Getest in de klas: Koning & Koning

11160326_625048834296557_552958705_nOp de kalender  in het klaslokaal van mijn kleutervrienden, heeft collega Vera bij 27 april een wapperend vlaggetje getekend. Koningsdag nadert. Zo nu en dan wordt er door een kleuter op het vlaggetje getikt. Er valt binnenkort weer iets te vieren. Oranje koekjes, geschminkte gezichten en muziek. De oudste kleuters halen herinneringen op aan vorig jaar. “Soms denk ik dat ik later kan worden wat ik wil”, zegt Gerald. “En misschien word ik wel koning”. Ik ben onmiddellijk enthousiast. Een koning in skinny jeans, op sneakers. Elk jaar een troonrede waar wat te lachen valt, waar echt een traantje zal worden weggepinkt omdat de mooie woorden van Gerald, uitgesproken met die charmante slisklank ons werkelijk  zullen raken.

Het prentenboek Koning en Koning van Linda de Haan en Stern Nijland gaat over een prins die op een dag door zijn moeder ( ze is oud, zit al lang op de troon en is moe ) geconfronteerd wordt met het feit dat hij nog steeds ongetrouwd is. “Iedere prins in de wijde omgeving is al getrouwd, behalve jij! Toen ik zo oud was als jij was ik al twee keer getrouwd geweest” gilt Koningin Moeder hem toe aan de ontbijttafel. Ze is het zat. Ze schreeuwt met haar tong uit de mond. Jim probeert of hij dat ook kan: praten met zijn tong uit de mond. Alle kleutervrienden volgen zijn voorbeeld.  Het is lastig maar waar een wil is, is een weg. Praten met de tong uit de mond is wat de kleuters betreft zeker een mogelijkheid in het leven.
Aan het eind van de dag is de prins omgepraat. “O.k moeder, wat u maar wil. Maar ik heb nog nooit een leuke prinses ontmoet”.

De koningin begint bij de A van haar lijst en belt alle prinsessen van de hele wereld. Een bonte stoet aan malle, elegante, rondborstige, door Country and Western geïnspireerde vrouwen komt voorbij. Het groene prinsesje uit Groenland roept de meest intense reacties op. De kleuters springen op van hun plaats, rennen naar het boek om dit wezen eens goed van dichtbij te bekijken. Een groene jurk.Twee staartjes. Ze mist een paar  tanden. Een feest van onbewuste herkenning. Het is smullen en verkneukelen in de kring want wij weten: dit wordt niks met al die vrouwen en onze prins.

De koningin en haar zoon moeten even slikken. Het was al met al niet veel soeps. Maar wacht. Er staat nog iemand voor de poort. Prinses Madelief en broer Prins Heerlijk. Prinses Madelief voldoet in grote lijnen aan het Disney-ideaal. Ze heeft blond golvend haar, een symmetrisch snoetje met getuite lipjes en ze draagt hoge hakken. Eindelijk slaat het hart van de prins op hol. Liefde op het eerste gezicht: wat een beeldschone prins, die broer van Madelief. De liefde is geheel wederzijds. Het wordt een bijzondere bruiloft. En de koningin heeft eindelijk tijd voor zichzelf.

Ik laat de laatste illustratie aan de kinderen zien. Koning en Koning kussen elkaar. In deze kleuterklas in Amsterdam-Noord ontvouwt zich vervolgens de volmaakte maatschappij in het klein. Een luid gejuich stijgt op. Verliefd! Kussen! Getrouwd! De kleutervrienden klappen in hun handen van plezier. Een enkele enthousiasteling stampt ook met de voeten. In het gejoel klinkt een kritische noot van een kleutervriend: “Twee jongens die kussen, dat kan toch niet?”

Noortje geeft antwoord: “Ja dat kan wel. Mijn vader heeft twee beste vrienden en die zijn verliefd op elkaar. Dus…….” Sinne vertelt over de buurvrouwen die zonder buurmannen in een huis wonen. De euforische liefdesstemming houden we erin. Taylan benoemt nog maar eens op welke vier meiden hij verliefd is. Liefdevol kijkt hij van de een naar de ander. We hebben lang gedacht dat Taylan heel stoer is want hij loopt altijd met zijn armen wijd. Maar die wijde armen komen door zijn grote hart. Als je amper een meter lang bent en je hart is een meter breed, probeer dan maar eens subtiel het schoolplein over te steken.

