Over Mootje (en waarom zij geen Marokkaanse Pippi Langkous is)

mootje

 

Mootje is de Marokkaanse Pippi Langkous kopte het Parool een ruime maand geleden toen het kinderboek van Hakima Elouarti (tekst) en Rosa Vitalie (illustraties) uitkwam. Een effectieve associatie: noem Pippi Langkous in een Marokkaanse kinderboekencontext en je haalt twee werelden binnen via een wijdverbreid jeugdsentiment. De introductie en de media-berichten stemden nieuwsgierig want wie is er nu niet opgegroeid met Astrid Lindgren’s Pippi en hoe ziet de Marokkaanse Pippi er dan uit?

Ik ga het verklappen: Mootje is geen andere versie van Pippi. Ja, Mootje bouwt. Ze bouwt een iglo van hout omdat ze een plekje zoekt dat moet lijken op de rust en de privacy van toen ze nog in haar moeder’s buik woonde. Bij Mootje thuis is het namelijk druk bevolkt. Het typische tweede generatie Marokkaanse gezin wordt hier geschetst: een groot gezin, veel zussen (12), iedereen die zich met iedereen bemoeit, geen eigen slaapkamer en altijd familie op bezoek. Dus Mootje piept er stiekem tussen uit. Op zoek naar haar alleen-zijn en moment van rust.

Wie aan Pippi denkt verwacht waarschijnlijk spannende, grootse, meeslepende eigenzinnige avonturen en heldendaden, mallegekke taferelen. Wat genderclichés betreft representeert het personage van Mootje echter vrij veel sekse-rolbevestigende kenmerken. Ze verlangt naar rust en stilte, fantaseert en droomt, knutselt en tekent en houdt van thee en bloemen.

Ze bouwt dan wel een iglo maar doet dit stiekem en krijgt kramp in haar handjes van het bouwen (ze zet gelukkig wel door). Als blijkt dat ze opgesloten in haar iglo zit dan ligt ze in eerste instantie passief op de grond en huilt ze een rivier(tje). Pas als zij haar moeders stem hoort roepen komt ze in actie. Het avontuur gebeurt vooral in Mootje’s hoofd (introvert) en heeft hier de betekenis van je ongestoord kunnen terug trekken in je eigen fantasierijke en creatieve wereld.

Mootje is veel meer een persoonlijk verhaal geschreven door iemand die in een groot Marokkaans gezin is opgeroeid. Heel invoelbaar wordt het verlangen van Mootje om eens een keer alleen te kunnen zijn – haar behoefte aan stilte en privacy. Maar ook: de strijd tussen dat verlangen en de loyaliteit en affectie naar het grote gezin waar ze uit komt want aan het einde is ze blij om weer samen met iedereen thuis te zijn en de oude situatie dankbaar hersteld.

Duidelijk zien we ook de krachtige, affectieve en innig verbonden vrouwencultuur binnen het gezin en de familie. Opmerkelijk gescheiden van de mannenwereld daarbinnen in.

Niet de vergelijking met Pippi maar het luik naar de (innerlijke) wereld van Mootje maakt deze uitgave bijzonder: het is een kinderboek geschreven vanuit de eigen cultureel familiaire Marokkaanse achtergrond met herkenbare taferelen waarmee Marokkaanse gezinnen met veel kinderen zich kunnen identificeren.

Tip: kijk ook eens naar Het boek over een doek.

Mootje is een kinderboekenproject van Rose Stories en geschikt voor ongeveer 4-9 jaar. Gefinancierd door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en crowdfunding Voor de Kunst.

Uitgelicht: 10 Superdiverse kinderverhalen in 5 kleurrijke boeken

sesambox
10 superdiverse verhalen in 5 kleurrijke kinderboeken. Dat is de tageline van het kinderboekenproject van onze zuiderburen Studio Sesam uit Vlaanderen. Tien professionele illustratoren en kinderboekenschrijvers, met of zonder migratieachtergrond, maakten voor Studio Sesam 10 cultuursensitieve kinderverhalen met personages die de verschillende interculturele leefwerelden die in onze westerse samenleving verankerd liggen weerspiegelen. En: dat is hen redelijk goed gelukt.

pablo-fanfareElk boek bevat twee kinderboekverhalen geschikt voor kinderen van ongeveer 4 tot 9 jaar. Ongeveer op de helft, waar het ene verhaal eindigt, keer je het boek om alwaar het andere verhaal begint. Het meeste voelt als kloppend: de kleurrijke kaften, de kunstzinnige illustraties, het taaltechnisch niveau en de cultuursensitieve inhoud van de prenten en verhalen.

