of context. It would be impossible to expect ourselves to be ‘neutral’ or ‘color blind’. Moreover, this would be an insult to our personal history and cultural background. This is what makes it even more important to become aware of our racial understanding and how it affects the way we look at each other nowadays. It could be the only way to raise our children with an open mind and heart. It obliged us to be honest to our pupils and tell them that the world is bigger than we know. We can only talk about things that are relevant to us. Other versions of the truth maybe denied, deformed or even erased:

Also in South America many negroes were brought in as slaves. They are all free. There is no racial hatred, the negro issue doesn’t exist here (…) Fortunately Indians and Negroes are indeed legally equal to the Whites and the churches and schools are for all of them, because there is no racial hatred here.

In: Landen en volkeren. Deel 2 Werelddeelen. C. v.d. Broek & J.A. Nillesen (1928) ‘s-Hertogenbosch: Malmberg

We have to restore our collective narratives, not by blaming, shaming or victimizing. We already know the answer on the question who’s to blame: human nature. Our society is based on today’s narratives and those of yesterday. Because of that, our past is not completely erased. We carry it in our habits, in our fears, in our memories and conventions. By filling in the gaps, clearing the blind spots, linking the loose ends together, connecting the stories of the black families with the white families, we create a collective narrative. We can even create a collective culture based on those new facts, stories and views.

In that sense, there is not much difference between a historian and a novelist. A historian writes a story and says: this is true, this has actually happened. A novelist writes a story and says: this could be true. Both of them can serve the art of storytelling very well and uses narratives to create awareness about heavy topics like colonialism and slavery. So we need non-fiction as well as fiction, both of them are based on facts and figures to give the narrative a basic ground. That’s how we create a collective narrative that deals with the past, explains the present and inspires the future.

This essay was inspired by the art project Gevonden Goud, part of the group exhibition Slavery, Contemporary Arts Incorporated? at gallery Sanaa in Utrecht.

 
Debate at gallery Sanaa, October 2013

The innocence of (Dutch) schoolbooks by Liesbeth Tjon A Meeuw was originally published on her blogspot (2014): Liesbeth-tjonameeuw.blogspot.nl

 


NB: A form that came to my mind whilst re-reading Tjon A Meeuw’s essay, that comes close to trying to create a collective narrative in Dutch schoolbooks is the youth historical roman De reis van Syntax Bosselman (Arend van Dam, 2018). Although not formal printed as an educational book by genre and publisher, Dutch primary schools use this thick volume for history and citizenship lessons in class. Accordingly the Dutch author of this youth history roman quite specifically states that he finds the writings of history not static but always forming, reforming and reshaping itself in it’s very social meanings as he tries to grasp the Dutch colonial history and elaborates on it by writing in three narrative layers which can be separately read: his historical research whilst writing the book, the roman narrative and third but not least, his own critical thoughts and doubts on writing on the matter, well aware of his social position and reference being a white Dutch male above middle age thus reaching out for guidance specifically on (t)his position, asking for feedback and with it quoting and voicing black intellectuals home to the subject. Even more collective in this form (e.g. in this specific historical youth roman), might have been if it had been written in equal collaboration with others home to the subject matter to voice the multiple perspectives the author seeks.

De reis van Syntax Bosselman (Arend van Dam, 2018) received the Dutch Thea Beckman 2018 award for the best youth historical roman published that year. I elaborated on De reis van Syntax Bosselman here. 

Sinterklaas Curated – 5 Sinterklaasboeken die je wel wilt voorlezen aan je kinderen

Elk jaar maak ik in november op Spinzi de balans op van progressieve moderne Sinterklaasboeken die door de jaren heen gepubliceerd zijn in Nederland. In 20017 is daar merkwaardig genoeg maar een enkele titel bijgekomen: Het huis van Sinterklaas door Naomi Tieman (verhaal) en Marieke Nelissen (illustraties), Gottmer, 2017.

