Spinzi tip: Slaaf Kindje Slaaf – Dolf Verroen

 

Dit is Koko, zei papa, een slaafje voor onze Maria.
Van tante Elisabeth kreeg ik een zweepje.
Het paste net niet in mijn tas.
Jammer.

Maria krijgt een slaafje voor haar twaalfde verjaardag. Dat is handig. Slaven moeten doen wat jij zegt. Je kunt ze straffen, verkleden of verkopen. Maria weet niet beter. Haar leven draait om mooie jurken, theevisites en netjes rechtop zitten – net als dat van haar moeder en haar tantes. Waarom zou ze verder kijken dan het luxe leven dat ze gewend is? Alles is toch goed zoals het is?

Uit: Slaaf Kindje Slaaf – Dolf Verroen (2006), nieuwe druk Hoe mooi wit ik ben (2016)

Door de eervolle Thea Beckmanprijs eerder dit jaar voor de Reis van Syntax Bosselman van Arend van Dam moest ik onmiddellijk ook denken aan Slaaf Kindje Slaaf van Dolf Verroen. In stijlvorm en genre zijn de twee kinderboeken onvergelijkbaar met elkaar maar toch kan het nuttig zijn om ook van dit eerder gepubliceerde werk te weten. Waar Arend van Dam met de Reis van Syntax Bosselman het koloniserend verleden van Nederland  historisch onderzoekt en in de hoofden van verschillende personages en perspectieven probeert te kruipen gaat Dolf Verroen met Slaaf Kindje Slaaf de confrontatie aan met dit verleden door vanuit het perspectief van de arrogante verheven houding van zijn (witte) personages te schrijven.

Slaaf Kindje Slaaf schetst heel duidelijk het beeld van hoe racistisch, neerbuigend en objectiverend er naar tot slaaf gemaakten gekeken kon worden door Nederlandse plantagehouders (en hun families) en evenzo behandeld werden.

Je kijkt mee door de ogen van de jonge Maria, die een tot slaaf gemaakt of in slavernij geboren jongetje van haar vader – een rijke plantagehouder – voor haar 12e verjaardag krijgt. In 40 korte filmisch aandoende hoofdstukken zie je hoe de kinderlijke in pubertijd ontluikende Maria enerzijds de mensenhandel van Afrikaanse mensen en hun gedwongen arbeid op de theeplantage van haar vader volstrekt vanzelfsprekend vindt. Anderzijds laat het ook de spanningen en wreedheden van haar witte moeder en tantes zien in relatie tot de aantrekkelijke mooie zwarte jonge meisjes in slavernij.

Waar De Reis van Synax Bosselman vooral historische context, kennis en een onderzoekende houvast biedt, zal Slaaf Kindje Slaaf waarschijnlijk meer innerlijke weerstand oproepen door het effect op de directe emotie(s) van de lezer. Zoals de toelichting van het boek ook stelt: ‘Het is een indringend jeugdboekje over racisme en kolonialisme dat vragen oproept juist doordat ze voor de (witte) hoofdpersonen geen vragen zijn.’

Aan de hand van beide jeugdboeken kunnen ouders, verzorgers, educators, docenten en geïnteresseerden de trans-Atlantische slavernij en mensenhandel bespreekbaar maken. Zowel thuis, in de bibliotheek en/of in de klassen van het Primair Onderwijs (PO), het Voortgezet Onderwijs (VO) en het hoger onderwijs binnen thema’s van Geschiedenis en Burgerschap. Voor het PO zijn beide boeken geschikt voor de bovenbouw, groep 7 en 8.

WanGro-edeKonGiMaria-cover-illustratie

Ben je in het bijzonder geïnteresseerd in het aanbieden van meertalige kinderboeken? Kijk dan ook eens naar de Surinaamse vertaling in het Sranantongo van Slaaf Kindje Slaaf door Flos Rustveld: Wan gro-ede kon gi Maria. Een zelfstandige uitgave op vierkant CD-formaat, tekst zonder illustraties, met bijbehorende CD waarop Flos Rustveld het jeugdboekje in het Sranantongo voorleest.