Dan staat Jim op. “Miriam, nu moet jij zeggen op wie van ons jij verliefd bent”. Hij kijkt me aan zoals Jim dat kan.  Jongensachtig, vol bravoure en oneindig lief. Het is plotseling stil in de kring. Alle kinderen kijken me verwachtingsvol aan. Vijf, zes kleuters komen van hun plaats. In een situatie als deze is opstaan en je laten zien beter dan passief zitten wachten. “Op mij toch?”, hoor ik een kleutervriend fluisteren. “Ze heeft al verkering”, vult een andere kleuter aan. Maar Jim is onverbiddelijk. Er zal een naam genoemd moeten worden.
Een voor een noem ik de namen van alle kinderen.  Verliefd op allemaal. Zoiets is volledig geaccepteerd in een kleuterklas want hier betekent ‘verliefd’ ook houden van, lief vinden, beste vriend zijn, enorm waarderen.  Als ik de laatste naam heb genoemd, voel ik ‘m al aankomen. De doldwaze, licht-hysterische groepsknuffel. De enige vorm van verstikkende liefde die best goed is voor een mens, zo nu en dan. We gaan los. Als de ademnood en de gekkigheid me teveel worden, roep ik om de kleuters af te leiden: “Wie van jullie weet waar Maxima vandaan komt?” “UIT HAAR MAMA’S BUIK!” gilt Ilja. Dank je wel, lieve Ilja. Voor deze prachtige, volmaakt bij het liefdesthema aansluitende waarheid. Geboren zonder oordeel. Uit de buik van onze moeders.

Na het verhaal gaan we koningen maken van pen, ecoline en glitters. “ We hebben de gouden juffen-pen ook nodig”, zegt Gerald. “Om gouden tanden mee te  maken. Dat is mooi, als je onder en boven glimmende tanden hebt. Koningen hebben dat”.

Wat jammer toch, dat ik geen connecties heb in aristocratische kringen. Ik zou graag een nieuwe koning willen aandragen. Skinny jeans. Sneakers. Gouden tanden. Een troon van lego. De troonrede met de mond vol Liga-koek. En altijd, altijd liefde.

U allen kent vast dat gevoel van lichte weerstand, bij de mededeling: dit boek moet je lezen. We bepalen het liefst onze eigen klassiekers. Toch ga ik het zeggen: Dit boek moet echt ( voor ) gelezen worden. Dit grappige, lichtvoetige prentenboek dat op een volstrekt natuurlijke manier de gay-liefde presenteert, is volmaakt voor alle kinderen, ouders en leerkrachten.

Miriam Bouwens, Amsterdam, 21 april 2015

11157005_625048687629905_1083493751_nkonkon2 11117812_625048857629888_1788310976_n

Zwart in kinderboeken (1880-1980)

zwart-sambo-tien-kleine-negertjes-pijpjedrop-pompernikkel-en-anderen-jeroen-kapelle-en-dirk-j-tang
Zwart. Sambo, Tien kleine negertjes, PijpjeDrop, Pompernikkel en anderen. Het beeld van de zwarte mens in de Nederlandse illustratiekunst 1880-1980 (Jeroen Kapelle en Dirk J. Tang, 2008)

De lange sierlijke titel van Zwart doet wellicht vermoeden dat dit boek bedoeld is voor een kleine groep academici en geëngageerde sujetten, maar dat is onterecht. Het 96 pagina’s tellende Zwart – Sambo, Tien kleine negertjes, PijpjeDrop, Pompernikkel en anderen. Het beeld van de zwarte mens in de Nederlandse illustratiekunst 1880-1980, geschreven door Jeroen Kapelle en Dirk J. Tang (2008), behelst precies wat de titel suggereert: het beeld van (de)koloniale illustraties uit Nederlandse kinderboeken van de vorige eeuw duiden en wel in heel toegankelijke taal.

Zwart is geen pamflet. Ze roept niet op tot verongelijkt activisme. Koloniale karikaturale stereotypen worden onverbloemd geplaatst in historisch context zonder politieke woede. Niet iedereen zal daarvan gecharmeerd zijn, maar ikzelf kan die gelaagdheid en genuanceerde voorstelling van duistere menselijke gedragingen zeer waarderen.