Daarom tip ik dit jaar uit de volledige lijst 5 Sinterklaasboeken die je wel wilt voorlezen aan je kinderen. Ze zijn gescreend op tekst en beeld en bevatten geen raciale koloniale karikaturen van Zwarte Piet.

1# De vrienden van Sinterklaas (4-8 jaar) – Sjoerd Kuyper en Harmen van Straaten

de vrienden van sinterklaas
De vrienden van Sinterklaas – Sjoerd Kyper (verhaal) & Harmen van Straat (illustraties), Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2014

In De vrienden van Sinterklaas zijn de pieten geen knechten maar vrienden van Sinterklaas. Als Broes ontdekt dat zijn vader een van de vrienden van Sinterklaas is, is hij super trots. Als vanzelfsprekend lopen de pieten rond geschminkt in allerlei kleuren en in eigen huidskleur.

Geschikt voor kinderen van 4-8 jaar.

2# Het kleinste pietje (4-8 jaar) – Sjoerd Kuyper en Harmen van Straaten

kleinste pietje
Het kleinste pietje, Sjoerd Kuyper (verhaal), Harmen van Straaten (illustraties), Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 2015

Het kleinste Pietje is het zelfstandige vervolg op De vrienden van Sinterklaas waarin de raciale karikatuur Zwarte Piet niet meer voorkomt. Met Zwarte Piet is eerder al in De vrienden van Sinterklaas afgerekend: ouders, tantes en ooms zijn de vrienden van Sinterklaas en in die hoedanigheid herkenbaar verkleed als pieten zonder zwarte schmink, rode lippen of gouden oorbellen. Uiteraard lopen ook in Het kleinste pietje de pieten als vanzelfsprekend rond in hun natuurlijke huidskleur of vrolijk gekleurde schmink.

Geschikt voor 4-8 jaar.

#3 Prinses Arabella en de Sint (3-6 jaar) – Mylo Freeman

prinses arabella en de sint 01
Uit: Prinses Arabella en de Sint, Mylo Freeman, Uitgeverij de Eenhoorn, 2014

Over het kleurrijke prentenboek Prinses Arabella en de Sint van Mylo Freeman heb ik eerder al lof geschreven in Sinterklaastradities schoongewassen en zo nog wat metaforen (2014). In Prinses Arabella en de Sint komen geen zwarte pieten voor. Onder het ogenschijnlijk speelse en lichtvoetige verhaal gaan grappige metaforen schuil die verwijzen naar de verandering van de traditionele Sinterklaasviering zonder zwarte pieten.

Geschikt voor 3-6 jaar.

#4 CD Snelle piet ging uit fietsen (3-7 jaar) – Mathilde Santing en Geertje Aalders

snelle piet ging uit fietsen
Snelle Piet ging uit fietsen, Mathilde Santing (tekst) met co-auteurs Koos Meinderts en Thijs Borsten en Geertje Aalders (illustraties), Uitgeverij Gottmer, 2014

Liedjesprentenboek + CD met 18 nieuwe en aangepaste zwarte piet-vrije Sinterklaasliedjes. Op de album-cover siert een wit pietje met roetveegsproetjes op haar gezicht

Geschikt voor 3-7 jaar.

#5 De pieten maken het bont (3-6 jaar) – Pimm van Hest en Nynke Talsma

de pieten maken het bont
De pieten maken het bont, Pimm van Hest (tekst) en Nynke Talsma (illustraties), Uitgeverij Clavis, 2014

In dit vrolijke prentenboekverhaal zijn de pieten bont geschminkt en komen geen zwarte pieten voor.

Geschikt voor 3-6 jaar.

Extra (lees)tips: Sinterkaasboeken zonder pieten
Kijk voor Sinterklaasboeken waar in het geheel geen (zwarte) pieten voorkomen ook eens naar Pom ti Dom en Sinterklaas (Kim van Kooten & Noelle Smit).

Uitgelicht beeld uit: Prinses Arabella en de Sint (Mylo Freeman, 2014)

Getest in de klas: 1, 2, 3, 4: Hoofddoek van plezier!