Vanwege het hedendaagse inzicht dat het taalgebruik van het woord slaaf onmenselijkt en rechtstreeks overgenomen is uit de Slavernij spreekt men tegenwoordiger liever van ‘tot slaaf gemaakte mensen’. Waarschijnlijk is om deze reden de titel in de heruitgave van Slaaf Kindje Slaaf in 2016 gewijzigd naar ‘Hoe mooi wit ik ben’.

Slaaf Kindje Slaaf is bekroond met de Gustav-Heinemann-Friedenspreis en de Deutscher Jugendliteraturpreis. De reis van Syntax Bosselman is eerder dit jaar bekroond met de jeugdhistorische Thea Beckmanprijs.


Specificaties

Slaaf Kindje Slaaf | Auteur Dolf Verroen | Illustrator Veronica Nahmias | Uitgeverij Olga Kinderboeken | Nederlands | 1e druk | ISBN 9789067344517 | juni 2006 | gebonden hardcover | 104 pagina’s | Adviesleeftijd 10-12 jaar

Hoe mooit wit ik ben | heruitgave | Auteur Dolf Verroen | Illustrator Martijn van der Linden | Uitgeverij Leopold | 1e (her)druk | ISBN 9789025869762 | maart 2016 | gebonden hardcover | 80 pagina’s | Adviesleeftijd 10-12 jaar

Wan gro-ede kon gi Maria | Auteur Dolf Verroen | Vertaling Sranantongo + CD | Vertaler Flos Rustveld | Cover Gallery Fermate | ISBN 978909027881 | 27 pagina’s | Adviesleeftijd 10-12 jaar | meer informatie over dit boekje via Spinzi

De reis van Syntax Bosselman – Verhalen over de slavernij | Auteur Arend van Dam | Illustrator Alex de Wolf | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | Nederlands | 1e druk | ISBN 9789000359158 | februari 2018 | Hardcover | 304 pagina’s | Adviesleeftijd 10-12 jaar

Thea Beckmanprijs naar Verhalen over de Slavernij – De Reis van Syntax Bosselman (10+)

(Animatie: Rient van de Crommert)

Jeugdauteur Arend van Dam ontving vandaag de Thea Beckmanprijs 2018 met zijn historisch jeugdboek De reis van Syntax Bosselman – Verhalen over de slavernij (10+). Het is de eerste keer dat de Thea Beckmanprijs een jeugdhistorisch boek betreft dat vragen over de Nederlandse deelname aan de trans-Atlantische slavernij zo uitvoerig behandelt als de keerzijde van een handelsgeschiedenis die Nederland rijk heeft gemaakt.

Syntax Bosselman heeft werkelijk bestaan. Samen met 27 landgenoten uit Suriname werd hij in 1883 naar Nederland gehaald om op de Wereltentoonstelling op de Dam van Amsterdam te staan. Een tentoonstelling van echte mensen uit de kolonieën die op deze wijze geobjectiveerd en geëxoticeerd werden tijdens de naweeën van de afschaffing van de trans-Atlantische slavernij*.

In De reis van Syntax Bosselman gaat Arend van Dam op zoek naar het verhaal van de toen 60-jarige Syntax Bosselman en zijn 13-jarige reisgenoot Kodjo. Hij probeert zich voor te stellen hoe de reis en de gesprekken tussen de oudere Syntax, de jongere Kodjo en hun landgenoten zijn verlopen in de Wereldtentoonstelling maar hij probeert ook in de hoofden te kruipen van Michiel de Ruyter, Jan Pieterszoon Coen en Johan Maurits van Nassau – in zijn zoektocht naar antwoorden op waarom Nederland ooit heeft kunnen besluiten mee te gaan doen aan de slavernij.