Naar mijn weten kent Zwart geen voorganger in Nederland en zijn er geen andere boeken in ons polderland welke uitsluitend de relevantie van de wijze waarop etniciteit gerepresenteerd in kinderboeken wordt, zo elegant en uitgebreid serieus neemt als deze (1). Sambo, Tien kleine negertjes, PijpjeDrop, Golliwog, Pompernikkel komen allemaal aan bod. Misgeslagen goede bedoelingen krijgen woorden en aan het mysterieuze opduiken van Jan Compagnie naast Michiel de Ruyter in verhalen en prenten, wordt vakkundig een volledig hoofdstuk gewijd door historicus en publicist Dirk J. Tang.

jan compagnie
Jack Staller, afbeelding in: Graddy Boven, De Admiraal: Michiel Adriaenszoon de Ruyter, Zaltbommel (Aprilis) 2007, collectie KB uit: Zwart (Jeroen Kapelle en Dirk J. Tang, 2008)

Op de vraag ‘wie Jan Compagnie dan was?’ antwoordt Tang: dat is simpelweg niet meer te achterhalen. Toch wordt door het ruime aanbod van verschillende illustraties van Jan Compagnie met Michiel de Ruyter er een kleurrijk palet aan vergelijkingsbeeldmateriaal geschetst. Positieve ontwikkelingen worden ook belicht, want zo besluit Tang, uit de illustraties in De Admiraal: Michiel Adriaenszoon de Ruyter (2007) zijn negatieve stereotyperingen verdwenen.

Wordt Michiel de Ruyter hiermee niet in een al te positief nationalistisch rooskleurig narratief geplaatst? Felle criticasters zullen hoogstwaarschijnlijk stellen van wel. Anderzijds: het bestaan van deze gedekolonialiseerde illustraties verzwijgen of buiten de beeldvorming laten zou eveneens een vorm van geschiedsvervalsing zijn.

Zwart positioneert zwart in kinderboeken in een koloniaal historisch én actueel perspectief. Dit boek op de verplichte literatuurlijst binnen alle lagen van het Nederlands secundair onderwijscurriculum plaatsen, van het VMBO tot aan het Gymnasium, zou de geloofwaardigheid van een aantal fundamentele kerndoelen uit artikel 11b van de Wet op het Voorgezet Onderwijs (2) niet mistaan.

Anoniem, afbeelding in: P. Louwerse, Zwarte Sam, of een neger is ook een mensch, Zuthphen (Schillemans en Van Belkum) [1895] uit: Zwart - Sambo, Tien kleine negertjes, PijpjeDrop, Pompernikkel en anderen (Jeroen Kappelle en Dirk J. Tang, 2008)
Anoniem, afbeelding in: P. Louwerse, Zwarte Sam, of een neger is ook een mensch, Zuthphen (Schillemans en Van Belkum) [1895] uit: Zwart (Jeroen Kappelle en Dirk J. Tang, 2008)

Specificaties
Titel: Zwart. Sambo, Tien kleine negertjes, PijpjeDrop, Pompernikkel en anderen. Het beeld van de zwarte mens in de Nederlandse illustratiekunst 1880-1980.
Auteurs: Jeroen Kapelle m.m.v. Dirk J. Tang
Redactie: Saskia de Bodt
Fotografie: Koninklijke Bibliotheek
Vormgeving: Brigitte Slangen
Copyright: Uitgeverij d’jonge Hond (2007), Jeroen Kapelle, Dirk J. Tang (2008)
ISBN: 987 90 89100 78 8
Kopen: (liefst bij je) lokale boekhandel of bol.com

(1) Geen boek, maar een hele collectie: Curator Carl Haarnack is met zijn bijzondere privé collectie Buku – Bibliotheca Surinamica gespecialiseerd in zwarte stereotyperingen in historische kinder- en jeugdboeken. Haarnack schrijft hier regelmatig essays over op zijn blog.