Feitelijk zijn het ‘gewoon’ erg mooi vormgegeven en tekst-kwalitatieve kinderboeken maar juist doordat de interculturele achtergronden als een vanzelfsprekend gegeven verweven zijn in de verhalen zijn deze superdiverse kinderboeken bijzonder in hun soort.

Effectief zijn ook de samen-spelen-en-leren-opdrachten aan het eindeDroombellen_cover-300x300 van elk verhaal met een link naar het verhaal en de personages. Zo hebben Asma Ould Aissa & Annemarie Vermaak aan Safia en de Droombellen het heerlijke recept voor Briwats maken toegevoegd.

Elk boekdeel ademt zijn eigen sfeer en karakter waardoor de samenstelling van het pakket tevens divers binnen in haar eigen aanbod is. Maar, zodra het over diversiteit in kinderboeken gaat luidt onvermijdelijk ook de kritische hamvraag: lukt dit wel zonder in stereotyperingen te vervallen – gaat het soms niet ook mis?

HMarokko_cover_shop-298x300et antwoord? Nee, dat lukt niet altijd. Ook in sommige Superdiverse kinderboeken van Studio Sesam worden soms stereotype ideeën bevestigd en bekrachtigd. Hoewel de boeken allemaal artistiek geïllustreerd en vakkundig geschreven zijn verschilt het per verhaal hoezeer culturele stereotypen vermeden zijn of zelfs ontkracht worden. In Ik wil niet naar Marokko! (Laïla Koubaa & Tinne Van den Bossche) is het beeld bijvoorbeeld ambigue. Enerzijds moet Omar mee op vakantie naar Marokko terwijl hij liever thuis in Nederland blijft om te voetballen met zijn vrienden op het plein. Een verhaal waar veel Marokkaanse kinderen zich mee kunnen en zullen identificeren want Omar groeit, anders dan de generatie van zijn ouders, in beide werelden en nog veel meer in Nederland op.

Anderzijds portretteert het kinderboek het typische middenstandsklasse Marokkaans-Nederlandse gezin waarin stereotype beelden van de buitenlandse cultuur als chaotisch en waar mensen altijd te laat komen worden bevestigd. In een paar andere boeken worden donkere kinderen met hardlopen en muziek maken geassocieerd – bij uitstek de stereotype rollen waarover veel kritiek is binnen het emancipatoire stereotypen discours.

Toch mag dit alles de pret niet drukken. In een aantal verhalen worden stereotype beelden juist ook weer ontkracht, vermeden of op de kop gezet. Ofwel: de verhalen van Superdiverse kinderboeken verschillen onderling ten aanzien van stereotype culturele beelden. Het belangrijkste effect vind ik wel dat de box als geheel op unieke wijze het belang van diversiteit in kinderboeken in het publieke en uitgeversdomein agendeert. Vanuit esthetisch oogpunt en vanuit de verhaaltechnische kwaliteit bezien zijn zij een rijkelijke toevoeging voor iedereen die op zoek is naar mooie interculturele kinderboeken.

Zowel de box als de kinderboeken afzonderlijk zijn te koop via de webwinkel van Studio Sesam.

