Aboikoni (8+) – van slaaf naar marron

aboikoniWerkend aan het Spinzi-overzicht van kinderboeken waarin diversiteit en gender aan bod komen, kom ik regelmatig pareltjes tegen, zoals het prentenboek Aboikoni.

Aboikoni is geboren op een plantage waar hij woont met zijn moeder en zusjes. Hun vader is verkocht en woont op een andere plantage. Aboikoni vlucht als hij 16 jaar is. Hij rent zijn voeten stuk in het oerwoud, en wordt achternagezeten door soldaten en jachthonden. Hij moet een rivier vol piranja’s oversteken wil hij ontsnappen. Dat doet hij liever dan terug naar de plantage. Bereikt hij de vrije marrons…?

Het boek Aboikoni is verschenen als apart boek, en maakt deel uit van ‘Ik neem je mee’, waarin Akesi, Aboikoni, Boni en Rogier, en Selina hun verhaal vertellen. Samen belichamen ze de geschiedenis van de transatlantische slavernij, van het oppakken in Afrika, via de boottocht en het leven als slaaf en marron in Suriname, naar de dag van de afschaffing van de slavernij in 1863.

Specificaties
Tekst: Hilli Arduin
Illustraties: Vanessa Paulina
ISBN: 987-99914-56-21-8 (Aboikoni)
en 987-99914-56-17-1 (Ik neem je mee)
Genre: prentenboek, 8+
Uitgeverij: St. Projekten Christelijk Onderwijs Suriname, 2013
Kopen via bol: Aboikoni | Ik neem je mee
Kopen via deze site: contactformulier

Getest in de klas: 1, 2, 3, 4: Hoofddoek van plezier!

Reza met boek op de kop, Sophie, Gerlad en ikHet is donderdagochtend 9 uur. Buiten is het koud en grijs. De nevelige duisternis van de vroege ochtend sluimert nog om de school. In deze serene sfeer zit ik met mijn kleutervrienden in de kring. Ze kijken me verwachtingsvol aan. Het volmaakte moment voor een goed boek. Ik laat het prentenboek van Jeanine Cronie zien en lees de titel voor: ‘1,2,3, 4: Hoofddoek van plezier!’

Chahid (4 jaar) veert meteen op: “Mijn moeder draagt ook altijd een hoofddoek. Buiten. Maar niet in bed. Ze heeft veel hoofddoeken. Blauw, groen, rood, roze, paars en geel. Als het warm is draagt ze een roze doek en als het koud is, een blauwe. Als ik jarig ben draagt ze een groene hoofddoek want zij houdt van groen”.

“Is het een blinddoek?” vraagt Jurriaan. “Een hoofddoek”, antwoordt Chahid. ” Mijn moeder heeft een eigen kast vol hoofddoeken”.

We bekijken de voorkant van het prentenboek. Ik vertel dat de zus van de schrijver, ze heet Totie Cronie, de tekeningen heeft gemaakt. De kinderen maken waarderende geluiden. Een zus die tekeningen maakt is vertrouwd en magisch tegelijk. Op de voorkant van het boek staat een dame met een gekleurde hoofddoek. Het is de oma van Kate die vandaag jarig is. De hoofddoek die zij draagt is een Surinaamse hoofddoek, een angisa. 

“Ik heb ook een oma in Suriname”, zegt Gerald. Gerald is een paar maanden geleden in Suriname geweest met zijn familie. Ik vraag of zijn oma ook een hoofddoek draagt. ” Ze draagt geen hoofddoek maar in Suriname heeft iedereen dezelfde kleur als ik. En er is heel veel kauwgom in de winkel. Potten vol met kauwgom. En we aten lasagne”.

“Ik ben ook in ‘Sunirame’ geweest”, zegt Taylan. Taylan is vaak creatief met de waarheid. In het weekend heeft hij verschillende connecties met draken en ook heeft hij ooit meegedeeld David Bowie persoonlijk te kennen. ( “Je weet toch…David Bowie. Van het winkelcentrum…Is jouw broer toch, Kay?”) Maar als Sneeuwwitje te eng wordt, klimt hij steeds op mijn schoot. Daarom luisteren we allemaal goedmoedig naar de creatieve waarheid van Taylan betreffende Sunirame.