(2) bedoelende onderdelen en toebehorende subonderdelen A (Nederlands), E (Mens en maatschappij) en F (kunst en cultuur) uit het besluit van 7 juni 2006, houdende vaststelling van de kerndoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs alsmede aanpassing van het Inrichtingsbesluit W.V.O. (Besluit kerndoelen onderbouw VO). PDF besluit 7 juni 2006 download link.

Hoe wapenen we onze kinderen tegen racisme en uitsluiting (Minka Jansen)

Minka Jansen (61) is orthopedagoog en het gezicht achter Opvoedtips. We vroegen haar een gastblog te schrijven over het belang van emancipatie en diversiteit in kinderboeken. Aan de orde komt ook: tips voor ouders en kinderen over hoe om te gaan met racisme.

alex-haley-roots

Hoe wapenen we onze kinderen tegen racisme en uitsluiting

We zijn niet verantwoordelijk voor gebeurtenissen uit het verre verleden maar, we zijn er wel de producten van. Het heeft de samenleving gevormd en het heeft ons gevormd. Ongemerkt hebben zich beelden vast gezet in onze geest en zonder dat we het door hebben handelen we hiernaar en oordelen we op grond hiervan. Dit geldt overigens voor iedereen, van elke leeftijd, sekse of culturele achtergrond.

Ik denk dat iedereen wel eens gehoord heeft van de beroemde ‘poppentesten’. Kinderen mogen kiezen uit een donkere en een licht getinte maar verder identieke pop. Soms uit een serie plaatjes van identieke poppen die oplopen/aflopen in kleur. Vrijwel elk kind kiest voor de lichte pop. Ook de donkere kinderen. Het is hartbrekend om te zien hoe deze kinderen de lichte poppen mooier, liever en slimmer vinden. Bij één van die testen was er één duidelijke uitzondering. Een donker jongetje koos voor de donkere pop. Het kind bleek te komen uit een gezin waar nadrukkelijk veel aandacht was voor het ontwikkelen van een sterk gevoel van eigenwaarde en zwart bewustzijn.

Hoe doen we dat, hoe brengen we onze donkere kinderen groot met een goed gevoel van eigenwaarde en hoe leren we om zich staande te houden in een wereld waar nog heel wat racisme en vooroordelen rondwaren. Hoe brengen we onze witte kinderen groot zonder vooroordelen en zonder het gevoel beter of slimmer of liever te zijn.

Veel ouders van met name witte kinderen worden op dit punt aangekomen boos omdat ze ervan overtuigd zijn dat kinderen in het algemeen geen kleur zien. De Poppentesten bewijzen het tegendeel. De vervelende reacties die veel zwarte kinderen over zich heen krijgen in de periode van het Sinterklaasfeest eveneens, al was het maar omdat het donkere kindje altijd Zwarte Piet moet spelen.

Op subtiele wijze is het negatieve beeld dat kleeft aan mensen met kleur, een andere cultuur of een andere taal al genesteld in het hoofd van onze kinderen. Ook in dat van het zwarte kind.

Scheldwoorden als ‘poepchinees’ worden nauwelijks herkend als uitingen van racisme. Toch is het dat en alles werkt mee aan de beelden in ons hoofd, in het hoofd van onze kinderen. Niet in de laatste plaats de karikatuur van de slaaf in de vorm van Zwarte Piet.

Een van de oorzaken ligt ook in het gebrek aan zwarte helden. Niet omdat die niet bestaan maar omdat je er zo weinig van hoort. Martin Luther King, dat weer iedereen, maar verder? Toch zijn zeer, de oorlogshelden, de uitvinders, de genieën.

Kinderboeken worden nog in hoofdzaak bevolkt door witte kinderen en dus zijn de hoofdpersonen dit ook. Als er al een zwart kindje in figureert is dat vaak een bijrol waar behalve de kleur eigenlijk niets eigens aan te zien of beleven valt.

Hetzelfde geld overigens voor kinderen met een beperking. Die zijn ook zelden de held van het verhaal en als er al boeken over worden geschreven dan gaat het vaak over de beperking. Dat kinderen met een beperking op de eerste plaats gewoon kinderen zijn zie je niet veel terug.