Update: Gezocht! Nieuwe schrijvers en illustratoren voor kleurrijke kinderboeken 

Aan Tien superdiverse verhalen deden mee:

Lies Vervloet & Laura Janssen – Berelekker
Khadija Timouzar & Inge Lavrijsen – Een goal voor Imane
Hanaa Boubouh / Nilufar Kuhpour – Waar is Parlo?
Alice van de Geest & Sanne Thijs – De Broccolireus
Asma Ould Aissa & Annemarie Vermaak – Safia en de droombellen
Atilla Erdem & Peggie De Sager – De huissnuiver
Benedicte Moussa-De Greef & Frits van Zeventer – De Loopwestrijd
Laila Koubaa & Tinne Van den Bossche – Ik wil niet naar Marokko!
WinnyAng & Fatinha Ramos – Op zoek naar Yori

Een bijzondere excursie: sporen van Quaco

kasteel rosendael
Kasteel Rosendael rond 1780 – Bron: Ineke Mok – Cultuursporen

Over Quaco lezen is iets anders dan de plaats te weten waar hij onder het gezag van John Gabriël Stedman (1744-1797) vanuit de Surinaamse plantages in 1777 in Nederland aankwam en leefde: kasteel Rosendael. In de kerk van dit kasteel vond Ineke Mok, initiatiefnemer en schrijfster van het unieke beeldverhaal Quaco – Leven in slavernij (Eric Heuvel & Ineke Mok, 2015), ooit het doopbewijs van de jongen Quaco waarmee haar zoektocht naar zijn leven in slavernij begon. Op zaterdag 16 april kunnen jongeren, scholieren, studenten en andere geïnteresseerden mee op een bijzondere cultuur-educatieve dagreis naar kasteel Rosendael en kasteel Cannenburch in Nederland’s Gelderland.

Tijdens de busreis is er ruimte voor verhalen, ervaringen, liederen en gedichten die verwijzen naar het slavernijverleden. De organisatoren nodigen u uit om in uw herinneringen, boekenkast of muziekverzameling te duiken, te laten horen en/of zien wat u wilt delen. Artimobiel verzorgt het vervoer en Stacey Esajas, presentator van de tv serie De Slavernij Voorbij, is de Master of Ceremony (MC) in de bus.

Ineke Mok vertelt over haar zoektocht naar het verhaal van Quaco en dat van andere Afrikanen in het Gelderland aan het einde van de 18e eeuw. Jorien Jas, conservator van Geldersch Landschap & Kasteelen, verhaalt over de schilderijen met Afrikaanse bedienden die in kasteel Cannenburch hangen; wat weten we van hen?

Programma zaterdag 16 april 2016
(zoals vermeld in de uitnodigingsmail)

10.15 Bus vertrekt vanaf station Amsterdam Amstel, max. 24 inzittenden
11.45 Bezoek kasteel Rosendael en de kerk in Rozendaal waar Quaco werd gedoopt
13.15 Lunch in het kasteel (er wordt rekening gehouden met vegetariërs)
14.00 Vertrek naar kasteel Cannenburch in Vaassen
14.45 Rondleiding in het kasteel en langs schilderijen met Afrikaanse bedienden
15.45 Afsluiting met thee/koffie en lekkers
16.00 Bus keert terug naar station Amsterdam Amstel. Aankomst rond 17.15

Kosten € 75
(zoals vermeld in de uitnodigingsmail)
De excursie wordt verzorgd tegen kostprijs. Hiervan wordt de busreis, de toegang, de rondleidingen, de lezingen, de lunch, koffie, thee en versnaperingen voor onderweg betaald. Houders van een Museum Jaarkaart (op vertoon en alleen geldig in kasteel Cannenburch) krijgen 8 euro korting en betalen € 68.

Speciaal € 12.50
(zoals vermeld in de uitnodigingsmail)
Speciaal voor een viertal jongeren – scholieren of studenten – die een persoonlijke band voelen met het slavernijverleden maar niet zoveel geld hebben, stellen de organisatoren vier plaatsen beschikbaar tegen kostprijs van de lunch: € 12,50. Wil je daarvoor in aanmerking komen? Stuur dan snel een mail aan Ineke of Dineke. Wie het eerst komt…

Organisatie
Sporen van Quaco wordt georganiseerd door Ineke Mok (Bureau Cultuursporen) en Dineke Stam (IMHP).

Aanmelden
(zoals vermeld in de uitnodigingsmail)
De excursie is kleinschalig en verdiepend: er zijn maar 24 plaatsen beschikbaar. Wacht dus niet te lang als je er bij wilt zijn. Voor meer informatie en betalingsgegevens, mail Dineke.