Anders dan in al zijn voorgaande en andere jeugdhistorische verhalen lijkt Arend van Dam bij het maken van dit jeugdboek zich zeer bewust te zijn geweest van zijn eigen ‘witte gepriviliseerde’ achtergrond of probeert daar in elk geval op haast wetenschappelijke wijze rekenschap van te geven. Hij neemt een transparante onderzoekende positie in en neemt de lezer(s) steeds mee in zijn eigen twijfels over en worstelingen met deze keerzijde van de ‘Gouden Eeuw’ in aparte hoofdstukken die met lichtpaars gekleurde bladzijden door het boek heengewoven zijn.

Die voorzichtigheid om als ‘witte man’ te schrijven over de Wereldtentoonstelling en de koloniale geschiedenis van Syntax en zijn landgenoten blijkt bijvoorbeeld ook als hij emeritus hoogleraraar Sociale en Culturele Antropologie Gloria Wekker citeert uit een mailwisseling als één van de informatieve betrouwbare bronnen voor zijn onderzoek tijdens het schrijven van dit jeugdhistorisch boek en uit de gelezen ‘zwarte literatuur’ waarnaar hij verwijst.

Toch blijft De reis van Syntax Bosselman hier en daar iets te genuanceerd hangen in luchtig voorgestelde dialogen over wat in werkelijkheid een harde geschiedenis van drie eeuwen slavernij, onderdrukking, verkrachting, mishandeling, moord en uitbuiting van tot slaaf gemaakte mensen omvat. Zo hadden de gesprekken tussen het zacht voorgestelde personage van de oudere Syntax en de jongere kritische Kodjo stelliger en dieper uitgewerkt kunnen worden. Het lijkt erop dat de auteur de vinger niet helemaal op de zere plek durft te leggen ondanks dat hij zich uiterst consciëntieus heeft proberen in te leven in de mensen achter de Wereldtentoonstelling in koloniale context.

Het is zowel waardevol te noemen dat een ‘witte’ auteur deze complexe geschiedenis in een waardig historisch jeugdboek heeft opgetekend als een urgente oproep om nog veel meer verhalen en onderzoeken te creeëren in al dan niet historische jeugdliteratuur uit de handen van hen wie deze geschiedenis het meest in het hart en generaties treft.

Specificaties
De reis van Syntax Bosselman – Verhalen over de slavernij
Auteur: Arend van Dam
Illustrator: Alex de Wolf
Uitgeverij: Van Holkema & Warendorf
Prijs: € 15,99
Adviesleeftijd: 10-12+

Beelden
Beeldbank Archief Amsterdam

Voetnoot
*Er zijn 2 afschaffingsdata van de Nederlandse slavernij: de formele afschaffing van de slavernij in Nederlands-Indie vond plaats op 1 januari 1860; die van in de West (Suriname en de Antillen) vond plaats op 1 juli 1863. De facto zal de slavernij echter nog tientallen jaren voortduren tot in de eerste decennia van de 20ste eeuw.

Meer informatie over de Thea Beckmanprijs vind je hier.
Meer over Arend van Dam vind je hier.

Een bijzondere excursie: sporen van Quaco

kasteel rosendael
Kasteel Rosendael rond 1780 – Bron: Ineke Mok – Cultuursporen

Over Quaco lezen is iets anders dan de plaats te weten waar hij onder het gezag van John Gabriël Stedman (1744-1797) vanuit de Surinaamse plantages in 1777 in Nederland aankwam en leefde: kasteel Rosendael. In de kerk van dit kasteel vond Ineke Mok, initiatiefnemer en schrijfster van het unieke beeldverhaal Quaco – Leven in slavernij (Eric Heuvel & Ineke Mok, 2015), ooit het doopbewijs van de jongen Quaco waarmee haar zoektocht naar zijn leven in slavernij begon. Op zaterdag 16 april kunnen jongeren, scholieren, studenten en andere geïnteresseerden mee op een bijzondere cultuur-educatieve dagreis naar kasteel Rosendael en kasteel Cannenburch in Nederland’s Gelderland.

Tijdens de busreis is er ruimte voor verhalen, ervaringen, liederen en gedichten die verwijzen naar het slavernijverleden. De organisatoren nodigen u uit om in uw herinneringen, boekenkast of muziekverzameling te duiken, te laten horen en/of zien wat u wilt delen. Artimobiel verzorgt het vervoer en Stacey Esajas, presentator van de tv serie De Slavernij Voorbij, is de Master of Ceremony (MC) in de bus.