Kijk ook kritisch naar wat je kind leest of ziet aan films en computerspelletjes. Maar al te vaak worden nog stereotiepe beelden opgevoerd. Het is nog niet zo lang geleden dat Sjors en Sjimmie in de ban gingen. Nu nog kom je boeken en films tegen waarin uitsluitend witte mensen directeur of filmster zijn en zwarte mensen huishoudster, nanny of portier. Zwarte jongeren zitten in een ‘gang’ en zelden zie je ze in de toga horende bij het afstuderen in Amerika.

Projecten op school over Afrika gaan nog maar al te vaak uit van stereotiepe beelden, hutje, palmbomen en schaars geklede altijd lachende zwarte mensen. Afrika als continent met steden en universiteiten is hier nauwelijks bekend.

Kortom, we moeten dit beeld bijstellen en daarvoor moeten we iets doen. Op zoek naar de helden.

Kinderboekjes met zwarte prinsen en prinsesjes. Kinderen uit allerlei culturen in de hoofdrol. Films waarin een realistisch beeld wordt geschetst van zwarte culturen, van de geschiedenis en met zwarte helden.

Waar de school steken laat vallen kun je de school hierop aanspreken maar ook kun je thuis tegenwicht bieden. Koop boeken die iets vertellen over de slavernij bijvoorbeeld. Dit gebeurt op school veruit onvoldoende dus voorlopig moeten we dat zelf doen. Ook voor de witte kinderen!

Ikzelf heb indertijd Kunta Kinte voorgelezen aan mijn kinderen. Ze hingen aan mijn lippen en het gaf veel gelegenheid om over het thema slavernij en racisme te praten.

Zwarte poppen om mee te spelen. Je moet er nog steeds achteraan maar het aanbod is er inmiddels wel. Let hierbij op dat niet alleen de kleur van de pop donker is maar dat ook de gelaatstrekken en het haar kloppen. Er zijn tegenwoordig Aziatische poppen en Latijnse poppen (zelfs Barbies).

Krijgt je kind met racisme te maken praat er dan over en vertel iets over het ontstaan en laat vooral ook weten dat het niet klopt en niet iets is wat je zomaar accepteert. Laat ook zelf, in je eigen gedrag, zien dat je dit niet accepteert. Prijs het kind dat racisme herkent en er op een positieve maar kritische manier op reageert.

We moeten niet in verschillende kampen terecht komen, zwart en wit. Het ideaal dat spreekt uit de boosheid van witte ouders die denken dat kinderen geen kleur zien willen we natuurlijk uiteindelijk wel bereiken.

drs. W. Jansen (Minka) is orthopedagoog. Ze studeerde aan de Vrije Universiteit, de UVA en de UVU en woonde op Curaçao. Haar specifieke blik op opvoeding en hoe met kinderen om te gaan komt voort uit haar jarenlange ervaring met (pleeg)kinderen. Onlangs verscheen van haar hand het opvoedkundige boek Ik ben niet opgevoed. In hoofdstuk 11 gaat zij in op hoe om te gaan met racisme. Volg Minka op www.ikbennietopgevoed.nl en/of www.facebook.com/Opvoedtips.

Weet jij hoe het is om anders te zijn?

werkgroepbijeenkomst jeugdboeken: weet jij hoe het is het om

anders zijn te zijn?

Aan de nostalgische Lairessestraat in Amsterdam Zuid ligt het thuishonk van de Vereniging van Letterkundigen (VvL) verscholen. Sinds 1905 genoemd het Van Deysselhuis, gelijk de naam van haar eerste voorzitter. Bij binnenkomst voel ik al gauw: dit is een warm bad. Een onopgesmukte ruimte vol van ongeveinsde gepassioneerde kinder- en jeugdboekenschrijvers.

Vandaag praten we over diversiteit in kinderboeken, georganiseerd door de bevlogen Werkgroep Jeugdboeken van de VvL.

“Niemand weet hoe het is om . . .

zo lang te zijn als ik.” Selma Noort, kinderboekenschrijfster en kunstschilder, hier in de rol als levendige discussieleidster, blikt met priemende ogen de groep in. In het lokaal instemmend geknik van haar collega schrijvers. Selma vangt aan met een anekdote gegrepen uit haar eigen leven. Ze is 54 als haar blik een paar maanden geleden op een prentenboek valt met de titel prijkend op de kaft Grote Henriette (of hoe Henriette geen vrienden had) in een lokale bibliotheek. Zou het echt?