Ik open het boek en begin te lezen. De oma van Kate is jarig maar waar blijft oma nou? Oma wil haar verjaardag niet vieren; ze is haar hoofddoek kwijt. Kate gaat op zoek naar de hoofddoek van haar oma. Ik laat de eerste tekening zien. Het tonen van de illustraties is een belangrijk ritueel in de klas. Als ik de tekeningen te snel de kring laat rondgaan, wordt dit geheel terecht, niet gewaardeerd. Kinderen willen niets missen van de tekeningen in een prentenboek. Bij dit prentenboek is het goed bekijken van de illustraties van belang want de hoofddoek van oma is op verschillende pagina’s subtiel verstopt. De kinderen hebben het door: Aha daar is de hoofddoek! Samenzweerderig en alwetend luisteren en kijken ze. Vol aandacht. Het is een fijne, spannende sensatie dat zij iets weten wat de hoofdpersonen Kate en haar oma nog niet weten: de hoofddoek van oma is in het heimelijke bezit van broertje Kevin. Een punt van de hoofddoek steekt uit zijn speelgoedauto.

Tijdens de zoektocht vertelt oma over de verschillende manieren van vouwen van de doek. Een gele doek met drie omhoog staande punten wil ze op haar verjaardag niet dragen. Drie omhoog staande punten betekenen dat je boos bent. Een punt naar achteren zegt: volg mij. Een punt opzij: Ik zie je op de hoek. Een punt omhoog: Laat ze maar praten. 

Gelukkig vindt Kate uiteindelijk toch de feestelijke hoofddoek. Het feest kan beginnen. Met één: taart. Twee: bezoek. Drie: Veel cadeautjes en Vier: de hoofddoek van plezier!

De kleuters schuiven onrustig heen en weer. Het oer-thema der kleuterwereld is onmiskenbaar gepresenteerd. Jarig zijn. Ik weet nu dat er een groots verlangen is om iets te roepen over een verjaardag, bij voorkeur de verjaardag van henzelf. Dat die verjaardag driekwart jaar geleden is, maakt een kleuter helemaal niets uit. Sophie zit links van me. Ze houdt het niet meer: “Ik was gister jarig!” roept ze. Sophietje was inderdaad gister ontzettend jarig. Op de dag dat zij 5 jaar werd, kwam ze in een nylon prinsessenjurk naar school. Haar aura was ook hemelsblauw, ze straalde van trotse vreugde. Haar vriendinnen fladderden als vlinders om haar heen. 

Als ik het boek heb dichtgedaan zie ik dat Hannah, lieve eigenzinnige Hannah die net op school is en tijd nodig heeft om alles te observeren, haar kaal geknuffelde naar Hannah ruikende knuffel op haar hoofd heeft gelegd. “Dit betekent blij”, zegt ze beslist. Noortje legt een pluche giraffe op haar hoofd. Guus en Jurriaan, altijd in gezelschap van hun knuffelhonden dragen ook hun knuffels als een hoofddoek. “Blij”, roepen ze en ze dansen in de kring. Reza en Noortje trekken hun vestjes uit en knopen deze strak om hun hoofd. “Dit betekent gek”, zegt Reza. Inderdaad gek. Ans Aarsema en Bea Hofman van het Batavierenplantsoen-stijl. Voor hen die in de jaren ‘80 tv keken: De alter ego’s van Arjan Ederveen en Tosca Niterink.

Chahid en Taiif trekken de capuchon van hun trui over hun hoofd. Coole blik. “Dit betekent stoer”, zeggen ze. Bijna alle kleuters staan nu in de kring hun imaginaire hoofddoek te showen. 1,2,3,4 alle kleuters hebben plezier.

Ik hoef de kleuters niet te vragen naar hun mening betreffende verhaallijn, de geloofwaardigheid van de hoofdpersonen of het kleurgebruik van de illustraties. Dat zij 1,2,3,4 Hoofddoek van plezier een goed boek vinden, heb ik kunnen zien. Tijdens het voorlezen waren er geen verlangende blikken naar de knutseltafel of de bouwhoek, geen heimelijk gefluisterde dialogen over de poes of Sesamstraat en geen pogingen om de inhoud der neusgaten te inspecteren.