Ineke Mok vertelt over haar zoektocht naar het verhaal van Quaco en dat van andere Afrikanen in het Gelderland aan het einde van de 18e eeuw. Jorien Jas, conservator van Geldersch Landschap & Kasteelen, verhaalt over de schilderijen met Afrikaanse bedienden die in kasteel Cannenburch hangen; wat weten we van hen?

Programma zaterdag 16 april 2016
(zoals vermeld in de uitnodigingsmail)

10.15 Bus vertrekt vanaf station Amsterdam Amstel, max. 24 inzittenden
11.45 Bezoek kasteel Rosendael en de kerk in Rozendaal waar Quaco werd gedoopt
13.15 Lunch in het kasteel (er wordt rekening gehouden met vegetariërs)
14.00 Vertrek naar kasteel Cannenburch in Vaassen
14.45 Rondleiding in het kasteel en langs schilderijen met Afrikaanse bedienden
15.45 Afsluiting met thee/koffie en lekkers
16.00 Bus keert terug naar station Amsterdam Amstel. Aankomst rond 17.15

Kosten € 75
(zoals vermeld in de uitnodigingsmail)
De excursie wordt verzorgd tegen kostprijs. Hiervan wordt de busreis, de toegang, de rondleidingen, de lezingen, de lunch, koffie, thee en versnaperingen voor onderweg betaald. Houders van een Museum Jaarkaart (op vertoon en alleen geldig in kasteel Cannenburch) krijgen 8 euro korting en betalen € 68.

Speciaal € 12.50
(zoals vermeld in de uitnodigingsmail)
Speciaal voor een viertal jongeren – scholieren of studenten – die een persoonlijke band voelen met het slavernijverleden maar niet zoveel geld hebben, stellen de organisatoren vier plaatsen beschikbaar tegen kostprijs van de lunch: € 12,50. Wil je daarvoor in aanmerking komen? Stuur dan snel een mail aan Ineke of Dineke. Wie het eerst komt…

Organisatie
Sporen van Quaco wordt georganiseerd door Ineke Mok (Bureau Cultuursporen) en Dineke Stam (IMHP).

Aanmelden
(zoals vermeld in de uitnodigingsmail)
De excursie is kleinschalig en verdiepend: er zijn maar 24 plaatsen beschikbaar. Wacht dus niet te lang als je er bij wilt zijn. Voor meer informatie en betalingsgegevens, mail Dineke.

Extra informatie
(zoals vermeld in de uitnodigingsmail)
Van Quaco – Leven in slavernij (Eric Heuvel & Ineke Mok, Walburg Pers 2015) bestaan 2 versies: (1) het stripverhaal zonder bijlage (€ 8,95) en (2) het stripverhaal met bijlage (Quaco – educatief, €12,95), met o.a. bronnen, een tijdlijn, kaarten en extra informatie over verzet, slavernij op de Antillen, racisme en de erfenis van slavernij.

Quaco – Leven in slavernij is te koop via de Walburgpers , kasteel Rosendael, uw lokale boekhandel of ga naar quaco-stripverhaal.nl voor meer informatie en het lesmateriaal.

Het beeldverhaal Quaco is eerder uitgelicht bij Spinzi, teruglezen via deze link.

Uitgelicht: Quaco – Leven in slavernij (Eric Heuvel & Ineke Mok)

quaco-leven-in-slavernij
Quaco – Leven in slavernij (Eric Heuvel en Ineke Mok, 2015)

Vier jaar werkten historisch striptekenaar Eric Heuvel en neerlandica, onderzoeker en docent Ineke Mok (initiator) aan Quaco – Leven in slavernij. Die toewijding kun je in de lagen en nuances van dit bijzondere boek terug vinden. In Quaco wordt, de voor sommigen, abstracte kennis van de trans-Atlantische slavenhandelsgeschiedenis naar het persoonlijke inlevingsvermogen gebracht op een wijze waar jongeren ontvankelijk voor zijn: middels een hoogwaardig kwalitatief stripboek c.q. beeldverhaal.