Zgrote-henriëtteou ze eindelijk een kinderboek hebben getroffen over haar, een lange vrouw? Vol verwachting slaat de prachtig sprankelende lange Selma het prentenboek open.  Maar ‘kijk eens’, vertelt ze later, ‘wat grote Henriette moet doen voordat ze erbij hoort?’

10619902_807327495997267_7291958956728215727_o

1912500_807327739330576_2148407190469290289_o‘Ze wordt net zoals de anderen. Jaja, ook boeken kunnen vuistslagen uitdelen.’ Bovendien: Grote Henriette bleek niet over lang zijn te gaan, maar over verwaandheid. Nog nooit heeft Selma een boek gevonden waarin een lange vrouw (of meisje) de hoofdrol speelt. Ze vindt het wrang dat Henriette alsnog haar stelten uittrekt zodat zij tussen de anderen kan staan en de groep dan pas een arm om haar heen slaat. 

Waar ben ik?

Niet bestaan in kinderboeken. Die ervaring had ook Marieke Nijkamp van We Need Diverse diversifyaBooks, één van de gasten van het driekoppige discussiepanel dat voor deze bijeenkomst over diversiteit in kinderboeken uitgenodigd is. Marieke zocht tijdens haar kindertijd en adolescentie naar Nederlandse kinder- of jeugdboeken waarin zij zich met het hoofdpersonage identificeren kon. Tevergeefs. Zowel haar lichamelijke beperking als haar liefde voor vrouwen vond ze er zelden of niet in terug. Zelfs de vertaalde klassieker De geheime tuin van Francis Hodgson Burnett waarin neefje Collin met een handicap aan het einde wonderbaarlijk weer kan lopen, let wel, nádat hij zich ‘goed’ heeft leren te gedragen, geeft volgens Nijkamp de boodschap mee dat je maar beter zonder handicap kunt leven. Er iets mis met anders zijn is.

Je ‘anders zijn of voelen’ tegenkomen in een boek is je gekend voelen. Een kind krijgt daarmee de boodschap: je mag er zijn, je hoort bij de samenleving. Alle kinderen hebben het recht zichzelf in onze kinderboeken terug te vinden. Zolang kinderen en ouders niet in verscheidenheid gerepresenteerd in onze kinderboeken worden, verzwijgen en ontkennen we een deel van onze wereld, houden we de facto diversiteit verborgen in de marges van onze samenleving.

multiculturele hoofdpersonages

?????????????????????????????????????????????Illustrator Mylo Freeman, eveneens uitgenodigde van het discussiepanel, is één van de uitzonderingen op de regel. Of liever gezegd: veroorzaakt één van de uitzonderingen op de regel. Freeman schildert in haar prentenboeken multiculturele hoofdpersonages zoals in de series Prinses Arabella en Zaza. Vaak benoemt zij in haar boeken niet expliciet de multiculturele gedachte: de personages van multiculturele achtergrond worden als vanzelfsprekend in de verhaallijn opgenomen, net als hun centrale hoofdrol.

Naast de prentenboeken van Mylo Freeman zijn er nog enkele andere voo328940_135766546543554_1317641987_orbeelden te noemen waarin multiculturele hoofdpersonages het uitgangspunt vormen. Zoals bijvoorbeeld in de prentenboeken Het boek over een doek (Reineke Schermer), Eén, twee, drie vier: hoofddoek van plezier! (Jeanine Cronie), Kapitein Kat (Inga Moore), Het Madiba-boek (Nelson Mandela), Ivana, het prinsesje dat haar haren niet wilde kammen (Hilli Arduin) en Hier ben ik (Patti Kim). In de kinderboeken van Halil Gür, een Nederlandse kinderboekenschrijver van Turkse komaf, spelen Turkse kinderen vaak ook de hoofdrol en de kinder- en jeugdboeken De Duik (Sjoerd Kyper) en Vuurwerk in mijn hoofd (Roland Colastica) spelen zich af in en vanuit het dekoloniale perspectief van Curaçao.  