Reza met boek op de kop, Sophie, Gerlad en ikHet is donderdagochtend 9 uur. Buiten is het koud en grijs. De nevelige duisternis van de vroege ochtend sluimert nog om de school. In deze serene sfeer zit ik met mijn kleutervrienden in de kring. Ze kijken me verwachtingsvol aan. Het volmaakte moment voor een goed boek. Ik laat het prentenboek van Jeanine Cronie zien en lees de titel voor: ‘1,2,3, 4: Hoofddoek van plezier!’

Chahid (4 jaar) veert meteen op: “Mijn moeder draagt ook altijd een hoofddoek. Buiten. Maar niet in bed. Ze heeft veel hoofddoeken. Blauw, groen, rood, roze, paars en geel. Als het warm is draagt ze een roze doek en als het koud is, een blauwe. Als ik jarig ben draagt ze een groene hoofddoek want zij houdt van groen”.

“Is het een blinddoek?” vraagt Jurriaan. “Een hoofddoek”, antwoordt Chahid. ” Mijn moeder heeft een eigen kast vol hoofddoeken”.

We bekijken de voorkant van het prentenboek. Ik vertel dat de zus van de schrijver, ze heet Totie Cronie, de tekeningen heeft gemaakt. De kinderen maken waarderende geluiden. Een zus die tekeningen maakt is vertrouwd en magisch tegelijk. Op de voorkant van het boek staat een dame met een gekleurde hoofddoek. Het is de oma van Kate die vandaag jarig is. De hoofddoek die zij draagt is een Surinaamse hoofddoek, een angisa. 

“Ik heb ook een oma in Suriname”, zegt Gerald. Gerald is een paar maanden geleden in Suriname geweest met zijn familie. Ik vraag of zijn oma ook een hoofddoek draagt. ” Ze draagt geen hoofddoek maar in Suriname heeft iedereen dezelfde kleur als ik. En er is heel veel kauwgom in de winkel. Potten vol met kauwgom. En we aten lasagne”.

“Ik ben ook in ‘Sunirame’ geweest”, zegt Taylan. Taylan is vaak creatief met de waarheid. In het weekend heeft hij verschillende connecties met draken en ook heeft hij ooit meegedeeld David Bowie persoonlijk te kennen. ( “Je weet toch…David Bowie. Van het winkelcentrum…Is jouw broer toch, Kay?”) Maar als Sneeuwwitje te eng wordt, klimt hij steeds op mijn schoot. Daarom luisteren we allemaal goedmoedig naar de creatieve waarheid van Taylan betreffende Sunirame.

Ik open het boek en begin te lezen. De oma van Kate is jarig maar waar blijft oma nou? Oma wil haar verjaardag niet vieren; ze is haar hoofddoek kwijt. Kate gaat op zoek naar de hoofddoek van haar oma. Ik laat de eerste tekening zien. Het tonen van de illustraties is een belangrijk ritueel in de klas. Als ik de tekeningen te snel de kring laat rondgaan, wordt dit geheel terecht, niet gewaardeerd. Kinderen willen niets missen van de tekeningen in een prentenboek. Bij dit prentenboek is het goed bekijken van de illustraties van belang want de hoofddoek van oma is op verschillende pagina’s subtiel verstopt. De kinderen hebben het door: Aha daar is de hoofddoek! Samenzweerderig en alwetend luisteren en kijken ze. Vol aandacht. Het is een fijne, spannende sensatie dat zij iets weten wat de hoofdpersonen Kate en haar oma nog niet weten: de hoofddoek van oma is in het heimelijke bezit van broertje Kevin. Een punt van de hoofddoek steekt uit zijn speelgoedauto.

Tijdens de zoektocht vertelt oma over de verschillende manieren van vouwen van de doek. Een gele doek met drie omhoog staande punten wil ze op haar verjaardag niet dragen. Drie omhoog staande punten betekenen dat je boos bent. Een punt naar achteren zegt: volg mij. Een punt opzij: Ik zie je op de hoek. Een punt omhoog: Laat ze maar praten. 