Chahid en Gerald hadden de kans iets te vertellen over hun eigen wereld. Alle kinderen keken en luisterden in stilte. Na afloop ontstond er de prachtige, lieftallige anarchie die er altijd is als jonge kinderen zich aangesproken voelen. Een goed prentenboek ervaren kleuters als een autobiografie.

Graag raden de lieftallige anarchisten van kleuterklas 2kb van basisschool De Biënkorf te Amsterdam-Noord en ikzelf u aan: prentenboek 1,2,3,4 Hoofddoek van plezier van Jeanine Cronie ( tekst ) en Totie Cronie (illustraties ). Uitgeverij Maopé.

Door: Miriam Bouwens, Amsterdam 27 januari 2015
www.miriambouwens.blogspot.com

Kinderboekendoen-tip: Na het prentenboek Eén, twee, drie, vier: hoofddoek van plezier! hebben de kinderen zichzelf getekend en daarna voorzien van een hoofddoek, hoed of wat ze zelf mooi vonden. Met gekleurde stofjes, net als de echte hoofddoek van plezier.

Hoofddoek van plezier- Reza met boek, Gerald, sophie en ikhoofddoek van plezier- Geralds creatie  Hoofddoek van plezier- Reza's hand maakt hoofddoek van plezier- sophie maakt Hoofdoek van plezier- Tomas' creatie

Angisa: een hoofddoek van plezier! En andere verborgen romantiek.

een_twee_drie_vier_hoofddoek_van_plezier“Eén, twee, drie, vier: hoofddoek van plezier!”  is een prentenboek over Kate en haar oma. Oma is jarig, maar niet vrolijk; ze kan haar hoofddoek niet vinden!

Kate zoekt hem, en leert ondertussen van alles over angisa’s, Surinaamse hoofddoeken. Elke vouwwijze heeft een naam en betekenis. Met de manier waarop haar angisa gevouwen is, laat de draagster zien of ze boos is of juist vrolijk, ze kan ermee flirten en ruzie maken: met haar hoofddoek spreekt ze de angisa tori, de geheimtaal van de angisa.

Dit is niet alleen een prachtig prentenboek met een leuk verhaal waar álle kinderen van zullen genieten, je krijgt nog iets extra’s, namelijk uitleg over de angisa.

Surinaamse dames in Kotomisi.
Surinaamse dames in Kotomisi.

Het geven van namen aan hoofddoeken is een gebruik dat is meegenomen naar Suriname vanuit West-Afrika. Tijdens maar ook na de slavernij heeft de hoofddoek zich ontwikkeld tot een uniek Surinaams communicatiemiddel. De vouwkunst en betekenissen worden nog altijd mondeling doorgegeven. Angisa’s worden tegenwoordig vooral gedragen bij feestelijke gelegenheden: verjaardagen of, uiteraard, op 1 juli Keti Koti, de dag waarop de afschaffing van de slavernij wordt gevierd.

Over de angisa’s vind je meer informatie op de site van http://www.hetkotomuseum.org/angisa-tori/hoofddoeken.html

Via de site van het Koto Museum is ook een interessant boek (voor volwassenen) over de geschiedenis, betekenis en vouwwijzen van de angisa’s te bestellen. Voor wie daarin is geïnteresseerd.

Hoewel op het doorgeven van boodschappen via de angisa een extra lading drukt van vrijheid zoeken in tijden van slavernij, zijn er door de eeuwen heen diverse codetalen ontwikkeld voor snelle, eenvoudige communicatie ook tussen mensen die niet kunnen lezen en schrijven, of om boodschappen geheim te houden voor buitenstaanders. Tekens die dieven met krijt op voordeuren schrijven (‘hier valt niks te halen’ bijvoorbeeld),  Noordse runen die richting aanwezen of waarschuwden voor slechtgezinde bewoners van een huis, gaten in of beren op de weg, de liefdestaal van postzegels en bloemen. Waar afstand of vooral sociale conventies gesprekken lastig maken, vinden mensen, vooral geliefden, altijd een manier om tóch met elkaar contact te kunnen houden, hoe kort en bondig dat ook is.

postzegeltaalPostzegeltaal was een ware rage in het Europa van de jaren vijftig van de 20e eeuw, maar werd ook eerder al beoefend. Het was niet ongebruikelijk dat moeders de post doornamen om te controleren of alle post aan haar kinderen, vooral dochters uiteraard, wel binnen de grenzen van het betamelijke bleef.