Extra informatie
(zoals vermeld in de uitnodigingsmail)
Van Quaco – Leven in slavernij (Eric Heuvel & Ineke Mok, Walburg Pers 2015) bestaan 2 versies: (1) het stripverhaal zonder bijlage (€ 8,95) en (2) het stripverhaal met bijlage (Quaco – educatief, €12,95), met o.a. bronnen, een tijdlijn, kaarten en extra informatie over verzet, slavernij op de Antillen, racisme en de erfenis van slavernij.

Quaco – Leven in slavernij is te koop via de Walburgpers , kasteel Rosendael, uw lokale boekhandel of ga naar quaco-stripverhaal.nl voor meer informatie en het lesmateriaal.

Het beeldverhaal Quaco is eerder uitgelicht bij Spinzi, teruglezen via deze link.

Progressieve Sinterklaasboeken 2000-2015

De vrienden van Sinterklaas - Sjoerd Kuyper (2014)Ritueelgetrouw plaats ik elk jaar een overzicht van alle progressieve Nederlandse Sinterklaasboeken die zijn uitgegeven. Dat wil zeggen: Sinterklaasboeken met nieuwe pieten en/of zonder zwarte pieten.

Klik hier voor het overzicht progressieve sinterklaasboeken 2000-2015.

De komende weken wordt het overzicht geactualiseerd. Heb je een tip? Mail dan naar Kim: kej.blackburn@gmail.com o.v.v. progressieve sinterklaasboeken.

De Tempelwachters van het Rijksmuseum (7+)

foto 4
Afbeelding uit: De Tempelwachters van het Rijksmuseum (p. 64, 2014)

Aziatische hoofdpersonages worden zelden gerepresenteerd in Nederlandse kinderboeken. Bijzonder is daarom het prentenboek De Tempelwachters van het Rijksmuseum (2014) waarmee kunstenaars Harriet Impey en Katie Pickwoad Japanse kunstgeschiedenis relevant voor jonge kinderen maken.

Eenvoudig en prachtig wisselende prenten van bergachtige landschappen en imposante beelden bereiken daarbij hun doel trefzeker: vanaf de eerste pagina kruipt de (voor)lezer via beeld en taal op serene doch spannende wijze zó in de geschiedenis van de twee 14de-eeuwse Japanse houten sculpturen die in het Aziatisch Paviljoen van het Rijksmuseum staan: Agyo en Ungyo.

Ontroerend is de culturele betekenis die aan Agyo en Ungyo gegeven wordt: samen symboliseren zij respectievelijk de eerste en de laatste lettergrepen van het Japanse alfabet: het begin en het einde van alles.

Impey en Pickwoad begrijpen de psyche van het jonge kind. Ze hanteren een eenvoudig en spannend narratief: de protagonist is de negenjarige Shiro die zojuist met zijn moeder naar een ander dorp is verhuisd vanwege de bedreiging van de Enya clan. Via Shiro ontdekken we het verhaal van de tempelwachters.

Aangegeven wordt dat het prentenboek geschikt is voor 9+, maar tijdens het voorlezen hingen zowel dochter- als zoonlief aan mijn lippen, respectievelijk 8 en 7 jaar. Ik mocht niet stoppen voordat het hele verhaal uitgelezen was. Met meelevende kreetjes, zuchtjes, nieuwsgierige ogen en rode wangen toonden zij duidelijk het verhaal van de tempelwachters enorm spannend te vinden.

Indrukwekkend zijn ook de illustraties waarbij vooral gebruik gemaakt is van de Japanse houtsnedes van Utagawa Kuniyoshi (1798-1861).

Tot slot: het prentenboekverhaal is niet representatief voor modern Azië en we komen stereotypisch krijgers en ninja’s tegen, maar gezien de doelstelling en context van dit verhaal, doet dat niet ter zake.

foto 2foto 3foto 5Specificaties
Titel: De tempelwachters van het Rijksmuseum
Auteurs: Harriet Impey en Katie Pickwoad
ISBN: 978 90 476 17 037
Pagina’s: 85
Uitvoering: hard cover
Uitgever: Rubinstein
Vertaler: Jan Paul Schutten
Kopen via: (liefst) je lokale boekhandel of bol.com