Toch ligt de nadruk op enkele, want naar ratio is de aanwezigheid van multiculturele hoofdpersonages in kinder- vuurwerk-in-mijn-hoofden jeugdboeken schrijnend als je bedenkt dat er per jaar ongeveer drieduizend kinderboektitels uitgegeven worden. Naar analogie van de conclusie van Weitzman et al. (1972) die in de jaren ’70 de representatie van gender (sekse) in kinderboeken in de VS onderzochten durf ik zelfs te stellen:

‘het is haast onmogelijk om de representatie van multiculturele hoofdpersonages in kinderboeken te onderzoeken omdat ze simpelweg onzichtbaar zijn.’

Die onzichtbaarheid gaat ook op voor andere gemarginaliseerde groeperingen zoals bijvoorbeeld kinderen die met een lichamelijke beperkingen leven en gezinnen met twee ouders van dezelfde sekse komen we zelden in onze gewone ‘niet gethematiseerde’ kinderboeken tegen.

de onzichtbare vraag

Uitgeverijen beargumenteren doorgaans dat de vraag naar multiculfaiza-is-mijn-heldturele of diversiteit in kinderboeken niet voldoende is. Heel wat schrijvers in de zaal hebben ongepubliceerde manuscripten liggen waarbij de uitgeverij het risico niet durfde te nemen omdat de personages niet zouden aansluiten op ‘wat de markt wil’. Of, ze hebben hun personages op verzoek van de uitgeverij moeten aanpassen. En, inderdaad: uit de boekhandelspraktijk blijkt dat ‘risicovolle inkopen’ vaak op de plank blijven liggen.

Kinderboekenschrijfster Netty van Kaathoven beaamt dat. Haar kinderboek Faiza is mijn held!, een verhaal over een meisje dat met haar ouders gevlucht uit Afrika is, werd in boekhandels amper ingekocht en verkocht. Totdat de uitgeverij (Clavis) haar boek aan een actie koppelde van een kinderwinkel waarbij een kinderboek uitgezocht mocht worden (4 titels). Faiza is mijn held! liep als een speer. Kinderen kozen haast unaniem voor Van Kaathoven’s boek. Dat geeft te denken dat de vraag wel degelijk bestaat, maar net zoals het veelal ontbreken van diversiteitspersonages in kinderboeken, de vraag zelf óók onzichtbaar is.

Om de vraag naar multiculturele kinderboeken zichtbaar te maken, moet je de doelgroep opzoeken. Dat ondervond ook Mylo Freeman, wiens prentenboeken inmiddels steeds meer opgemerkt worden door ook Surinaamse Nederlanders. ‘Daar moet je wel iets voor doen’, zegt Mylo. Freeman is actief met workshops op basisscholen, multiculturele kinderboekenprojecten en stond onlangs op de Natural Hair beurs in Rotterdam. Haar prentenboeken werden daar enthousiast ontvangen. ‘Wat leuk! Ik wist niet dat zulke kinderboeken bestonden!’ kreeg Mylo vaak te horen. ‘Dat betekent dat de vraag naar zulke kinderboeken er wel degelijk is.’

een nieuwe marketing benadering

‘Lezen is denken met het hoofd van een ander, in plaats dat van jezelf’ – A. Schopenhauer

Laat er geen misverstand over bestaan: de vraag naar diversiteitspersonages in kinderboeken strekt verder dan alleen het empowerende identificatieproces voor kinderen en ouders die zich ‘anders’ voelen. De fundamentele noodzaak van boeken wordt in de volwassen literatuur als vanzelfsprekend opgevat, maar als het gaat om kinder- en jeugdboeken lijken we ineens hetzelfde gegeven minder serieus te nemen. Terwijl uitgerekend kinderen en adolescenten kennis over de wereld veel sterker nog dan volwassenen als sponzen in hen kunnen opnemen. Dat laatste is geen ‘pedant literair’ vermoeden, maar een neurobiologisch feit van de hersenontwikkeling.