"Hij houdt van me, hij houdt niet van me, hij houdt van me..."
“Hij houdt van me, hij houdt niet van me, hij houdt van me…”

Ook werd er van oudsher ‘gesproken’ via bloemen; nu nog. Rode rozen staan voor liefde, witte rozen voor vriendschap, bijvoorbeeld. Het vergeet-me-nietje… In de toneelstukken van Shakespeare vind je de nodige voorbeelden die minder voor de hand liggen, zoals sleutelbloemen voor wijze raad. Begin 18e eeuw was het in Europa een rage voor communicatie tussen geliefden. Lady Mary Wortley Montagu woonde toen met haar echtgenoot in Turkije, en ontdekte (of leerde?) dat via boeketten discrete boodschappen kunnen worden overgebracht, die ook taalgrenzen slechten. Zelfs in hoe een bloem of boeket wordt overhandigd, kan een boodschap schuilen. Met bloemen valt zelfs te divineren. Dit is bewaard gebleven in het bekende kinderspelletje: pluk een madeliefje, en pluk één voor één de blaadjes terwijl je bij elk blaadje beurtelings ‘hij houdt van me’ en ‘hij houdt niet van me’ zegt. Het laatste blaadje geeft de stand van zaken weer.

Hier moest ik allemaal aan denken toen ik “Hoofddoek van plezier!” las. Dit bijzondere boek is uitgegeven in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij. Een aanrader voor wie kinderen iets wil vertellen over de achtergrond van Suriname, maar ook los daarvan is het een fijn prentenboek over symbolische culturele taalgebruiken; de slavernij wordt niet expliciet aangekaart.

Specificaties:
Titel: Eén, twee, drie, vier: hoofddoek van plezier!
Auteur: Jeanine Cronie
Illustraties: Totie Cronie
ISBN: 9789089340009
Genre: Prentenboeken 3-8 jaar
Uitgeverij: Jeanine Cronie
Verschenen: 09-07-2013
Type: Hardback
Pagina aantal: 32
Prijs €: 13,50

Een bijzondere privé-collectie: Buku Bibliotheca Surinamica

Etnische representaties in tijden van (de)kolonialisatie  

Een bijzondere privé-collectie Buku Bibliotheca Surinamica
Der Plantzer von Paramaribo (Eduard Gerdes, 1891). Bron: Carl Haarnack – Buku Bibliotheca Surinamica


Geen heden kan begrepen worden zonder kennis te hebben van het historisch verleden waarin zij verankerd ligt. De huidige stereotype representatie (en: afwezigheid) van etniciteit in Nederlandstalige kinderboeken kan niet buiten die voortdurend in elkaar hakende tijd staan. Relevant is daarom de Buku Bibliotheca Surinamica, een privé-collectie van Carl Haarnack over ‘Surinamica’ uit (de)koloniale tijden. Als ik het goed onthouden heb omvat de privé-collectie van dit heerschap zo’n 2000 (de)koloniale voortbrengselen der letterkunde uit en over Suriname1).

Ook stereotype representaties van etniciteit in kinderboeken vervlochten met ons collectief koloniaal verleden kun je in de Buku Bibliotheca Surinamica vinden. Verhalen die wij onbewust reproduceren en daarmee ook herbevestigen. De kinderboekencollectie omvat meer dan honderden kinderboeken met historische stereotype etnische representaties. Lees er meer over in het blog van Haarnack: stereotypen in kinderboeken. Als je ziet hoe ongegeneerd negatief de beeldvormingen toen waren, kun je het geziene niet meer wissen, zie je de stereotype kwetsende sporen van dat verleden terug in onze huidige tijd en onze kinderboeken.

De privé-collectie van Carl Haarnack is op afspraak in te zien. Ga eens langs, bezoek zijn lezingen, lees de inzichtgevende essays op zijn blog, facebookpagina of volg zijn nieuwsbrief. Hij heeft werkelijk wat te vertellen. Zijn collectie laat zien hoe koloniale sentimenten vastgedrukt staan in de literatuur.

 1) De Buku Bibliotheca Surinamica omvat ook foto’s, schilderijen, etsen, manuscripten en ephemera.