Gelukkig vindt Kate uiteindelijk toch de feestelijke hoofddoek. Het feest kan beginnen. Met één: taart. Twee: bezoek. Drie: Veel cadeautjes en Vier: de hoofddoek van plezier!

De kleuters schuiven onrustig heen en weer. Het oer-thema der kleuterwereld is onmiskenbaar gepresenteerd. Jarig zijn. Ik weet nu dat er een groots verlangen is om iets te roepen over een verjaardag, bij voorkeur de verjaardag van henzelf. Dat die verjaardag driekwart jaar geleden is, maakt een kleuter helemaal niets uit. Sophie zit links van me. Ze houdt het niet meer: “Ik was gister jarig!” roept ze. Sophietje was inderdaad gister ontzettend jarig. Op de dag dat zij 5 jaar werd, kwam ze in een nylon prinsessenjurk naar school. Haar aura was ook hemelsblauw, ze straalde van trotse vreugde. Haar vriendinnen fladderden als vlinders om haar heen. 

Als ik het boek heb dichtgedaan zie ik dat Hannah, lieve eigenzinnige Hannah die net op school is en tijd nodig heeft om alles te observeren, haar kaal geknuffelde naar Hannah ruikende knuffel op haar hoofd heeft gelegd. “Dit betekent blij”, zegt ze beslist. Noortje legt een pluche giraffe op haar hoofd. Guus en Jurriaan, altijd in gezelschap van hun knuffelhonden dragen ook hun knuffels als een hoofddoek. “Blij”, roepen ze en ze dansen in de kring. Reza en Noortje trekken hun vestjes uit en knopen deze strak om hun hoofd. “Dit betekent gek”, zegt Reza. Inderdaad gek. Ans Aarsema en Bea Hofman van het Batavierenplantsoen-stijl. Voor hen die in de jaren ‘80 tv keken: De alter ego’s van Arjan Ederveen en Tosca Niterink.

Chahid en Taiif trekken de capuchon van hun trui over hun hoofd. Coole blik. “Dit betekent stoer”, zeggen ze. Bijna alle kleuters staan nu in de kring hun imaginaire hoofddoek te showen. 1,2,3,4 alle kleuters hebben plezier.

Ik hoef de kleuters niet te vragen naar hun mening betreffende verhaallijn, de geloofwaardigheid van de hoofdpersonen of het kleurgebruik van de illustraties. Dat zij 1,2,3,4 Hoofddoek van plezier een goed boek vinden, heb ik kunnen zien. Tijdens het voorlezen waren er geen verlangende blikken naar de knutseltafel of de bouwhoek, geen heimelijk gefluisterde dialogen over de poes of Sesamstraat en geen pogingen om de inhoud der neusgaten te inspecteren.

Chahid en Gerald hadden de kans iets te vertellen over hun eigen wereld. Alle kinderen keken en luisterden in stilte. Na afloop ontstond er de prachtige, lieftallige anarchie die er altijd is als jonge kinderen zich aangesproken voelen. Een goed prentenboek ervaren kleuters als een autobiografie.

Graag raden de lieftallige anarchisten van kleuterklas 2kb van basisschool De Biënkorf te Amsterdam-Noord en ikzelf u aan: prentenboek 1,2,3,4 Hoofddoek van plezier van Jeanine Cronie ( tekst ) en Totie Cronie (illustraties ). Uitgeverij Maopé.

Door: Miriam Bouwens, Amsterdam 27 januari 2015
www.miriambouwens.blogspot.com

Kinderboekendoen-tip: Na het prentenboek Eén, twee, drie, vier: hoofddoek van plezier! hebben de kinderen zichzelf getekend en daarna voorzien van een hoofddoek, hoed of wat ze zelf mooi vonden. Met gekleurde stofjes, net als de echte hoofddoek van plezier.

Hoofddoek van plezier- Reza met boek, Gerald, sophie en ikhoofddoek van plezier- Geralds creatie  Hoofddoek van plezier- Reza's hand maakt hoofddoek van plezier- sophie maakt Hoofdoek van plezier- Tomas' creatie