Kinderboekuitgeverijen zouden andere marketingtechnieken en personage keuzes kunnen maken om ook multiculturele en diversiteitskinderboeken onder de aandacht te brengen. Zowel de vraag als diversiteit zichtbaar maken. Niet thematisch, of oudbollig, maar zelfverzekerd en ongeveinsd zoals bijvoorbeeld zeer actieve jonge uitgeverij van Jurgen Maas, toegespitst op literatuur uit het Midden-Oosten en de multiculturele samenleving, die overal in het land de mensen ópzoekt. Zoals bijvoorbeeld de actie van Clavis en de ondernemersgeest van Mylo Freeman die haar prentenboeken onder de mensen krijgt.

leescultuur en avi-leesboeken

Toegeven: wat uitgeverijen en schrijvers zelf ook (zullen) doewie-doet-watn, er bestaat een grote groep mensen die zelden of nooit boeken koopt om welke reden dan ook. In het geval dat zij dit wel doen, zullen zij misschien niet snel geneigd zijn een kinderboek over ‘de ander’ te pakken, maar het vertrouwde van de plank te pakken.

Persoonlijk ben ik daarom een groot voorstander ervan om diversiteit in kinderboeken te institutionaliseren via het basisonderwijs: de AVI-leesboeken waarmee kinderen leren lezen. Zo is de kans groter dat je in potentie bijna alle kinderen in Nederland bereikt en de toegang tot diversiteitskinderboeken, laat staan het kopen ervan, niet laat afhangen van de gezinnen waarin zij toevallig opgroeien.

De werkgroep Jeugdboeken van de VvL en het discussiepanel Diversiteit in kinderboeken kwam bijeen op vrijdag 28 november 2014. Georganiseerd door o.a. Mina Witteman, voorzitter van de VvL. Gespreksleider: Selma Noort. Disucssiepanel: Marieke Nijkamp (We need Diverse Books), Mylo Freeman (illustrator) en Kim Blackburn (Spinzi, emancipatie, representatie en diversiteit in kinderboeken). Aanwezig: Netty van Kaathoven, Henk Hardekamp, Marco Kunst, Karlijn Stoffels, Halil Gür, Joke de Jonge, Saskia van der Wiel, Wilma Degeling en … ?

Sinterklaastradities schoongewassen en zo nog wat metaforen

Vergeet het geschreeuw, gedrogredeneerd gebral, de flauwe grappen, de hysterie. De verandering is nu. Op z’n Reveriaans: het is gedaan en het is niet onopgemerkt gebleven. Piet wast zich schoon in een nieuw cultureel narratief. Wie graag kinderboeken (voor)leest vindt deze historische verandering met onuitwisbare inkt op papier gedrukt terug.

Anno 2014 bestaan er 9 progressieve sinterklaasboeken waarin piet ontdaan is van koloniale raciale stereotyperingen. Van de uitgaven die ik tot nu toe onder ogen heb gekregen verdient die van Mylo Freeman, Prinses Arabella en de Sint, nog een extra hulde.

Freeman vertaalt in Prinses Arabella en de Sint een complex historisch (zwarte) pieten narratief naar een gelaagd prentenboekverhaal. Onder het ogenschijnlijk speelse en lichtvoetige prentenverhaal lijken vele metaforen schuil te gaan.

prinses arabella en de sint 02

‘Ik maak een lekker bad voor u klaar, Sinterklaas.’

Maar de Sint kijkt sip.

‘Ai, ai, ai,’zucht hij.’ Een bad, dat kan toch niet. Ik ga al honderd jaar onder de douche.’

Het loopt allemaal anders dan anders…

Het baden van de Sint staat hier vermoedelijk symbool voor het schoonwassen van de Nederlandse Sinterklaastraditie met een knipoog naar een traditie in verandering.

prinses arabella en de sint 01

Ook op de laatste pagina verschijnt een dier dat even zo makkelijk zou kunnen verwijzen naar the (big) elephant in the room (that nobody wants to talk about) en hier uit de kamer en op het dak geklommen is.

Kinderogen en -oren zullen de toespelingen hoogstwaarschijnlijk niet opmerken maar voor volwassenen die zich bezig houden met en inzetten voor een inclusief Sinterklaasfeest kan Prinses Arabella en de Sint een riem onder het hart zijn.

Want, al loopt het ‘allemaal even anders, alle kinderen krijgen hun cadeautjes, van de Sint en van prinses Arabella.’

….

Link: volledig kinderliteratuuroverzicht progressieve sinterklaasboeken waarin (zwarte) piet in een nieuw cultureel narratief geplaatst wordt (2000-2014)