Quaco, vaak geschreven en uitgesproken als Kwakoe, heeft aan het einde van de 18e eeuw echt geleefd. In de overgeleverde en geredigeerde uitgegeven dagboeken van de Schots-Nederlandse soldaat John Gabriël Stedman (1744-1797), één van de bekendste chroniqueurs die het leven op de Surinaamse plantages gezicht gaf, speelt Quaco als lijfknecht onder zijn gezag slechts een bijrol. Treffend is daarom dat de makers van het stripboek een omkering van het perspectief hebben gemaakt. Nu eens schrijft Quaco zijn verhaal op, zijn liefde voor het slavenmeisje Afua en beleven we het leven op de plantages, zijn innerlijke worsteling tegen de slavenopstand van Boni en het verhaal van Stedman en diens relatie met slavin Joanna door de ogen van Quaco.

Zeer doet de onmacht bezit te worden van een ander, ontroerend het gegeven van de menselijke overlevingskracht en: dat liefde overal speelt, ook in tijden van slavernij.

Quaco – leven in slavernij is uitgegeven als educatief historisch beeldverhaal door de Walburg Pers, oorspronkelijk bedoeld voor tweedeklassers maar absoluut ook geschikt voor klassen daarboven en thuis.

Het enige wat nog te wensen over laat is de vrijblijvendheid van de aanschaf; immers hoort dit stripboek – dat op unieke wijze verhaalt over de schaduwzijde van de Nederlandse handelsgeschiedenis specifiek bedoeld voor jongeren – net als Zwart in kinderboeken natuurlijk gewoon op de verplichte literatuurlijst thuis van alle lagen van het secundair onderwijs maar dat kan de uitgeverij niet kwalijk genomen worden en hoort thuis op de agenda van het Nederlands emancipatie en onderwijsbeleid.

Tot die tijd kunt u het eigengereid kopen via de webwinkel van de Walburg Pers en www.quaco-stripverhaal.nl of het bestuur van de school van uw kind(eren) noodzakelijkerwijs ermee spammen. De bijzondere luxe gebonden uitgave is inmiddels uitverkocht.

– Voor verdieping lees ook Stedman’s Narrative of a five years’ expe­dition against the revolted Negroes of Surinam (1796), volumes 1 en 2.

Extra informatie

Titel: Quaco
Subtitel: Leven in slavernij
Auteurs: Eric Heuvel en Ineke Mok
Uitvoering: genaaid gebrocheerd
Illustrering: geïllustreerd, kleur
Uitgave: Walburg Pers, Zuthpen, 2015
Omvang: 64 pagina’s
ISBN: 9789057309595

Joods Historisch Museum: Joden in de Oost, en de West

In het Joods Historisch Museum (verder: JHM) te Amsterdam is momenteel veel aandacht voor de geschiedenis van Joden in Indonesië, de Oost, en in de Cariben, de West. De tentoonstelling Selamat Sjabbat, over Joden in de Oost, is nog te bezoeken tot en met 8 maart 2015. Joden in de Cariben – Vier eeuwen geschiedenis in Suriname en Curaçao is net geopend: donderdag 30 januari 2015 was de opening, en de tentoonstelling loopt tot en met 14 juni 2015.

Er valt veel te bekijken en te beluisteren. Veel voorwerpen, oude foto’s, muziekfragmenten en interviews met (afstammelingen van) direct betrokkenen. Er wordt een duidelijke sfeer neergezet. Puur vanuit Joods perspectief, vanuit een weemoedig gevoel vergelijkbaar met het ‘tempoe doeloe‘ zoals Indo’s dat kennen, is dit een mooie tentoonstelling.

Stoffenstalen die men meebracht op het eerste deel (A'dam-Afrika) van de TAS-reis, om te peilen welke stoffen het meest in de smaak vielen bij Nigeriaanse slavenhandel. Afrikaanse modestoffen worden nog altijd gemaakt in Twente.
Stoffenstalen die men meebracht op het eerste deel (A’dam-Afrika) van de TAS-reis, om te peilen welke stoffen het meest in de smaak vielen bij Nigeriaanse slavenhandel. Afrikaanse modestoffen worden nog altijd gemaakt in Twente. – foto MvdZ

De link met kolonialisme en trans-atlantische slavenhandel is uiteraard sterk (het is de reden waarom Europeanen zich in Oost en West vestigden), maar dat wordt slechts zijdelings aangestipt in de exposities. In die zin is er sprake van een Nederlands perspectief: de Joden droegen bij aan de welvaart van de Republiek, en dat deden ze met plantage- en slavenhandel.

Bepaald geen onschuldig handeldrijven, ook in die tijd was het discutabel; woorden als ‘bijdragen aan de welvaart’ en ‘handeldrijven’ verbloemen de rauwe realiteit.

De knelpunten in dit verhaal komen wel uitgebreider aan bod in het boek Joden in de Cariben en het themanummer van het tijdschrift Misjpoge, Selamat Sjabbat. Veel Joden die vertrokken uit Europa, deden dat niet alleen uit een verlangen naar avontuur of gewin, maar omdat ze hoopten elders meer armslag, een prettig leven, te vinden. Joden mochten in Europa gildeberoepen niet uitoefenen, hadden te maken met fikse vervolging en pogroms, en de uitoefening van hun religie was aan banden gelegd en meestal ronduit verboden. Deels was dat anders in de wingewesten. Joden mochten daar wél grond bezitten bijvoorbeeld. Dat was in het voordeel van Europa, in dit geval Nederland, namelijk.

Dankzij het kolonialisme heeft Europa lang haar interne problemen kunnen ‘uitbesteden’ in plaats van ze op te lossen. We leven nu in een tijd, dat het Europese uitbesteden van ‘problemen’, groepen die anders zijn, van elders naar Europa zijn gekomen et cetera, op grenzen is gestuit. We, Europeanen (inclusief Joden, Moslims en anderen ‘van elders’), zullen nu dus echt moeten leren, om daar anders mee om te gaan. Kennis van de geschiedenis over de integratie van diverse bevolkingsgroepen in de overzeese gebieden, kan daarbij een positieve rol spelen.

joden_in_de_cariben_boekJoden in de Cariben Ter gelegenheid van de tentoonstelling: Joden in de Cariben – Vier eeuwen geschiedenis in Suriname en Curaçao. Onder redactie van Julie-Marthe Cohen Uitgeverij: Walburg Pers, Zutphen ISBN: 9789057303869 Pagina’s: 240 Prijs: € 34,50 Joden in de Cariben vertelt het verhaal van de joodse gemeenschappen die zich vanaf de zeventiende eeuw vanuit Amsterdam vestigden in een onbekende, nieuwe wereld: in Noordoost-Brazilië, Nieuw-Amsterdam (Het latere New York), Suriname en Curaçao. In deze Nederlandse koloniën genoten de Joodse gemeenschappen verregaande religieuze en economische vrijheden en kwamen zij tot bloei. Zij droegen bij aan de welvaart van de Republiek en speelden een centrale rol bij de totstandkoming van andere joodse gemeenschappen in het Caribisch gebied en in Noord-Amerika

Misjpoge1Misjpoge: Selamat Sjabbat Ter gelegenheid van de tentoonstelling: Selamat Sjabbat Prijs: €7,50 Ter gelegenheid van de tentoonstelling Selamat Sjabbat brengt het tijdschrift Misjpoge, het kwartaalblad van de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie, een themanummer uit over Joden in Nederlands-Indië. De uitgave is gemaakt in samenwerking met het JHM en het Menasseh ben Israel Instituut.

Meer informatie of wilt u het museum bezoeken? Het Joods Historisch Museum is gevestigd aan de Nieuwe Amstelstraat 1 te Amsterdam, vlakbij metrostation Waterlooplein.